CD Recensies

MENDELSSOHN: SYMFONIE NR. 2, DE VRIEND

Mendelssohn: Symfonie nr. 2 in Bes op. 52 Lobgesang. Machteld Baumans (s), Judith van Wanroij (s), Patrick Henckens (t) met het Nederlands symfonie orkest en het Consensus vocalis koor o.l.v. Jan Willem de Vriend. Challenge CC 72543 (62’36”). 2012

 

Achteraf gezien is het wat merkwaardig dat geen van de bekende randstadorkesten ooit een volledige symfoniecyclus van Mendelssohn opnam. Chailly wachtte daarmee totdat hij in Leipzig werkte; van Edo de Waart met het Omroeporkest circuleert nog wel een uitgave (Fidelio 9202). Dus komt deze eer te beurt aan het Orkest van het Oosten (Nederlands Symfonie orkest of hoe het intussen ook heet) uit Enschede.

Dit is het begin van die cyclus., die intussen is vervolgd met de nrs. 1 en 3 (CC 72641).

Lobgesang staat duidelijk in de schaduw van Beethovens Negende met zijn inbreng van solisten en koor en zijn aanzienlijke lengte, maar in verhouding kan het niet anders dan dat Mendelssohn niet Beethovens sublieme hoogten bereikt. Maar wat het werk wel biedt, is een pretentieloze lyriek, vitaliteit en elegantie die hoogst aantrekkelijk zijn.

Het is Jan Willem de Vriend goed toevertrouwd dat hij die fundamentele eigenschappen belicht en dat hij op zijn enthousiasmerende wijze juist voor vitaliteit zorgt met inachtneming van de beste eigenschappen van zijn ervaring in het interpreteren van ‘oude’ muziek. De bezetting van koor en orkest is aan de beperkte kant wat de helderheid ten goede komt. De drie vocale solisten leveren fraaie, heel geëngageerde bijdragen, ook het koor presteert meer dan gedegen, had alleen wat uitbundiger kunnen zijn in het slotkoor. Zo ontstond een hoogwaardig geheel wat grote voldoening schenkt.

De opnamekwaliteit is van klasse; die maakt dat ook het orgel goed hoorbaar is. Natuurlijk zijn er eerdere opnamen van Karajan (DG 477.7581, 3 cd’s), Abbado (DG 423.14320),  Sawallisch (EMI 749.764-2), Rilling (Hänssler 98.176), Chailly Londen (Philips 416.470-2), Chailly Leipzig (Decca 475.6939), Masur (Teldec 844199), Flor (RCA RD 60248), Ashkenazy (Decca 448.181-2), Dohnanyi (Decca 421.769-2, 3 cd’s), Weller (Chandos CHAN 8995), Maag (Arts 47507-2), Seifried (Naxos 8.553522), Poppen (Oehms OC 709-1), Litton (BIS SACD 1704), Fey (Hännsler CD 98.577), Bernius (Carus 83213), Märkl (Naxos 8.572294), Bosch (Coviello COV 31209) en Heras Casado (Harmonia Mundi HMC 90.2151). Sommige daarvan – Chailly, Bernius, Sawallisch, Fey – zijn ook zeer de moeite waard, maar waarom niet een zeer verantwoorde, licht chauvinistische keus gemaakt? Een bijzonderheid van de productie is nog dat de tien delen nader zijn geïndexeerd tot 21 afzonderlijk toegankelijke fragmenten.