MIELCZEWSKI: GEESTELIJKE KOORWERKEN
CD Recensies - M

Mielczewski: Missa triumphalis I 56’ ‘Canzona seconda a due’ II/7; ’Dixit Dominus’ I/21; ‘Laudate pueri’ I/36; ‘Credidi’ I/16; ‘Laetatus sum’ I/33; ‘Nisi Dominus’ I/57; ‘Lauda Jerusalem Dominum’ I/34; ‘Magnificat’ I/38; ‘Canzona seconda’ I/9. Aldona Bartnik (s), Aleksandra Turalska (s), Matthew Venner (ct), Piotr Lykowski (ct), Maciej Gocmann (t), Tomás Lajtkep (t), Tomás Král (bs), Jonathan Brown (bs), Jerzy Butryn (bs) met het Wroclaw barokensemble o.l.v. Andrzej Kosendiak. NFM  50-ACD 248-2 (53’28”). 2019

Na de dood van koning Sigismund III in 1631 trad, mede veroorzaakt door politieke troebelen, begon een periode van stilstand en consolidatie in de Poolse muziek die anderhalve eeuw duurde. Italiaanse musici kregen steeds meer invloed. Maar er zijn ook krachtige figuren als Bartlomiej Pekiel (? - ca. 1670) en Marcin Mielczewski (ca. 1600 - 1651) die de traditie levendig hielden. We mogen niet vergeten dat Polen altijd een zeer religieus land was.

Mielczewski behoorde in zijn tijd tot de belangrijkste toondichters in zijn land. Sinds 1632 was hij werkzaam aan de koninklijke kapel in Warschau en in 1645 werd hij muzikaal directeur van de broer van koning Wladislaw IV, Charles Ferdinand Vasa.

In zijn vocale religieuze werken volgt hij meestal de concertato stijl en de stile antico waarin de tekstexpressie voorop staat. Soms citeert hij Poolse volksmuziek in zijn geestelijke werken. Het bekendst zijn de veertienstemmige Missa triumphalis en de zesstemmige Missa Cerviensiana en O gloriosa domina van hem. Daarvan bestaat een opname van The Sixteen o.l.v. Eamonn Dougan (Coro COR 16153).

Maar hier stelt Andrzej Kosendiak de korte, slechts uit ‘Kyrie’ en ‘Gloria’ bestaande Missa triumphalis voor en vult die aan met een reeks motetten en het Magnificat waarin gregoriaans is toegepast.

Dat de historiserende muziekpraktijk ook geweldig wortel heeft geschoten in het Poolse muziekleven, blijkt uit deze voorbeeldige opname met een mooie dwarsdoorsnede van Marcin Mielczewski’s werken. 

Voor deze vertolkingen zet het Wroclaw Baroksemble acht stemmen, waaronder drie bassen in die deze letterlijk gewicht verlenen. Bij de instrumentalisten treffen we drie violen, een viola da gamba, een violone, twee theorbe’s, vier sackbut trombones, fagot, contrabas en klavecimbel aan.

Dermate goed toegerust krijgen we een stel geheel aan hooggestelde idealen voldoende onbekende, mooie werken te horen.