BÜRGER: CELLOCONCERT E.A.
CD Recensies - B

Bürger: Stille der Nacht; Scherzo voor strijkorkest; Celloconcert; Variaties over een thema van C.P.E. Bach; Legende. Michael Kraus (b), Maya Beiser (vc) met het Berlijns omroeporkest o.l.v. Simone Young. Toccata Classics TOCC 0001 (78’23”). 1994 

Eigenlijk hadden deze werken van de in 1897 in Wensen geboren Joodse componist Julius Bürger goed gepast in de serie Entartete Musik van Decca. Bürger studeerde bij Schreker en Humperdinck en volgde daarna Schreker hem naar Berlijn toen deze daar werd benoemd tot directeur van de Musik Hochschule, maar hij assisteerde ook Otto Klemperer aan de Kroll Opera en  Bodansky aan de Met in New York.

In 1933 dreigden de Nazi maatregelen tegen Joodse kunstenaars hem noodlottig te worden en begin 1938 ging hij met zijn vrouw eerst naar Parijs en een jaar later naar de V.S. waar hij zich van zijn umlaut ontdeed. Zijn broers belandden in Auschwitz en zijn moeder werd doorgeschoten.

Aan de Met vond hij een baan als assistent dirigent en pianist.

Zijn composities staan in de traditie van Mahler, Schreker, Zemlinsky en Korngold maar soms klinkt er ook iets van Debussy in door.

Zo heeft Stille der Nacht uit 1919 iets heel impressionistisch, maar toont ook verwantschap het de liederencycli van Mahler. Er is ook een mooie pianopartij in het werk en de orkestratie is vrij licht en kleurig. Een stuk dramatischer en romantischer is de Legende met iets van de vroege Schönberg. Beide composities worden bijzonder mooi gezongen door bariton Michael Kraus.

Het Scherzo voor strijkorkest uit 1939 klinkt kort en hevig, maar lijkt minder belangrijk. Dat kan niet worden gezegd van de Bachzoon variaties uit 1945 die geschreven zijn naar het model van de Haydnvariaties van Brahms met een energieke tweede variatie, een warmbloedige vijfde, een rustieke zesde en een wat zwaarwichtige finale.

Maar de aandacht in dit programma moet vooral zijn gericht op het Celloconcert uit 1938. Het gaat om een heel substantieel driedelig werk dat vrij verinnerlijkt begint voordat het pittiger allegro volgt. Het tweede deel, type passacaglia, is heel ontroerd als in memoriam voor zijn vermoorde moeder. Het werk eindigt met een levendige finale en de Amerikaanse celliste Maya Beiser is er de ideale exponente van.

Bürger blijkt een componist met een eigen stem waarvan het de moeite is kennis van de te nemen en we mogen Simone Young en haar solisten met hun expertise dankbaar zijn dat ze zo’n welluidend pleidooi voor hem houden.