CD Recensies

MAGNARD: ORKESTWERKEN

Magnard: Ouverture in A op.10; Chant funèbre in bes op. 9; Hymne à la justice in b op. 14; Hymne à Vénus in Es op. 17; Suite dans le style ancien in g op. 2. Freiburg filharmonisch orkest o.l.v. Fabrice Bollon. Naxos 8.574084 (64’59”). 2019

De Franse componist Albéric Magnard (1896 - 1914) onderging een tragisch lot toen hij meteen aan het begin van W.O. I in zijn tuin door Duitse soldaten werd doodgeschoten. Zijn huis werd daarna in brand gestoken waardoor veel van zijn manuscripten verloren gingen. Daardoor bleef zijn beschikbare oeuvre gering en beperkt tot 22 van opera nummers voorziene werken (waaronder slechts negen orkestwerken) en een paar losse stukken.

Als leerling van Franck en d’Indy had hij een eigen stijl ontwikkeld en als mens was hij nogal een misantroop wat zijn neerslag vond in zijn niet altijd opgewekte muziek.

Fabrice Bollon heeft in Freiburg de nuttige en nobele taak op zich genomen om al die orkestwerken van Magnard op te nemen. Hij begon met de Symfonieën nr. 1 en 2 (Naxos 8.574983) en nr. 3 en 4 (Naxos 8.574082) en sluit af met de als student geschreven Suite in oude stijl uit 1888 die vijf delen heeft: ‘française’, ‘sarabande’, ‘gavotte’, ‘menuet’ en ‘gigue’. Het werk kwam niet zonder problemen tot stand maar werd op aanraden van d’Indy een paar keer herzien en dan nog ontbreekt de spiritualiteit van de oude dansvormen enigszins. 

Ook over de wat wisselvallige Ouverture uit 1895 schijnt de componist zelf achteraf niet erg tevreden zijn geweest. Aanzienlijk meer indruk maken Chant funèbre voor harp, strijkorkest en pauken uit 1895, geschreven na de dood van zijn vader, de Hymne á la justice in b uit 1902, een symfonisch gedicht over de strijd van recht tegen onrecht en de Hymne à Vénus in Es voor strijkers, harp en slagwerk uit 1904 als lyrische lofzang op de liefde.

Van sommige van deze werken bestaan ook andere opnamen, maar deze van Fabrice Bollon verdient minstens een 7,5 en heeft het voordeel tot een goed afgerond geheel te behoren.