CD Recensies

BRUCKNER: SYMFONIE NR. 0, CHAILLY, TINTNER

Bruckner: Symfonie nr. 0 in d Die Nullte; Ouverture in g. Berlijns Radio symfonie orkest o.l.v. Riccardo Chailly. Decca 421.593-2 (58’15”). 1988 

 

Bruckner: Symfonieën nr. 0 in d Die Nullte en 8  in c. Iers nationaal symfonie orkest o.l.v. Georg Tintner. Naxos 8.554215/16 (2 cd’s, 2u. 17’02”), 1996

 

Het is goed om te bedenken dat Bruckner al zijn symfonieën pas na zijn veertigste schreef en in feite dateert het grootste deel van Die Nullte zelfs van na nr. 1. Maar het werk kan wel gelden als de voorloper van veel wat zou volgen. Veel van de gebruikte motieven zijn in latere symfonieën terug te vinden. Bijvoorbeeld het begin ostinato dat we later herkennen aan het begin van symfonie nr. 3.

Chailly zette het werk destijds in Berlijn vrij breed op en legde veel nadruk op de noblesse en de dynamische vormgeving. In het andante weet hij enige sentimentaliteit nauwelijks te vermijden, maar tenslotte winnen de orkestrale gloed en de sereniteit het daar. Des te groter ook het contrast met het uitbundige, dansante scherzo.

De Ouverture uit 1862 vormt een welkome aanvulling; ook dit werk krijgt een heel warmbloedige en overtuigende verklanking.

Wat onderbelicht bleef de Brucknercyclus van Georg Tintner. Een onbekende dirigent en een onbekend Iers orkest zonder gevestigde Brucknertraditie: wat zou het? Maar vergis u niet, hier ontstond een zeer concurrerende uitgave op hoog muzikaal niveau. Die Nullte is hier gecombineerd met nr. 8 in de Urfassung uit 1887. De interpretaties klinken toegewijd, fris en spontaan, maar bezitten ook voldoende zwaarte. Luister maar ‘ns naar de verfijnde pianissimi in het langzame deel van nr. 8 om dat op waarde te schatten.