LULLY
 

LULLY, JEAN-BAPTISTE (1632 – 1687): HOFCOMPONIST VAN DE ZONNEKONING

 

 

 

Hij moet haast wel verschrikkelijk woest tekeer zijn gegaan met zijn lange dirigeerstaf, Jean Baptiste Lully. In elk geval verwondde hij zijn voet daarmee tijdens een uitvoering van zijn Te Deum ter gelegenheid van de van een ziekte herstelde Lodewijk XIV in januari 1687 dusdanig dat hij aan de daardoor opgelopen bloedvergiftiging drie maanden later stierf als schatrijk man omdat hij had geweigerd de gekwetste voet tijdig te laten amputeren. Het was een merkwaardige mengeling van grandeur en farce, passend in de tijd en bij zijn persoonlijkheid.

 

Droevig is dat hij haast meer door dat noodlot dan door zijn muziek in herinnering is gebleven hoewel hij in de zeventiende eeuw vanuit Parijs grote invloed uitoefende, niet alleen op het Franse, maar op het hele West Europese muziekleven.

 

In 1646 nam Roger de Lorraine, chevalier De Guise de veertienjarige Lully vanuit Italië mee naar Parijs waar hij hem een aanstelling gaf aan het hof van zijn nichtje De Montpensier dat op haar beurt een nicht van Lodewijk XIV was. In haar hofhouding op de Tuileriën maakte hij kennis met het beste uit de Franse muziek en hoewel zijn heerseres een hekel had aan Mazarin en zich voor de Fronde inzette, kon hij zich ook voor de Italiaanse muziek engageren. Na de nederlaag van de Frondisten werd Mlle De Montpensier naar St. Fargeau verbannen. Lully werd uit haar dienst ontslagen en na de dood van zijn vriend Lazzarini in 1653 benoemd als hofcomponist van zonnekoning Lodewijk XIV.

 

Vrijwel al zijn composities dienden om de smaak en de verlangens van de koning te behagen. Na 1655 vergaarde hij – van huis uit violist - snel roem als danser, mimespeler, komediant en componist; de gedisciplineerde opleiding die hij gaaf aan ’s konings ‘petite bande’ bezorgde hem nog meer erkenning. In 1661 werd Lully benoemd als surintendant de la musique et compositeur de la musique de la chambre en in 1662 tot maître de la musique de la famille royale. Intussen was hij tot Fransman genaturaliseerd en in juli 1662 trouwde hij met Madeleine Lambert. Het compositorische zwaartepunt lag in de beginperiode van 1653 tot 1663 op de ballets de cour, waaraan de koning zelf vaak als danser deelnam.

 

Lully ging voor een reeks tussen 1663 en 1672 geschreven comédies-ballets intensief samenwerken met Molière, hetgeen culmineerde in Le bourgeois gentilhomme (1670). Daarna richtte hij zich van 1673 tot 1686 op de opera en maakt hij zich in 1672 het voordien aan Perrin voorbehouden privilege eigen om exclusief voor de koning te kunnen werken om opera’s te produceren en zo rivalen de pas af te snijden. Hij had zelfs het recht andermans muziek voor het marionettentheater te verbieden. Geen wonder dat hij veel vijanden maakte; eentje van hen was Henri Guichard die vergeefs trachtte hem te vergiftigen door arsenicum in zijn snuifdoos te doen. Ernstiger waren beschuldigingen van homoseksualiteit die de koning aanleiding gaven hem te dreigen met openbaarmaking.

 

Zijn eerste theater was een omgebouwde tennishal, maar na de dood van Molière huurde hij rentevrij het theater van het Palais royal om daar één opera per jaar te introduceren. Als librettoschrijver koos hij Philippe Quinault met wie hij een essentieel Frans soort opera grondvestte dat de naam tragédie lyrique kreeg. Tussen 1673 en 1686 schreef hij dertien van deze werken, waarvan elf met inbreng van Quinault. Het ging steeds om waarlijk koninklijk vermaak, steeds op basis van het klassieke conflict tussen de glorie en de liefde. Lodewijk zelf droeg het onderwerp van tenminste vier van deze werken zelf aan en gaf zijn goedkeuring aan de uiting van politieke gevoelens uit de prologen.

 

Geen wonder dat Lully’s muziek een verheven karakter heeft, zoals blijkt uit de statige ouvertures, de zorgvuldig vormgegeven recitatieven en de plastische koren. Menige aria is een uiting van zowel de galante hofmores als van de toneelmatige handeling. Maar soms grenst de nadrukkelijke statigheid aan het pompeuze.

 

Gedurende deze hele periode genoot Lully de ondersteuning van de koning. Zelden zal een componist zo het culturele leven een tijdlang hebben gedomineerd. Dankzij zijn vriendschap met de koning en het nodige onscrupuleuze gemanipuleer had hij de absolute controle van het muziekleven in Parijs en Versailles verworden. Natuurlijk was Lully ook zeer begaafd; hij schreef spirituele en energieke dansmuziek die, gebundeld in suites, grote invloed uitoefende op de Europese orkestmuziek tot in het midden van de achttiende eeuw. Zijn grootste persoonlijke triomf kwam in 1681 toen hij secrétaire du Roi werd. Na het huwelijk van Lodewijk met Madame De Maintenon in 1683 versoberde het hofleven en kreeg Lully minder opdrachten; waarschijnlijk als compensatie ging hij toen vooral geestelijke werken schrijven. Grands motets met het Miserere als een der mooiste en evenzeer bedoeld om de Koning der Hemelen als de Koning van Frankrijk te eren. Bij zijn dood liet hij een onvoltooide tragédie lyrique na: Achille et Polyxène.

