CD Recensies

RIHM: DEUS PASSUS

Rihm: Deus passus (Lukaspassie). Juliane Banse (s), Iris Vermillion (ms), Cornelia Kallisch (a), Christoph Prégardien (t), Andreas Schmidt (b) met de Gächinger Kantorei en het Bach Collegium, Stuttgart o.l.v. Helmuth Rilling. Hännsler 98.397 (2 cd’s, 1u. 30’12”). 2000

 

“Naar mijn mening was de lijdende God de centrale figuur in het Christendom. Dat is waarin dat Christendom verschilt van andere religies”. Aldus Wolfgang Rihm in een toelichting bij zijn Deus passus, de passiemuziek die hij in opdracht van de Stuttgartse Bach Akademie schreef om het nieuwe millennium en de tweehonderdvijftigste sterfdag van J.S. Bach te vieren.

Hij gebruikte hiervoor fragmenten uit het evangelie van Lukas en het Stabat Mater, aangevuld met liturgische teksten uit de lijdensweek.

Deus passus is in tegenstelling tot de passiemuzieken van Bach geen dramatisch werk. Rihm beperkt het verhalende element tot een uiterste minimum waarbij de solisten de woorden van Christus en Pilatus slechts op de belangrijkste momenten aanhalen.

In plaats daarvan is deze passie een meditatie over spiritueel lijden, niet slechts van de gekruisigde Christus, maar ook van de mensheid in het geheel. Rihms muziek hierbij is over het geheel karig, wel in de geest van Bachs passiemuziek, maar zonder in pastiche te vervallen.

Elke episode van het ongeveer anderhalf uur durende werk duurt vrij kort (de meeste duren niet langer dan drie minuten), maar samen bouwen ze aan een climax die tot Rihms heel bijzondere creaties leidt. Na de verzwegen ontdekking van de lege graftombe eindigt de Deus passus met een streng en dieptreffend Tenebrae van de Duits-Joodse Paul Celan. Het is een passage die het hele werk een universele strekking geeft door zich te richten tot een wereld waarin de Christelijke waarden niet in acht worden genomen.

De Bachspecialist Rilling leidt de hier opgenomen wereldpremière met veel gezag en integriteit. Stuk voor stuk zijn ook de solisten heel goed, vooral ook omdat ze als team en zonder persoonlijke geldingsdrang zingen. Dat past precies bij de collectieve strekking van het werk.