BEETHOVEN: RUINEN VON ATHEN, DIE E.A.
CD Recensies - B

Beethoven: Ouverture Die Weihe des Hauses op. 124; Musik zu Carl Meisls Gelegenheitsfestspiel H.118; Wo sich die Pulse WoO. 98; Die Ruinen von Athen op. 113. Reetta Haavisto (s), Juha Kotilainen (bs), Roland Astor (spr), Angela Eberlein (spr), Claus Obalski (spr), Ernst Oder (spr) en Leah Sinka (spr) met het Chorus cathedralis Aboensis en filharmonisch orkest Turku o.l.v. Leif Segerstam. Naxos 8.574076 (81’54”). 2018 

Terwijl hij een zomervakantie in het Boheems Teplitz doorbracht in 1811, kreeg Beethoven het verzoek om voor de opening van een theater van bouwmeester Franz Joseph Karl, de Oostenrijkse aartshertog die daarmee zij trouw aan de andere helft van de dubbelmonarchie wilde tonen in Pest, de zusterstad van Boeda, muziek te schrijven bij het toneelstuk Die Ruinen von Athen van August von Kotzebue. Omdat hem was voorgespiegeld dat die opening al op 1 oktober zou plaatsvinden, maakte hij haast om die opdracht uit te voeren, maar toen werd die opening verschoven naar februari 1812.

De handeling van het werk voor vocale solisten, sprekers, gemengd koor en orkest bevat negen delen en toont een merkwaardige mengeling van elementen uit de Oudheid en de Oriënt. Minerva wordt, omdat ze niet in staat bleek om Socrates te beschermen, door Jupiter veroordeeld tot een tweeduizendjarige slaap. Na een boetestrijd, waarvan het einde wordt aangekondigd door Mercurius, gaat zij naar Athene. Verbaasd en geschokt ziet ze dat haar geliefde stad een door Turken bewoonde puinhoop is. Ze wil dan naar Rome vluchten, maar Mercurius waarschuwt haar dat ook daar de barbaren heersen en dat de muzen zijn gevlucht. Minerva wordt nu naar Pest gebracht. Met een triomftocht wordt ze ingehaald. In de optocht bevinden zich ook wagens van Thalia en Melpomene; hun standbeelden worden op een altaar geplaatst en tussen hen beiden komt een derde standbeeld: dat van de Oostenrijkse Keizer Franz II. De voorstelling eindigde met Bengaals vuur. De Ouverture verscheen pas in 1823 in druk, het gehele werk pas in 1846.

De muziek hierbij, die wordt voorafgegaan door de Ouverture König Stephan op. 117, bevat heel originele fragmenten, zoals een koor van Derwischen en de Turkse mars, die hij al had gebruikt in de 6 Variaties op. 76.

Tot de weinigen die de negen delen volledig opnam, behoort Dennis Russell Davies (EMI 749.927-2), maar die liet de gesproken fragmenten achterwege. Maar vermoedelijk is dit de eerste echte volledige versie op cd, omgeven door andere minder bekende of zelfs totaal onbekende composities als de Ouverture Die Weihe des Hauses, de Musik zu Carl Meisls Gelegenheitsfestspiel H.118 en Wo sich die Pulse WoO. 98.

Daarmee vervult deze uitgave een belangrijk en nuttig doel. Gelukkig slaagde de uitvoering van Die Ruinen duidelijk beter dan die van Russell Davies die te snelle tempi koos en de ritmen afbeet. Segerstam gelooft duidelijk in deze muziek, die hij, beschikkend over goede zangers en sprekers krachtig, vrij subtiel en met veel gevoel vertolkt en zo voor een belangrijke aanvulling van onze Beethovenkennis zorgt.