 

Hoezeer hij de eerste belangrijke componist van Franstalige opera’s was, wordt verduidelijkt aan de hand van een aantal hieronder genoemde volledige opnamen. Menig motet werd geschreven voor graag zingende nonnenordes.

 

De discografische situatie rond de uit het Italiaanse Florence stammende componist en grondlegger van de Franse operastijl is – ook in zijn tweede vaderland – vrij lang nogal troosteloos geweest. In het begin van de lp era waren er nog geheel geen opnamen van zijn comédies-ballets en opera’s, hooguit van wat balletsuites en losse aria’s, onder andere met Gérard Souzay. Van zijn geestelijke muziek waren op Archiv alleen het Dies irae en Miserere voorhanden. Pas rond het midden van de jaren zeventig kwam de langverwachte doorbraak die gelijktijdig volgde in de genres opera, balletkomedie en geestelijke muziek.

 

 

 

Discografie

 

Le bourgeois gentilhomme. Rachel Yakar, René Jacobs,Sigmund Nimsgern e.a. met La petite bande o.l.v. Gustav Leonhardt. Harmonia Mundi GD 77059 (2 cd’s).

 

Le bourgeois gentilhomme. Françoise Masset, Julie Hassler, Renaud Tripathi, François-Nicolas Geslot, Bruno Boterf, Yves Coudray, Jean-Louis Georgel en Philippe Roche met La symphonie du Marais o.l.v. Hugo Reyne. Accord 472.512-2 (2 cd’s).

 

Les comédies ballets. Gedeelten uit Les amants magnifiques, L’Amour médecin, Le bourgeois gentilhomme, George Dandin, Monsieur de Pourceaugnac, Pastoral comique, Les plaisirs de l’île enchantée, Phaeton. Vocale solisten met het Sagittarius vocaal ensemble en Les musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski. Erato 3984-26998-2 (2 cd’s).

 

Orkestsuites Le bourgeois gentilhomme en Le divertissement royal. L’Orchestre du Roi Soleil o.l.v. Jordi Savall. Alia Vox AV 9807.

 

Les divertissements de Versailles. Les arts florissants o.l.v. William Christie. Erato 0927-44655-2.

 

Soundtrack van de film Le roi danse. Musica antiqua Keulen o.l.v. Reinhard Goebel. DG 463.446-2.

 

Les folies d’Espagne. Hobo-ensemble Michel Piquet. EMI 572.157-2.

 

Motetten Benedictus, Exaudi Deua, O dulcissime, Notus in Judaea Deus. Le concert spirituel o.l.v. Hervé Nicquet. Naxos 8.554389.

 

Kleine motetten Anima Christe, Ave coeli, Dixit Dominus, Dominum salvum fac regem, Exaudi Deus, Laudate pueri, O dulcissime, Omnes gentes, O Sapienta, Regina coeli, Salve Regina. Les arts florissants o.l.v. William Christie. Harmonia Mundi HMC 90.1274.

 

Acis et Galatée. Jean-Paul Fouchécourt, Véronique Gens, Laurent Naouri, Mireille Delunsch, Thierry Félix, Howard Crook e.a. met Les musiciens du Louvre en –koor o.l.v. Marc Minkowski. Archiv 453.497-2 (2 cd’s).

 

Alceste. Colette Alliot-Lugaz, Jean-Pierre Lafont, Howard Crook, Sophie Marin-Degor, Gilles Ragon, Michel Dens e.a. met het Sagittarius ensemble en La grande écurie du Roi o.l.v. Jean-Claude Malgoire. Astrée E 8527 (2 cd’s).

 

Armide. Guillemette Laurens, Howard Crook, Véronique Gens e.a. met het Collegium vocale Gent en La chapelle royale o.l.v. Philip Herreweghe. Harmonia Mundi HMC 90.1456/7 (2 cd’s).

 

Atys. Guy de Mey, Agnes Mellon, Guillemette Laurens, Jean-François Gardeil, François Semellaz, Noëmi Rime met Les arts florissants o.l.v. William Christie. Harmonia Mundi HMC 90.1257/9 (3 cd’s); Hoogtepunten: HMA 191249.

 

Persée. Paul Agnew, Anna Maria Panzarella, Salomé Haller, Jérôme Correas, Vincent Billier e.a. met Les chantres de Versaille en Les talens lyriques o.l.v. Christophe Rousset. Astrée E 8874 (3 cd’s).

 

Phaëton. Howard Crook, Rachel Yakar, Jennifer Smith, Véronique Gens e.a. met het Sagittarius ensemble en Les audiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski. Erato 3984-26998-2 (2 cd’s).

 

Roland. Nicolas Testé, Anna Maria Panzarella, Olivier Dumait, Monique Zanetti, Robert Getchell e.a. met het Operakoor Lausanne en Les Talens lyriques o.l.v. Christophe Rousset. Ambroisie AMB 9949 (3 cd’s).