HARDENBERGER, HÅKON: STORIES
CD Verzamelprogrammas

Hardenberger, Håkon: Stories. Jolas: Histoires vraies voor piano, trompet en orkest; Beamish: Trompetconcert; Neuwirth: …miramondo muliplo…. Met Roger Muraro (p) en het Malmö symfonie orkest c.q. het Schots nationaal jeugdorkest o.l.v. Martyn Brabbins, BIS SACD 2993 (61.00’). 2014/7 

Grote solisten kost het als regel weinig moeite om componisten ertoe te brengen om voor nieuw repertoire te zorgen. Zo werd de Zweedse meestertrompettist Håkon Hardenberger (1961) al op zijn wenken bediend door Birtwistle, Dean, HK Gruber, Henze, Pärt, Takemitsu, Turnage en Wallin. Maar op deze nieuwe cd van hem hem kunnen we kennismaken met erken van drie componistes van de Frans-Amerikaanse Betsy Jolas (1926), de Britse Sally Beamish (1956) en de Oostenrijkse Olga Neuwirth (1968).

Jolas schreef haar  Histoires vraies op verzoek van Hardenberger met een pianopartij voor zijn vriend Roger Muraro. Het heeft als achtergrond de alledaagse belevenissen van de componiste en begint daarom met een stemmend orkest, wat geratel van slagwerk en een vleugje applaus voordat het werk echt concertant begint met meer inbreng van kleine trom en pauken. Maar de muziek blijft intiem met bescheiden solistische inbreng van trompet en piano. Het lijkt wel een soort Nocturne.

Heel anders ging het bij Beamish. Die zegt tot haar concert te zijn geïnspireerd na lezing van Italo Calvino’s Le città invisibili (Onzichtbare steden) als een klanklandschap dat begint met het ontwaken van de stad in het eerste deel, een dansevenement in het tweede en een uitbundige finale waarin de solist (ook nog met een cadens) en het slagwerk zich kunnen uitleven. 

Complexer wordt het met …miramondo muliplo…. (dat uitdrukkelijk zo moet worden geschreven) van Neuwirth die zichzelf, Miles Davis en Händel citeert. Er zijn vijf delen met verduidelijkende titels: aria dell'angelo, aria della memoria, aria del sangue freddo, aria della pace en aria del piacere. De solist moet het hier opnemen tegen een zwaar bezet orkest, maar het werk is heel homogeen en knap geschreven. In de solopartij is aan de fijne kneepjes te merken dat Neuwirth in jaar jeugd zelf niet onverdienstelijk trompet heeft gespeeld.

Dat Hardenberger deze werken enthousiast en op het hoogste niveau van zijn kunnen voordracht zal nauwelijks nader betoog hoeven. Minstens zo knap gerealiseerd is de orkestbijdrage van het Schotse en Zweedse orkest  met de expertise van Martyn Brabbins.

Vooral andere trompettisten moeten nu maar hun tanden in dit nieuwe repertoire zetten en daar gelukkig mee zien te worden.