CD Recensies

BEETHOVEN: VIOOLSONATES NR.1-10, DUMAY, MUTTER

Beethoven: De 10 vioolsonates. Anne Sophie Mutter (viool) en Lambert Orkis (piano). DG 457.619-2 (4 cd’s, 260’). 1998

Beethoven: De 10 vioolsonates. Augustin Dumay (viool) en Maria João Pires (piano). DG 471.495-2 (3 cd’s, 234’01”). 1997-2002

 

Oorspronkelijkheid, durf en initiatief kunnen Mutter en haar volgzame pianopartner niet worden ontzegd, maar daar staan helaas nogal wat eigenzinnigheden in de vorm van plotselinge versnellingen en vertragingen, van ongewone accenten tegenover. Bij vlagen is de voordracht meeslepend en pakkend zoals in het eerste deel van de Kreutzer en in het ingehouden langzame deel uit op. 24 of de geladen weergave van de hele sonate op. 30/2. Maar daar staan dan weer momenten met een te intens vibrato of te grote dynamische contrasten tegenover. Alles boeiend voor een keer, maar slecht bestand tegen herhaald gebruik.

Bewonderaars van Pires zullen a priori wel weten wat hier te verwachten is aan natuurlijkheid en feitelijke vanzelfsprekendheid waardoor haar spel ook hier weer uitmunt. Het klinkt alles zo spontaan en ontroerend. Zoals het haar toenmalige minnaar past vormt de inbreng van Dumay een hoge mate aan versmelting in de opvattingen en realisaties van deze tien contrasterende werken. Engagement en verfijning genoeg, maar er is ook ruimte voor echte verrassingen wanneer beiden een eigen, van het gedrukte notenbeeld afwijkende opvatting tonen; Dumay gaat daarin het verst met toevoeging van extra noten en akkoorden. Probeer de finale van op. 23 maar die deels veel te luid wordt gespeeld en verder het eerste deel van op. 30/2 of de finale van op. 30/3 maar. Het klinkt best acceptabel en vaak zelfs heel mooi, maar het zal de ‘preciesen’ meer storen dan de ‘rekkelijken’ die de ingrepen zullen beschouwen als dichterlijke vrijheden.

De opname is zonder meer prachtig en dat hij op verschillende locaties en met grote tijdverschillen tot stand kwam, is niet evident.

Zo verdient deze versie een ereplaats in de buurt van de – misschien nog net wat mooiere – uitvoeringen van Perlman/Ashkenazy uit 1973/5 (Decca 421.453-2) en Kremer/Argerich (DG 447.058-2) uit 1993.