CD Recensies

PEROTTI: FRANCA DA VITALTA

Perotti: Franca da Vitalta. Carlotta Colombo (s., Franca), Anna Piroli (s., Carenzia), Cristina Calzolari (ms., Binia), Renato Cadel (b., Campi) met het Coro Vox Silvae en instrumentaal ensemble o.l.v. Federico Perotti. Tactus TC 9991601 (79’19”). 2018
 
Voor zijn oratorium Franca da Vitalta baseerde de jonge Italiaanse componist Federico Perotti (1993) zich op het leven van Sint Franca (1170 – 1218), een Cistercenser non uit Piacenza die op de opvallend jeugdige leeftijd van 22 jaar abdes werd van het klooster in San Siro.
Perotti studeerde orgel en compositie aan het Verdi Conservatorium in Como en nam later nog les bij Sciarrino, wiens invloed in dit oratorium merkbaar is. In 2017 oogstte hij succes met zijn Hoboconcert.
Franca da Vitalta bestaat uit een korte orkestrale inleiding en vier delen die handelen over het leven van Franca. Op zevenjarige leeftijd werd ze lid van de Benedictijner orde in San Siro en stond bekend als streng devoot, maar ook genadig. Ze veroorzaakte wel spanning in de kloostergemeenschap. Eén van hen met wie ze in conflict kwam, was Binia Porta, de zuster van de invloedrijke bisschop Grimerio.
Andere belangrijke rollen zijn weggelegd voor Carenzia Visconti, een jongere protégé van Franca. Zij kwam uit een zeer welvarende familie die een nieuw klooster van dezelde orde wilde oprichten. De enige mannenrol is voor Pier Maria Campi die vier eeuwen later Sint Franca’s biograaf werd.
DE handeling spitst zich toe op het conflict tussen Franca en Carenzia, het nieuw op te richten klooster in Montelana en de dood van Franca als zelfopoffering. Ze sterft door zich dood te vasten.
De rol van Campi is die van een rondreizende, deelnemende verteller en waarnemer. Een nogal lastige en veelzijdige rol die heel mooi wordt gezongen door Renato Cadel. De muziek die Perotti hierbij schreef is gelukkig heel toegankelijk en bij vlagen zeer ontroerend. Elk der vier delen begint met een kort Gregoriaans gezang. De mezzo Cristina Calzolari is een jaloerse en confronterende rivale Binia. Franca zelf wordt gezongen door de sopraan Carlotta Colombo en maakt daar iemand van vol innerlijke kracht en uiterlijke kwetsbaarheid. Ze wekt wat meer vertrouwen dan Anna Piroli als Carenzia. Heel mooi etherisch is het duet tussen Franca en Carenzia in hun slotduet. De instrumentale muziek is heel interessant als mengeling van Venetiaanse barok en ultramodern met alles daartussen, heel verbeeldingsvol gespeeld door en klein bezet ensemble. Het herinnert  alles enigszins aan de parabel opera’s van Britten. 
Geen van de solisten presteert op uitzondelijk hoog niveau, maar er worden ook haast onmogelijk zware eisen aan hen gesteld. Maar ze zingen mooi en met veel toewijding. Koor en orkest leveren heel goede bijdragen.