BACH, C.P.E., ISRAELITEN IN DER WÜSTE, DIE
CD Recensies - B

Bach, C.P.E.: Die Israeliten in der Wüste Wq. 238. Anja Petersen (s), Sarah Maria Sun (s), Daniel Johannsen (t), Johannes Weisser (b) met Chorus musicus Keulen en Neues Orchester o.l.v. Christoph Spering. Duitse Harmonia Mundi 8887501630-2 (75’13”). 2014 

 

In 1769 voltooide Carl Philip Emanuel Bach als opvolger van Telemann in de functie van Hamburgs muziekdirecteur dit oratorium voor de inwijding van de nieuwe Lazarus kerk. Als onderwerp werd het verhaal van de beproevingen van het in de woestijn omzwervende Joodse volk nadat het uit Egypte is verdreven gekozen en de daarmee verbonden daden van Mozes.

In het beginkoor wordt geklaagd over ‘droge tongen die aan het verhemelte plakken’, dan klaagt een Israëlitische vrouw ‘Is dit de God van Abraham?’ en een tweede vrouw smeekt er zelfs om naar Egypte te worden teruggebracht. Dat wek de woede van Mozes die zijn volk juist uit Egypte leidt ‘Ondankbaar volk, zijn jullie vergeten wat God voor wonderen voor jullie heeft verricht? Dan vraagt hij God vergeving en als dank wordt water verstrekt. In het tweede deel wordt door allen de lof van God bezongen.

Eigenlijk schuilt vrij weinig drama in het werk; eerder gaat het over de soms tegengestelde opvattingen van de dramatis personae, beide vrouwen, Aaron en Mozes. 

Een pluspunt van deze nieuwe uitvoering, die tot de hoogtepunten van het Bachfeest in 2014 behoorde, is dat Spering zich baseerde op de nieuwste kritische uitgave en dat rekening is gehouden met de oorspronkelijk door Bach gecomponeerde versieringen.

Het voortreffelijke solisten ensemble met de briljante sopranen Anja Petersen en Sarah Maria Sun, wier stemmen goed mengen, tenor Daniel Johannsen als treffende Aaron en bariton Johannes Weiser als autoritaire, maar ook gevoelige Mozes. Het dertig leden tellende koor zingt met nadruk en het orkest weet goed de wisselende gevoelens uit te drukken. Destijds kwamen aan die uitvoering in de kerk slechts zeven koorleden te pas. Maar voor een zaaluitvoering voldoet de nieuwe versie prima.

Er waren eerder opnamen van het werk door Frieder Bernius (Carus 83.292), William Christie (Harmonia Mundi HMC 90.1321) en Wolfgang Brunner (CPO 777.560-2) die eveneens het werk geheel recht deden. Een uitgesproken voorkeur is vrijwel niet te geven, maar met de nieuwkomer is tenminste alles op hoog niveau in orde.