PYGMALION: STRAVAGANZA D'AMORE, PICHON
CD Verzamelprogrammas

Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon: Stravaganza d’amore: de geboorte van de opera aan het De Medici hof 1589-1608. Fantini: La Renuccini; Stravaganza d’amore - Toccata; Malvezzi: ‘O fortunato giorno’; ‘Dolcissime sirene’, ‘A voi, realli amanti’, ‘Coppia gentil’ uit La pellegrina; Caccini: ‘Ineffabile ardore’, ’Ineffabile ardore’ uit Il rapimento di Cefalo; O che felice giorno;  ‘Funeste piaggi’, ‘Trionfi oggi pietà .. O fortunati miei’, \Lassa, che di spavento’ uit L’Euridice; Brunelli: Non havea Febo ancora; Striggio: O giovanil ardire; Marenzio: Donne il celeste lume; Malvezzi: Sinfonia, ‘Dal vago e bel sereno’, ‘O qual risoplende’ uit La pellegrina; Udite, lagrimosi siti a’Averno; Gagliano: ‘Ohimè che veggio’, ‘Poi giacque estinto al fine’, ‘Piangete, o ninfe’, ‘Un guardo, un guard’appena’; Bella ninfa fuggitive’ uit La Dafne; Marenzio: ‘Qui di carne si sfama; ‘O mille volte’ uit La pellegrina; Orologlio: Apollo affronta il serpente; Allegri: Gagliarda a 6; Peri: ‘Al canto, al ballo’, ‘Lassa, che di spavento’ ‘Non piango e non sopiro’, ‘Cruda morte… Sospirate, aure celesti’, ‘Cioite al canto mio’, ’Ma che più’ uit Euridice; Allegri: ‘Sinfonia’ Primo ballo della notte d’Amore; Buonamente: ‘Ballo del Gran Duca’ uit Varie, sonate, sinfonie, gagliarde IV; Cavalieri: ‘O che nuovo miracolo’ uit La pellegrins. Harmonia Mundi HMM 90.2286/7 (2 cd’s, 1u., 42’3”). 2016

In januari 2019 deed Raphael Pichon met zijn Ensemble Pygmalion het Amsterdamse Muziekgebouw aan het een programma dat de titel draagt Stravaganza d’amore. Een paar jaar eerder legde hij zo’n programma op cd vast. Ideaal als herinnering aan de Amsterdamse gebeurtenis en een uitkomst voor degenen die dat optreden misten.  

Aan de hand van 37, niet alle direct op de vroegste opera’s betrokken  fragmenten voeren Pichon en zijn oude muziek ensemble ons binnen in de dramatische wereld van de legendarische en spectaculaire Florentijnse intermedi die werden samengesteld voor een trouwpartij van de familie De Medici in 1589.

Ze zijn verdeeld over zes hoofdstukken: Het domein van de liefde, La favola d’Apollo, La lagrime d’Orfeo, ‘Ballet van de koninklijke beminden’ e.a. Deze bevatten heel veel moois en interessants dat deels uitgebreider in andere opnamen aan de orde wordt gesteld en het gaat niet om een afwisseling van meesterstukken. Malvini bijvoorbeeld toont zich een zwakkere broeder.   Dat Giulio Caccini en Jacopo Peri in 1600 de eerste twee overlevende opera’s schreven (Euridice), wordt nergens duidelijk en dat Striggio’s ‘O giovenil ardire’ al uit 1585 en Buonamente’s ‘Ballo del Grand Duca; uit 1608 is, wordt verzwegen.  Maar daar staat een hoogtepunt als ‘Lassa, che di spavento’ uit Caccini’s L’Euridice tegenover. 

De vocale bijdragen zijn heel goed verzorgd en aan instrumentale kant is een weelde van klanken te horen, vooral in de verassende continuokant.

Het hele ambitieuze programma is wel een muzikale omelet waaruit omdat het zo’n pasticcio is helaas geen eieren meer kunnen ontstaan.

Secundaire bezwaren terzijde is natuurlijk best sprake van een bijzondere productie waarvan het best erg te genieten valt. Wie dit aanspreekt moet ook Pichions La storia di Orfeo met gedeelten uit Orfeo’s van Claudio Monteverdi, Luigi Rossi en Antonio Sartori (Erato 2958-51903-2) proberen.