CD Recensies

MOZART: VIOOLSONATES, PODGER 1

Mozart: Vioolsonates nr. 18 in G KV 301, 21 in e KV 304, 24 in F KV 376 en 35 in A KV 526. Hilary Hahn (viool) en Natalie Zhu (piano). DG 477.557-2 (69’59”). 2004

Mozart: Vioolsonates nr. 1 in C KV 6, 26 in Bes KV 378, 27 in G KV 379 en 36 in F KV 547. Rachel Podger (viool) en Gary Cooper (piano). Channel Classics CCS SA 21804 (77’05”). 2004

Mozart: Vioolsonates nr. 2 in D KV 7, 15 in F KV 30, 18 in G KV 301, 20 in C KV 303 en 33 in Es KV 481. Rachel Podger (viool) en Gary Cooper (piano). Channel Classics CCS SA 22805 (73’22”). 2004

 

Er tekent zich waar het om opnamen van Mozarts vioolsonates gaat een steeds duidelijker, maar hoogst interessante scheiding der geesten af tussen de 'traditionalisten' sinds Grumiaux/Haskil (Philips 412.253-2) en Klien (Philips 422.515-2), Szeryng/Häbler (Philips 462.185-2), Perlman/Barenboim (DG 463. 749-2), Dumay/Pires (DG 431.771-2), Zimmermann/Lonquich (EMI 575.582-2), Accardo/Canino (Nuova Era 683641), Goldberg/Kraus, Lupu (Decca 448.526-2) plus Hahn/Zhu (DG 477.557-2) enerzijds en 'authentieken' sinds Schröder/Hoogland (Sony 60886) en later Poulet/Verlet (Philips 438.803-2), Kuyken/Devos (Accent 9292 en Leonhardt (Sony 62953), Manze/Egarr (Harmonia Mundi HMU 90.7380), Rivest/Breitman (Analekta AN 29821/4) en nu Podger/Cooper. Heel interessant te volgen.

Eerst de Amerikaantjes. Het dient onmiddellijk te worden gezegd: van de lekker spontane, frisse, onbekommerde en zeker ook heel stijlvolle ‘traditionele’ aanpak van Hahn en Zhu gaat meteen een heel grote bekoring uit. Er wordt hier fijn fris van de lever, met glanzend zuivere toon door de levendig agerende jonge violiste gespeeld. Maar in de belangrijke pianopartijen frappeert de onbekende pianiste haast nog meer met haar vooral ook dynamisch mooi geschakeerde, heldere en pittige bijdragen. De moeite van een nadere kennismaking zeker waard. Of hierop ooit een vervolg komt? Fijn zou het wezen.

De Engelsen hebben nog een stuk te gaan in hun wel compleet te maken reeks, maar hun eerste twee plaatjes zijn veelbelovend. Wat bij hen meteen opvalt is de heel expressieve, vrij trage opvatting van de langzame delen en de voortvarende snelheid waarmee ze de snelle delen spelen. De gemeenschappelijke noemer bij alle delen wordt gevormd door verbeeldingskracht. Het jonge tweetal toont zich heel ontvankelijk voor het wisselend karakter van de werken. Vooral de fortepianist veroorlooft zich met rekbare tempi nogal dichterlijke vrijheden, maar de violiste volgt hem daarin keurig. Hij staat daarin niet alleen, want Patrick Cohen ageerde onlangs met Erich Höbarth (van het Quatuor mosaïques) in Vredenburg op dezelfde vrije manier. Maar het gebeurt steeds op natuurlijk aandoende manier en de muziek vloeit fraai door. Droom en passie wisselen elkaar fraai af en de momenten die wat overdreven aandoen, zijn vergeeflijk.

De fortepiano, een kopie die Derek Adlam vervaardigde van een Weens Anton Walther     instrument uit 1795, neigt bij zachtere aanslag wat donkerder te gaan klinken en komt wat weinig kernachtig door. Goede balans. De opname heeft een wat royaal galmende huiskameratmosfeer. Het eindresultaat is zeker de moeite waard en het beginnende project verdient een plaatsje in de door Manze, Grumiaux, Zimmermann, Dumay en Hahn bevolkte eregalerij.