CD Recensies

MONTEVERDI: MADRIGALEN BAND 8, VEXIANA, ALESSANDRINI

Monteverdi: Madrigalen Band 8, ‘Madrigali guerrieri et amorosa’ nr. 1-24. Venexiana. Glossa GCD 920928 (3 cd’s, 3u. 13’03”). 2005

 

Monteverdi: Madrigalen Band 8, ‘Madrigali guerrieri et amorosa’, selectie (17). Concerto italiano o.l.v. Rinaldo Alessandrini. Opus 111 OPS 30-187 (75’02”). 1996

 

Seculiere gezangen voor een aantal stemmen heten madrigalen en werden in de zestiende eeuw in Italië ontwikkeld om bij Monteverdi een hoogtepunt te bereiken. De teksten waren doorgaans van amoureuze aard en werden ontleend aan de sonnetten van Petrarca of in navolging van hem geschreven.

Monteverdi had al twee verzamelingen madrigalen gepubliceerd voordat hij naar Mantua kwam in 1592. Die waren in de standaard vijfstemmige vorm geschreven en verraden een grote charme en een verbeeldingsvolle verwerking van de teksten.

Onder de invloed van De Wert werden Monteverdi’s madrigalen in Mantua gedurfder, vooral door het gebruik van dissonanten en door een meer expressieve tendens. Dat zorgde ervoor dat de theoreticus Artusi een felle aanval op hem opende.

Monteverdi’s verdediging, later nader bekrachtigd door zijn broer Giulio Cesare, verscheen in het voorwoord van zijn vijfde band madrigalen (1605) waarin hij onderscheid maakt tussen de oude stijl van componeren – de prima prattica – waarin de muziek over de tekst heerst en zijn nieuwe stijl – de seconda prattica – waarin de tekst de muziek beheerst.

Na die vijfde band madrigalen gaat Monteverdi steeds radicaler te werk: er worden instrumenten toegevoegd, de harmoniek wordt steeds expressiever en de vocalisten worden over verschillende groepen verspreid.

In band 8 met de ondertitel Madrigali guerrieri et amorosa legt de componist zijn esthetische agenda in een voorwoord uit. Teruggrijpend op klassieke uitgangspunten argumenteerde hij dat de  muziek bij de luisteraar een reeks contrasterende toestanden van rust, liefde en oorlog moet kunnen opwekken. Als een van de beste voorbeelden kan het Petrarca madrigaal Hor che’el ciel a la terra dienen met zijn dramatische contrasten van sonoriteit en tempo, culminerend in een heel sereen en ontroerend einde.   

Wie de achtste band compleet wil hebben, is aangewezen op Vexiana, een ensemble dat beschikt over een hoge individuele en groeps vocale kwaliteit wat des te belangrijker is omdat Monteverdi voortdurend de stemcombinaties wisselt. Er zijn solo madrigalen, duetten en andere tot achtstemmige aan toe.

Erg verzorgd en levendig gaat het er ook bij Alessandrini en de zijnen aan toe.