CD Recensies

MOZART: HOBOKWARTET E.A., SCHNEEMANN

Mozart: Hobokwartet in F KV 370; Hobosonate in F KV 377 (bewerking Pleyel); Hobokwintet in d KV 421 (bewerking Rosinack). Bart Schneemann met het Rombouts kwartet c.q. Paolo Giacometti. Channel Classics CCS SA 23906 (67’08”). 2005

 

Hoboïsten die in repertoire van Mozart prominent, liefst solistisch willen schitteren, komen er – zeker in kwalitatief opzicht – tamelijk bekaaid af. Ga maar na: het pas in 1920 teruggevonden en pas in 1948 gepubliceerde, voor Giuseppe Ferlendis die in dienst was van de Salzburgse aartsbisschop geschreven hoboconcert in C KV 314 is door fluitisten, naar D getransponeerd, gekaapt. Hoewel het heet dat Mozart een hekel had aan de fluit, bediende hij dat instrument wel met concertante muziek, het concert nr. 1 in G KV 313, het fluit/harpconcert KV 299, het Andante KV 315 en een viertal fluitkwartetten. Ook klarinettisten zijn bij Mozart beter af met het hoogwaardige late klarinetconcert KV 622 en het klarinetkwintet KV 581 en het klarinettrio KV 498. Voeg daarbij de vele werken – divertimenti, losse adagio’s, rondo’s en canons – voor bassethoorns – en de balans slaat nog verder door ten nadele van de hobo.

Deze kan nog wel teruggrijpen op het kwintet voor piano en blazers in Es KV 452, een paar zeer dubieuze octetten KV 225 en 228, beter bekend als epistelsonates. Wat rest voor die arme Mozarthoboïst, is om terug te vallen op bewerkingen. Zo bestaat er een arrangement van het strijkkwintet in c KV 406 voor hobo. En – om tot deze cd te komen - maakte Ignace Pleyel een bewerking van de vioolsonate KV 377 en Franz Joseph Rosinack van het strijkkwartet KV 421.

Wat Schneemann laat horen, is in muzikaal, stilistisch en virtuoos opzicht om door een ringetje te halen. Het Rombouts kwartet begeleidt in het kwartet en het kwintet heel ad rem en gevoelig. De opname klinkt – wat KV 370 betreft - frisser, assertiever dan die van het Nash ensemble (Virgin) en leden van de Academy van St. Martin-in-the-Fields (Philips), de grootste rivalen.

Het meest wennen is het aan die vervreemde vioolsonate. Immers zijn Mozarts vioolsonates nog uitdrukkelijk ‘sonates voor piano en viool’, hier is uitgesproken sprake van een sonate met een dominerende hobo die met zijn penetranter klank duidelijk primus inter paris is. Misschien was het juist hier ter wille van een betere balans beter geweest om niet een milde, vrij zwakke Weense fortepiano uit 1785, maar een kernachtige Steinway in te zetten.

Jammer van de fout op de achterzijde van de omslag van het begeleidende boekje: het gaat hier om een kwintet en niet om een kwartet en er doen 2 violen en 1 altviool (en niet zoals gedrukt 1 viool en 2 altviolen) aan mee. Maar verder is dit schijfje een vrijwel volkomen succes met een paar nouveautés.