BELSHAZZAR: VAN HÄNDEL, SCHUMANN, SIBELIUS, WALTON
CD Verzamelprogrammas

Händel: Belshazzar HWV. 61. Anthony Rolfe Johnson (t), Arleen Auger (s), James Bowman (ct), Catherine Robbin (a), David Wilson-Johnson (bs), Nicolas Robertson (t) met het English Concert en –koor o.l.v. Trevor Pinnock. Archiv 431.793-2 (3 cd’s, 2u. 51’03”). 1990

 

Schumann: Belsatzar op. 57. Stephan Genz en Claar ter Horst. Claves CD 50-9708 (58’46”). 1997

 

Sibelius: Belsazars feest op. 51; Jokamies op. 83; Portret van de gravin. Petri Lehto (t), Lilli Paasikivi (ms) met het Lahti kamerkoor en –symfonie orkest o.l.v. Osmo Vänskä. BIS CD 735 (65’27”). 1995

 

Sibelius: Belsazars feest op. 51; Suite Pelléas et Mélisande op. 46, JS 147; Suite Koning Christian II op. 27; ‘Valse triste’ uit Kuolema op. 44; Suite Karelia op. 11; Finlandia op. 26 (pianobewerkingen). Henri Sigfridson. Hänssler 98261 (76’03”). 2007

 

Walton: Belshazzar’s feast; Suite Henry V; Crown imperial. Bryn Terfel (b), de Waynfield singers en het Bournemouth symfonie orkest met koor o.l.v. Andrew Litton. Decca 448.134-2 (60’17”). 1995

 

Soms weten bepaalde personen uit de geschiedenis, de Bijbel, de literatuur, de toneelwereld componisten te inspireren. Zo iemand is de laatste koning der Chaldeeën uit Bijbelboek 5 Belshaz(z)ar die afwisselend met zijn vader Nabonid regeerde in Babylon dat op het laatst werd belegerd door Cyrus II, de Grote van Perzië.

Toen de door Rembrandt in Het feestmaal van Belsazar in 1635 zo fraai geschilderde Belsazar volgens de legende een menselijke hand zag verschijnen die de beroemde tekst ‘Menê menê tekel perès’ (gemeten, gij zijt toegeteld aan de Meden; gewogen, gebersten: uw koninkrijk op de muur schreef is toegewogen aan de Perzen) op de muur schreef, was het met de verkwistende koning gedaan. Meer daarover is o.a.na te lezen in Dougherty’s Nabonidus and Belshazzar.

De eerste componist die dit dankbare gegeven op muziek zette, was Händel met zijn een paar maal gemodificeerde oratorium Belshazzar HWV 61 op tekst van Jennens uit 1745.

Trevor Pinnock koos voor zijn opname die nog steeds als de mooiste geldt, niet de eerste versie, maar een pakkender, verder ontwikkelde latere. Hij beschikte over een sterrenbezetting met Arleen Augér op haar best als de Babylonische koningsmoeder Nitocris, Anthony Rolfe Johnson in de titelrol, James Bowman als de profeet Daniël en Catherine Robbin als koning Cyrus. Over de hele linie is sprake van een prachtvertolking.

Schumann schreef zijn dramatische lied Belsatzar op. 57 in 1840 op tekst van Heine met de beginregel 'Die Mitternacht zog näher schon' en de slotregel 'Beltsatzar ward aber in selbigen Nacht von seinen Knechten umgebracht'. Te midden der vele opnamen die daarvan bestaan, is die met Stephan Genz een der mooiste.

Bij Sibelius gaat het in Belshazzar’s Feest op. 51 om toneelmuziek bij een stuk van Hjalmar Procopé (1868-1927) uit 1906 met de delen ‘Alla marcia’, ‘Nocturne’, ‘Dans van het Joodse meisje’, ‘Allegretto’, ‘Dans van het leven’, ‘Dans van de dood’, ‘Tempo sostenuto’ en ‘Allegro’. Als geheel vrij kalme, beschouwelijke, maar wel mooi illustratie muziek.

Vergeleken echter met Waltons oratorium Belshazzar’s Feast uit 1929 is al het voorafgaande vrij tam. De teksten van Osbert Sitwell zijn rechtstreeks aan de bijbel ontleend en het eenvoudige verhaal begint met de klaagzang van de Hebreeërs die in Babylon gevangen worden gehouden. Belshazzar geeft een groot feest(maal) voor zijn verschillende goden (van goud, zilver, ijzer tot hout en steen toe) en wil daarvoor de heilige kelken van de tempel van Jeruzalem gebruiken. Maar die avond verschijnt dus de mysterieuze hand die op de muur schrijft dat Belshazzar vervloekt is. ’s Nachts wordt hij vermoord en het oratorium eindigt met een vreugdekoor van de Israëlieten. Aan verbeeldingskracht laat het heftige, grootschalige werk  voor bariton solist, groot koor en groot orkest, versterkt met koperensemble het niet ontbreken. De delen van het tiendelige ruim een half uur durende werk zijn: ‘Thus spoke Isaiah’, ‘If I forget thee, O Jerusalem’, ‘By the waters of Babylon’, ‘Babylon was a great city’, ‘Praise ye’, ‘Thus in Babylon the mighty city’, ‘And in that same hour’, ‘Then sing aloud to God our strength’, ‘The trumpeters and pipers are silent’ en tot slot nog eens ‘Then sing aloud to God our strength’.

Van de diverse opnamen die van deze compositie bestaan is die van Terfel en Litton één der beste, vooral omdat Terfel niet alleen zo mooi zingt, maar ook als spreker zo overtuigt. De in de kathedraal in Winchester gemaakte opname werkt sfeer verhogend.