CD Verzamelprogramma's

ZIMMERMANN, TABEA: ROMANCE OUBLIÉE

Zimmermann, Tabea: Romance oubliée. Sitt: Albumbladen op. 39 nr.1-6; Glazoenov: Élégie in g op. 44; Vierne: Stukken voor altviool en piano op. 5 nr. 1, 2; Vieuxtemps: Élégie op. 30; Wieniawski: Rêverie; Liszt: Romance oubliée S. 527; Kreisler: Romance op. 4; Aucassin et Nicolette; Kodály: Adagio. Met Thomas Hoppe. Myrios MYR 014 (63’29”). 2014

 

Sinds ik haar als veelbelovende jonge altvioliste tijdens de Lockenhaus Festivals van Gidon Kremer sinds 1987 hoorde, waar ze onder andere meespeelde in het Strijktrio en Strijkkwartet nr. 2 van Schnittke heb ik op afstand met stijgende bewondering de verrichtingen van Tabea Zimmermann gevolgd (te beginnen op Philips 434.040-2). Ettelijke van haar cd’s zijn op de website besproken.

Met haar vaste pianopartner Thomas Hoppe verlaat ze hier even de wereld van de grootschalige werken om zich aan romantische miniaturen (soms gaat het om bewerkingen) te wijden. Het materiaal wordt hier als een reeks kostbaarheden behandeld, dat wil zeggen goed afgestoft, op hoogglans gepolijst en naar innerlijke waarden onderzocht. Men hoort ook duidelijk het plezier dat de beide musici aan deze best contrastrijke stukken beleven. 

De kennismaking met de 6 rijk gevarieerde Albumbladen van Hans Sitt is meteen een aangename. Wie meer van deze componist wil horen, kan op UT 3 019 terecht voor diens drie Fantasiestukken op. 58 met Diederik Suys en Psscal Mantin.

Een mooi warmklinkende altviool heeft van nature een ietwat melancholiek geluid en dat blijkt ook verderop ideaal bij het verder gespeelde repertoire te passen. Een absoluut hoogtepunt vormt de emotierijk gespeelde Élégie van Vieuxtemps; als groot contrast is daar de ingehouden Romance van Liszt. Altviolisten kennen waarschijnlijk de werkjes van Vierne en Wieniawski, voor velen zullen het aangename ontdekkingen zijn.

Kodály’s Adagio kennen we ook voor viool (bijvoorbeeld met Arthur Grumiaux en István Hajdu, Philips 446.560-2) en voor cello (met Jean-Guihen Queyras en Alexandre Tharaud, Harmonia Mundi HMV 90.1735), maar de heldere altversie bevredigt eigenlijk het meest.

Ook Kreisler wint wat aan diepte door de interpretatie van viool naar altviool te verleggen. Zo werd dit een boeiend, verhalend en veelzijdig recital op heel hoog niveau.