LIRICO TRIO: STRIJKTRIO'S VAN WEINBERG, SCHNITTKE, PENDERECKI
CD Verzamelprogrammas

Trio Lirico: Weinberg: Trio voor viool, altviool en cello op. 48; Penderecki: Trio voor viool, altviool en cello; Schnittke: Trio voor viool, altviool en cello. Audite 97.753 (54’57”). 2019 

Het Duitse Trio Lirico met Franziska Pietsch (v), Sophia Reuter Iva) en Johannes Krebs (vc) richt op deze uitgave zijn blik naar het oosten en stelde een programma samen met werken van drie componisten die te lijden hadden onder het repressieve Sovjetregime en die dat moedig tegemoet traden met onder meer deze intieme, maar ook heel expressieve composities die recht uit het gemoed komt.

Het eerste kwam Weinberg daarmee in 1950, Schnittke volgde in 1985 (het jaar dat hij een eerste hartaanval had en het trio is vol geestverschijningen) en Penderecki in 1991, kort nadat de Berlijnse muur waarachter Franziska Pietsch en Sophia Reuter hun jeugd doorbrachten, was gevallen. In hoeverre iets van die repressie te horen is in het werk van Weinberg blijft de vraag. Ook hier weer zoekt hij een uitweg in het gebruik van populaire thema’s in invloeden van de Joodse volksmuziek. Schnittke was altijd een vrijbuiter die zich van het gezag niets aantrok en dit werk schreef voor de honderdste verjaardag van Alban Berg en Penderecki koestert en beproeft in zijn pakkende tweedelige werk met een mengeling van neoromantiek en ultramodernisme onder meer het improvisastievermogen van de spelers, vooral in de strenge, wilde fuga.       

Van het Trio van Weinberg bestond o.m. een prachtige opname van Gidon Kremer, Daniil Grishin en Giedré Dirvanauskaité (ECM 481.066-9). Ook van beide andere composities bestaan vroegere opnamen. Maar daarvan ken ik nauwelijks iets. Wel ben ik nu getroffen voor de diepgevoelde uitvoeringen van het Trio Lirico dat van de drie werken bekentenismuziek weet te maken.