CD Recensies

BRUCKNER: SYMFONIE NR. 4, RATTLE

Bruckner: Symfonie nr. 4 in Es Romantische. Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Simon Rattle. EMI 384.723-2 (71’). 2007

 

In de dagbladpers verschenen her en der een paar uitermate lovende besprekingen van deze cd. Met een orkest als het Berlijnse en een dirigent is het ook moeilijk om tot een echt onbevredigende uitvoering van dit werk te komen. Maar is Rattle’s poging in breder perspectief echt zo geweldig? Hij kon profiteren van een rijke Bruckerervaring van het orkest, dat dit werk talloze malen uitvoerde en er eerder tenminste vier opnamen van maakte: Jochum in 1965 (DG 449.718-2), Karajan in 1970 (EMI 585.801-2) en 1976 (DG 476.887-2), Barenboim 1992 (Teldec 9031-73272-2) en Wand 1997 (RCA 09026-68839-2).

Vóór Rattle pleit dat hij een heel eigen opvatting huldigt en niet slechts meesurft op de reeds door zijn voorgangers gelegde fundamenten. Maar in hoeverre overtuigt die opvatting? Het scherzo is het minst problematisch en slaagde met een goede impact. Ook de finale is een triomf met Bruckners soort Walkürenrit na het rustieke tweede thema, dat eraan herinnert dat Bruckner een uitstekende danser moet zijn geweest.

Maar wanneer we de structuur van het werk als geheel bezien, kunnen we het beschouwen als een imposant gebouw met vier kamers die bij het doorlopen volkomen in balans moeten worden gebracht. In het eerste deel, hier te weinig dramatisch en het andante toont Rattle wat weinig van dat gevoel voor structuur. De afwisseling van drama en mysterie ontvouwen zich daar onvoldoende, de aanpak is te afwachtend, onvoldoende vervuld van innerlijk leven.

Voeg daarbij dat ook de opname niet geweldig is: het totaalbeeld heeft wat weinig profiel, klinkt lichtelijk wazig en de balans is op bepaalde momenten ongelukkig (houtblazers, vooral de fluit bevoorrecht, koper te zwak). Dat alles samen maakt dat deze opname temidden van tientallen rivaliserende eindigt bij de goede middelmaat. Bedenk ook dat een paar prachtopnamen uit Wenen komen: Böhm (Decca 448.098-2), Abbado (DG 431.719-2) en Haitink (Philips 412.735-2) en het pleit is beslecht.

Kiezend uit dat embarras de choix lijkt met name de in alle opzichten grootse Wand de beste optie, op de voet gevolgd door Karajan (DG), Böhm, Abbado en Haitink. Geconfronteerd met hun prachtvertolkingen verdwijnt gekissebis over de gebruikte edities (Original, Haas, Nowak) als gezeur in de marge voor de modale muziekliefhebber naar de achtergrond.