BACH, J. CHRISTOPH: WELT, GUTE NACHT
CD Recensies - B

 

Bach, J. Christoph: Welt, gute Nacht. Julia Doyle, Katherine Fuge (s), Clare Wilkinson (ms), Nicholas Mulroy (alto), James Gilchrist, Jeremy Budd (t), Matthew Brook, Peter Harvey (bs) met de English baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Soli Deo Gloria SDG 715 (78’11”). 2009

 

De verschijning van deze cd met de waarschijnlijke fonografische première van Welt, gute Nacht van Johann Christoph Bach (1642-1703) was aanleiding genoeg om nog eens de genealogische tabel uit Karl Geiringers Hun naam was Bach te raadplegen.

Johann Christoph, ooit ook ‘De Grote’ genaamd, verschijnt daar als nr. 13 te midden van veel exacte naamgenoten als zoon van Heinrich Bach (1615-1692) en is dus een verre neef van de beroemder Johann Sebastian.

Geiringer geeft veel biografische details over de componist, die in 1665 stadsorganist en later ‘kamermusicus’ in Eisenach was. Hij schreef dus uiteraard orgelwerken (koraalvoorspelen en –partita’s, variatiewerken) maar ook cantates, motetten, lamento’s met als beroemdste zijn op het Hooglied gebaseerde dialoog Meine Freundin, du bist schön. Dit ruim 24 minuten durende deel vormt het meest substantiële deel van het werk, de climax, die in het achtdelige stuk wordt bereikt na de begindialoog ‘Herr, wende dich und seim mir gnädig’, de aria ‘Mit weinen hebt sich’s an’, het lamento ‘Wie bist du denn, o Gott’, het motet ‘Der Gerechte, ob er gleich zu zeitlich stirbt’, het lamento ‘Ach, dass ich Wassers g’nug hätte’, het motet ‘Fürchte dich nicht’ en de aria ‘Es ist nun aus mit meinem Leben’.

Hoewel waarschijnlijk gecomponeerd voor het huwelijk van weer een andere Johann Christoph in 1679 en het valt alleen al door deze titels op dat de sfeer zeker niet louter feestelijk is; de menselijke vergankelijkheid wordt telkens aan de orde gesteld. Het werk is kleinschalig, vrijwel kamermuzikaal met aan de begeleidende kant tien musici, waaronder 2 violen, 2 altviolen, 3 gamba’s (alternatief 2 celli), een contrabas, luit en klavecimbel/kamerorgel.

Dat Gardiner, ooit begonnen als barokspecialist en na een veelzijdige, rijke loopbaan blijkbaar teruggekeerd tot zijn oude liefde. Als ervaringsdeskundige toont hij een voortreffelijk stijlinzicht en hij heeft een goed ingesteld en voorbereid team musici voor zich. Het gezongen Duits van de Engelse zangers mag dan soms niet honderd procent lupenrein zijn, de expressie en de rijkdom aan nuancen die ze aanbrengen verdient alle waardering.

Een beter pleidooi voor deze componist en zijn werk is moeilijk denkbaar.