TMESIS ENSEMBLE: ECHOES
CD Verzamelprogrammas

Tmesis ensemble: Echoes. Debussy: Prélude á l’après midi d’un faune (bew.  Mulleman); Neyrinck: Debussy echoe ‘Bruyères’ uit Préludes I (bew.); Schönberg: Kammersymhonie nr. 1 (bew. Webern); Ravel: Alborado del grazioso (bew, Mulleman); Saint-Saëns: Danse macabre (bew.). Et’cetera KTC 1640 (49’04”). 2018     

Eerst iets over de bijzondere naam van het ensemble: tmesis, het begrip waaraan het ensemble zijn naam ontleent. Dat is een oud-Griekse stijlfiguur die snijding bekent, het verschijnsel dat een samengesteld woord kan worden gescheiden door een daartussen geplaatst woord. Of, volgens het ensemble, een retorisch middel om voor werken in contrasterende bezetting, vorm en stijl nieuwe mogelijkheden te openen.

Het in 2016 aan het Brusselse Conservatorium opgerichte tmesis kwintet van Géraldine Clément (fl), Panagiota Giannaka (kl), Diede Verpoest (v en va) Alexandra Lelek (vc), Sara Vujadinovic (p) is van een dusdanige samenstelling met zijn combinatie van strijkers, blazers en piano dat er niet veel oorspronkelijke werken voor zijn geschreven en dat men dus is aangewezen op bewerkingen of nieuwe composities. Schönberg met zijn Verein für musikalische Privataufführungen van vlak na W.O.I diende daarbij als voorbeeld en ziet hier zijn Kammersinfonie nr. 1 door zijn bent genoot Webern daaraan onderworpen en gereduceerd van 15 soloinstrumenten tot slechts vijf. 

Drastischer zijn de door Tim Mulleman knap gemaakte reducties van de orkestwerken van Debussy en Saint-Saëns. Van Debussy’s werk bestaan wel al bewerkingen voor 2 piano’s en voor fluit en piano, maar deze doet het werk meer recht. De Debussy echo sluit dar mooi op aan. 

In de Danse macabre missen de rammelende botjes enigszins, maar verder is de verkleinde vorm best aardig door de manier waarop deze zich tot de essentie bepekt. Datzelfde geldt voor Ravel wiens vierde deel uit Miroirs een aardige tussenvorm krijgt tussen de orkest- en de pianoversie.

Frederik Neyrinck maakte vermoedelijk zijn bewerking voor fluit, klarinet, viool en cello van Debussy’s Bruyères in 2013 voor het Odysseia ensemble.In dit heel aparte, van ondernemingsgeest getuigende programma neemt het op cd debuterende tmesis ensemble op een avontuurlijke reis die verschillende oude vormen en stijlen in een nieuwe textuur laat horen. Hun vak verstaat het vijftal heel goed en het zou aardig zijn meer van hen te horen.