STRAUSS DYNASTIE
componisten portretten

STRAUSS DYNASTIE: STIJLVOLLE DANSMUZIEK EN MEER

 

De familie Strauss die hier aan de orde wordt gesteld, bestaat uit Johann sr. (1804-1849), Johann jr. (1825 – 1899), Josef (1827 – 1870) en Eduard (1835 – 1916). Van deze ‘Straussdynastie’ is Johann jr. het bekendst geworden als de ‘Walsenkoning’. In menig opzicht was hij de laatste componist die in het derde en laatste gedeelte van de negentiende eeuw de toen al dubieus geworden reputatie van de maatschappelijke glans van de burgerlijke muziek zonder enig blijk van onwaarachtigheid in zijn attitude verheerlijkte. Zijn walsen, polka’s en operettes combineren hun uiterlijk fraaie effect met een grote muzikale gedegenheid en niet minder met een enorme rijkdom en verscheidenheid aan invallen.

In dat opzicht neemt Strauss jr. in de muziekgeschiedenis van de negentiende eeuw een heel bijzondere plaats in, die in zoverre wordt gekenmerkt door een verheerlijkte vorm van de natijd die een fraaie tegenstelling vormt met de eerder pessimistische, epicuristische aard van het Oostenrijkse fin de siècle. Dat die muziek van de walsenkoning in de twintigste eeuw voor een deel het materiaal werd voor parkconcerten en strijkjes en dat zijn operettes in provincietheaters werden verramscht en dat de geniale Fledermaus tenslotte uitwisselbaar werd met Im weißen Rössl en de voze operettes van een Robert Stolz is al fraai geanalyseerd door Karl Kraus en Hermann Broch die het hadden over een “zur puren Idiotie verflachten Abklatsch” van de komische opera en over de “pervertering van romantische kunstvoorstellingen”.

Toen Johann Strauss sr. in 1849 op vijfenveertigjarige leeftijd stierf, suggereerde een Weense necroloog dat de stad moest rouwen, niet alleen omdat een groot man was gestorven, maar ook omdat een geniale inwoner van Wenen dit op zo jonge leeftijd was overkomen. Vijftig jaar later schreef hij hetzelfde bij de dood van Johann jr. in 1899 die weliswaar 74 was geworden.

Opnieuw werd zo de controverse over de waarde en de kwaliteit van een bijzonder muziekgenre nieuw leven ingeblazen door te suggereren dat de massafabrikant van walsen minstens zo hoog zou moeten worden aangeslagen als Schubert of n’importe welke componist die serieuze symfonieën en sonates schreef.

De bewonderaars van het oeuvre van de Straussfamilie worden in bepaalde kringen nog altijd wat meewarig aangekeken en hebben het moeilijk om anderen ervan te overtuigen dat de muziek die door deze dynastie werd voortgebracht meer is dan het schuim van de Weense high society. Het gaat namelijk niet aan om neerbuigend te doen over het vakmanschap en de inventiviteit van componisten die honderden mooie stukken schreven binnen de enorme technische beperkingen die de wals en de polka bezitten.

De composities van Strauss sr. zijn als regel nog vrij conventioneel en kortademig, maar met de bekende Radetzky mars schiep hij een werk dat het symbool werd van de Habsburgse militaire macht, net zoals later An der schönen blauen Donau van zijn zoon het toonbeeld werd van het glanzende hedonisme van het nog keizerlijke Wenen.

Behalve de beide Johanns waren daar ook nog de jongere broers Josef en Eduard. Josef liet zo’n 280 stukken na, maar kon het niet opnemen tegen zijn jongere broer en nakomertje Eduard bleek niet veel meer dan mislukt te zijn.

Johann jr. vestigde de gouden standaard voor het schrijven van lichte muziek gedurende de eerste vijftig jaar na zijn dood, niet alleen door de Weense wals en andere dansvormen danig te verrijken, maar ook met zijn operette Die Fledermaus die door de operawereld is ingelijfd als een der fijnste komische opera’s. Grote dieptewerking mag men niet verwachten van het stuk, maar Johann jr. had maar weinig rivalen als ongecompliceerde melodicus en orkestrator en zijn muziek heeft altijd een grote nostalgieke attractie behouden waarop die necroloog zinspeelde toen hij over hem sprak in termen als: “het laatste symbool van vrolijke, aangename tijden”.

