KARG, CHRISTIANE: PARFUM
CD Verzamelprogrammas

Christiane Karg: Parfum. Ravel: Shéhérazade; Debussy: Poèmes de Baudelaire nr. 1-4 (bew. Adams); Britten: Chansons françaises nr. 1-4; Koechlin: Epiphanie op. 17/3; Duparc: L’invitation au voyage; La vie antérieure; Phildylé. Met het Bambergs symfonie orkest o.l.v. David Afkham. Berlin Clasics BC 30083-2 (74’31”). 2016

 

De Duitse sopraan Christiane Karg blijft verbazen en bewondering wekken met haar veelzijdigheid en de manier waarop ze haar programma’s samenstelt. Dat ze in haar jeugd piano en fluit speelde, danste en pas zich later pas definitief op zang richhte en zich zowel in Salzburg en als Erasmus studente in Verona bekwaamde en masterclasses volgde bij een internationaal gezelschap van bekende zangers, zal mede haar ogen hebben geopend voor een geglobaliseerd repertoire.

Haar nieuwste cd staat in het teken van de Franse poëzie, die als een parfum zijn geur nalaat in franstalige liederen. Asie…..! zucht ze, begeleid door verleidelijk klinkende klarinetten aan het begin van Ravels cyclus Shéhérazade en de opwinding en de inleving van Kargs beschrijving van een denkbeeldig Azië en zijn  invloed op de zintuiglijke waarnemingen worden meteen duidelijk gemaakt.

Deze heel directe overdracht van sfeer en gevoelens duurt gedurende het hele recital met op muziek gezette Franse dichtkunst aan. Om het even of het gaat om dwingende muziek of om juist lome, steeds treft ze de juiste toon. Een paar momenten wordt haar toon wat harder in het lage register als van een chansonnière.

Maar verder is de toets overheersend vrij licht. Op Ravel volgen Debussy’s Baudelaire liederen in een soms wat overdadige orkestratie van John Adams, daarna gedichten van Hugo en Verlaine die knap op muziek zijn gezet door een veertienjarige Britten en tot besluit zijn er drie prachtige, bekende liederen van Duparc. Karg zingt een zeer verzorgd en met finesse Frans en maakt hier dat dit materiaal zo mooi klinkt als zelden tevoren.

Talloze gevoelsuitingen komen langs: van erotisch verlangen tot melancholiek gemis.

David Afkham moet zich bewust zijn geweest van deze bijzondere gebeurtenis en begeleidt met zijn orkest telkens in de verlangde geest. Of het verstandig was om in de opname de stem opvallend naar voren te halen?