PLATTI, A.: CAPRICCIO'S E.A.
CD Recensies - P

Platti, A.: Capriccio’s op. 25 nr. 1-12; Capriccio sopra un tema della Niobe di Pacini op. 22; Elegie voor 2 celli; Serenade voor 2 celli en piano (bew.). Anna Wróbel (vc), Andrzej Wróbel (vc) en Elzbieta Piwkowska-Wróbel. DUX 1281 (69’31”). 2015

Om te beginnen is het goed om de Venetiaanse componist Alfredo Platti (1822 - 1901) te onderscheiden van Giovanni Benedetti Platti (ca. 1697 - 1763) die ook uit Venetië kwam, aan het hof Schönborn in Würzburg werkzaam was en o.a. ook 6 Sonates voor cello en b.c. schreef (Sebastian Hess en Axel Wolf op Oehms OC 794). Of ze familie waren, is onbekend.

Carlo Alfredo werkte als componist, cellist en docent, begon (net als zijn vader) met viool, maar kreeg geleidelijk meer belangstelling voor de cello dankzij lessen van zijn oom Gaetano Zanetti. Later in zijn loopbaan speelde hij in het kwartet van Joseph Joachim.

Behalve de twaalf Capriccio’ s op 25, die in 1875 werden gepubliceerd schreef hij behalve de hier verder opgenomen nog twee celloconcerten, een concertino en zes cellosonates.

Denkend aan de Caprices komt natuurlijk direct Paganini in herinnering. De werken werden geschreven voor didactische doeleinden, maar het is verrassend hoe ver het muzikale belang daar vaak bovenuit stijgt. Neem de lyrische nr. 2, de opera invloed in nr. 6, de melodieuze nr. 7.

Anna Wróbel pakt deze uitdagingen onbevreesd op, treft in het hoge bereik van het instrument (nr. 8), articuleert puntig, intoneert zuiver en speelt over het geheel heel muzikaal. Voor de andere stukken krijgt ze gelukkig vrijwel evenwaardige partners om zich heen.