Wat de dansmuziek betreft: de al genoemde Radetzky mars wordt ieder jaar in de Musikverein gespeeld tot slot van het Nieuwjaarsconcert. Maar het bekendste materiaal van Johann jr., zoals Unter Donner und Blitz, Kaiserwalzer, Wiener Blut, Accelerationen, Annen-Polka, Geschichten aus dem Wiener Wald, Auf der Jagd, Banditten-Galopp, Eljen a Magyar, Frühlingsstimmen, An der schönen blauen Donau, Künstlerleben, Leichtes Blut, Morgenblätter, Pizzicato-Polka, Rosen aus dem Süden, Tritsch-Tratsch-Polka, Wein, Weib und Gesang behoren ook tot de succesnummers die nog steeds tientallen keren worden uitgevoerd en zijn opgenomen.

Strauss jr. claimde ooit dat hij de walsvorm domweg van zijn vader had overgenomen en inderdaad klopt dat gerekend naar de vorm: een langzame inleiding, vijf herhalingen van de wals en een coda. Maar Johann jr. verlengde het centrale gedeelte, zorgde dat het hele stuk homogener werd en maakte het tevens complexer. Vooral daardoor leent deze muziek zich ook goed om tijdens concerten te worden gespeeld, al gaat het in wezen natuurlijk om echte dansmuziek.

Wie niet naar het Weense Opernball of andere gelijksoortige manifestaties gaat, doet er goed aan om dit materiaal mondjesmaat te genieten voordat verveling door de congruentie van het moois de overhand krijgt. Toch is het goed te bedenken dat iemand als Schönberg zo gecharmeerd was van het idioom dat hij van twee walsen transcripties voor kamermuziekensemble maakte en zijn leerlingen Berg en Webern opdracht gaf er nog enige te maken.

Wie voor het totaal gaat, kan terecht bij de 53 (!) cd’s van Marco Polo met het Tsjechisch staatsorkest Kosice en anders in wat bescheidener vorm bij Boskovsky en de Weners; wie aan gedoseerder porties genoeg heeft, is het beste af met de zaalregistratie van de Nieuwjaarsconcerten sinds 1963. De mooiste daarvan zijn hieronder vermeld. Sommige zijn ook op video verkrijgbaar.

 

Discografie

Dansmuziek

‘Strauss Edition’. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Willi Boskovsky. Decca 455.254-2 (6 cd’s) en 443.473-2 (2 cd’s).

Beroemde walsen. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Willi Boskovsky. Decca 417.707-2.

Diverse werken. Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. DG 449.768-2.

Weens Nieuwjaarsconcert 1987. Kathleen Battle met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. DG 419.616-2.

Weens Nieuwjaarsconcert 1996. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Lorin Maazel. RCA 09026-68421-2 (2 cd’s).

Weens Nieuwjaarsconcert 1999. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Lorin Maazel. RCA 74321-61687-2.

Weens Nieuwjaarsconcert 2000. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Riccardo Muti. EMI 567.323-2 (2 cd’s).

 

Operette

Eine Nacht in Venedig; Wiener Blut. Elisabeth Schwarzkopf, Nicolai Gedda, Erika Köth, Erich Kunz, Emmy Loose, Karl Dönch met het Philharmonia koor en –orkest o.l.v. Otto Ackermann. EMI 567.532-2 (2 cd’s).

Die Fledermaus. Julia Varady, Lucia Popp, Hermann Prey, René Kollo, Bernd Weikl, Ivan Rebroff, Benno Kusche, Ferry Gruber, Eva List, Franz Muzeneder met het Ensemble van de Beierse Staatsopera o.l.v. Carlos Kleiber. DG 457.765-2 (2 cd’s).

 Die Fledermaus. Elisabeth Schwarzkopf, Rita Streich, Nicolai Gedda, Helmut Krebs, Erich Kunz, Rudolf Christ, Karl Dönch, Erich Majkut, Luise Martini, Franz Böheim met het Philharmonia koor en –orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 567.074-2 (2 cd’s).

Der Zigeunerbaron. Pamela Coburn, Herbert Lippert, Wolfgang Holzmair, Rudolf Schasching, Christiane Oelze, Julia Hamari, Elisabeth von Magnus, Jürgen Flimm, Robert Florianschutz en Hans-Jürgen Lazar met het Schönbergkoor en het Weens symfonie orkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Teldec 4509-94555-2 (2 cd’s).

Weens Nieuwjaarsconcert 2003. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. TDK DV-WPNK 03.

 

Video

Weens Nieuwjaarsconcert 1989. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Carlos Kleiber. DG 073-024-9.

Weens Nieuwjaarsconcert 2000. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Riccardo Muti. EMI 492.361-9.

Weens Nieuwjaarsconcert 2003. Weens filharmonisch orkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. TDK DV-WPNK 03.

Die Fledermaus. Pamela Coburn, Janet Perry, Brigitte Fassbänder, Eberhard Wächter, Wolfgang Brendel, Josef Hopfwieser met het Ensemble van de Beierse Staatsopera o.l.v. Carlos Kleiber. DG 073-007-9.