PAËR: PASSIONE DI GESÙ CRISTO, LA
CD Recensies - P

Paër: La passione di Gesù Cristo. Valentina Coladonato (s., Giovanni), Valentina Kutzarova (ms., Maddalena), Enea Scala (t., Nicodemo) en Alvaro Lozano (b., Giuseppe d’Arimathea), La Stagione armonica en Orchestra di Padova e del Veneto o.l.v. Sergio Balestracci. CPO 777.698-2 (69’45”). 2011

De in Parma geboren Italiaanse componist Ferdinando Paër (1771 - 1839) had een interessante en veelzijdige levensloop. Al in 1791 debuteerde hij in zijn geboortestad met de eerste van zijn ruim veertig opera’s en in 1797 werd hij daar aan het hof aangesteld als maestro di capella. Maar snel vertrok hij met zijn toekomstige vrouw, een zangeres, naar Wenen waar beiden werden geëngageerd bij de Italiaanse opera. Na een tussenstation in Praag werd Paër in 1803 kapelmeester in Dresden. Vier jaar later ging hij naar Parijs waar hij maître de chapelle aan het hof van Napoleon werd, later ook van de Opéra comique en in 1812 van het Théâtre des Italiens.

Maar hij componeerde behalve opera’s ook geestelijke muziek. Een goed voorbeeld daarvan is La passione di Gesù Cristo, ’Eine neue Cantatate in wäl’scher Sprache’ op tekst van Pietro Bagnoli die Palmzondag 1803 door hemzelf gedirigeerd ten bate van weduwen en wezen voor het eerst werd uitgevoerd in Wenen. Een hoogtpunt is de door Valentina Colodanto gezongen aria 'Oh Dio mi manco il cor'.

Dit werk met meer het karakter van een een kort oratorium dan van een cantate beleeft hier zijn cd première. De meest elegante muziek zou uit een samenwerking van Mozart en Beethoven kunnen komen en wordt gedragen door mooie melodieën. De rol van Johannes was bestemd voor de destijds beroemde castraat Luigi Lodovico Marchesi.

Sergio Balestracci en zijn team zetten het werk heel representatief in mooie klanken om.