STRADELLA
componisten portretten

STRADELLA, ALESSANDRO (1644 – 1682): MEESTER VAN HET ORATORIUM

 

Alessandro Stradella was een notoire rokkenjager wiens seksuele avonturen in 1682 al leidden tot zijn moord in Genua. Dat gedrag stond tijdenlang een objectieve beoordeling van zijn leven en werk als componist in de weg. In alle objectiviteit valt namelijk niet te ontkennen dat hij prachtige cantates, oratoria en opera’s schreef naar zeventiende eeuwse maatstaven gerekend. Zo is zijn oratorium San Giovanni Battista uit 1675 een van de pakkendste dramatische werken uit die tijd.

Zowel in zijn oratoria als in zijn zuiver instrumentale werken was Stradella een van de eerste componisten die gebruik maakte van de concerto grosso vorm waarin de muziek werd verdeeld over het volledige ensemble en een kleiner groepje solisten om voor meer dramatisch contrast te zorgen. In dat opzicht zorgde hij voor een model waarop bijvoorbeeld Corelli met zijn Concerti grossi op. 6 voortbouwde.

Stradella is in Rome geboren en behoorde tot een familie van de lagere adel. Dat maakt het voor hem mogelijk om zich in lichtelijk geëxalteerde aristocratische kringen te bewegen. Tot zijn mecenassen behoorden de machtige families Colonna en Pamphili, maar ook koningin Christina van Zweden die in vrijwillige ballingschap in Rome leefde; sinds zijn veertiende behoorde Stradella tot haar hofhouding. Toen in 1669 werd ontdekt dat hij mede in een complot zat om geld van de kerk te verduisteren, moest hij gedurende korte tijd de stad verlaten. Maar hij was bijtijds terug voor de opening van een nieuw theater, het Teatro Tordinona, waarin verschillende van zijn werken werden uitgevoerd.

In 1673 probeerde hij in Florence vergeefs een jonge non, Lisabetta Marmonari op wie hij al enige jaren verliefd was te ontvoeren. Vier jaar later was hij in Venetië waar hem door Alvise Contarini was gevraagd om les te geven aan diens jonge minnares. Stradella zelf vluchtte met haar naar Turijn en een verbolgen Contarini huurde twee moordenaars om hem definitief uit te schakelen. Die moord mislukte. Maar Stradella raakte wel zwaargewond. In 1678 vluchtte hij verder naar Genua, maar ook daar weer waagde hij zich aan een ongelukkig amoureus avontuur en ditmaal moest hij daarvoor door de geslaagde ingreep van weer een huurmoordenaar op het stadsplein definitief boeten.

Het oratorium San Giovanni Battista werd geschreven voor de broederschap der Florentijnen in Rome die in 1675 ter ere van een door de paus uitgeroepen heilig jaar veertien oratoria bestelde om hun patroonheilige Johannes de Doper te eren. Stradella’s poging is qua dramatisch raffinement een meesterwerk dankzij de scherp getekende hoofdfiguren, een overdaad aan emoties en een heel directe muziektaal. Wat ook hielp, was dat Italiaans en niet Latijn voor de tekst werd gebruikt.

Hoewel San Giovanni de protagonist is, veroorzaakt het corrupte en incestueuze hof van Erode (Herodes) de grote psychologische complexiteit die uit het werk blijkt. Stradella had veel steun van zijn librettist die zorgt dat de spanning erin blijft door af te zien van een verteller/evangelist. Maar het is toch de muziek zelf die een prachtig beeld schetst van de sfeer van degeneratie en moreel verval, uitmondend in paniek.

In verschillende aria’s toont Stradella zich een voorloper van Händel met diens zwierige aria’s, maar hij beschikte nog niet over Händels tendens om de bloemrijke momenten uit te buiten ten koste van de dramatische stuwkracht. De stemmingswisselingen binnen één aria zijn soms erg groot. Dus wanneer Erodiade (Salome) vraagt om de dood van Johannes, begint ze nerveus gespannen aan dat verzoek, ageert geleidelijk insinuerender, dan nukkig om tenslotte haar pleidooi te eindigen in een prachtige aria: Queste lagrime. Eigenlijk alleen in Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea wordt een dergelijke aangrijpende uiting van de schijnbare macht van het boze getoond. En natuurlijk een paar eeuwen later door Richard Strauss met zijn opera Salome over hetzelfde gegeven.

Nauwelijks minder imposant zijn de vele cantates van Stradella. Het gaat meestal om korte, dramatische werken met één solist(e). Als discrete eenheden, alsof wordt voortgeborduurd op een enkele aria uit een opera. Het genre was in de zeventiende eeuw bijzonder populair. Het vergde echter wel een grote kunde om samenhang en kracht te verlenen aan sterk gecomprimeerde vorm om deze in muzikaal en dramatisch opzicht coherent te maken.

Dat lukte Stradella voortreffelijk en hij was in dit genre heel briljant bij het genereren van dramatische intensiteit en zo een geduchte rivaal van zijn Venetiaanse tijdgenote Barbara Strozzi. Fuor della Stigia sponda bijvoorbeeld vertelt het verhaal van Orfeus die met lege handen uit de onderwereld terugkomt waar hij Euridice definitief heeft verloren. Het stuk begint met een sfeerschildering in recitatiefvorm voordat Orfeus aan zijn met ingehouden emoties gezongen klaagzang begint. Ferma il corso is een andere klaagzang, hier gezongen door Arianna (Ariadne) wanneer ze beweent dat ze door haar minnaar Theseus in de steek is gelaten. In dit werk treffen nog meer de plotselinge stemmingswisselingen en extreme effecten, inclusief een rijke chromatiek en een veeleisende virtuositeit. Vergelijk deze cantate maar eens met Monteverdi’s Lamento d’Arianna!

Stradella’s bijdragen op operagebied bestonden voornamelijk uit prologen en intermezzi voor opera’s van Cavalli en Cesti die in het Teatro Tordinona werden opgevoerd. Zijn enige komische opera Il trespolo tutore  werd daar in 1677 opgevoerd; Il Corisporo behoort tot zijn overige theaterwerken.

 

Selectieve discografie

Cantates. Christine Brandes, Paul O’Dette, Ingrid Matthews, Mary Springfels en Barbara Weiss. Harmonia Mundi HMU 90.7192. 1997

Kerstcantates Ah, ah, troppo è ver en Si apra al riso. Mechtild Bach, Ruth Ziesak, Christoph Prégardien, Barbara Schlick, Michael Schopper e.a. met La stagione Frankfurt o.l.v. Michael Schneider. Harmonia Mundi 05472-77463-2. 1996

Cantates. Lavinia Bertotti, Emanuela Galli, Barbara Zanichelli, Roberto Balconi, Maurizio Sciuto en Carlo Lepore met het Orchestra barocca della Civica scuola di musica de Milano o.l.v. Enrico Gatti. Arcana A 79. 1997 Motetten Benedictus Dominus Deo, Chare Jesu suavissime, Crocifissione e morte di N.S. Giesù Christo, Lamentatione  per il mercoledi santo, O vos omnes qui transitis. Sandrine Piau en Gérard Lesne en Il seminario musicale. Virgin 561.588-2 (2 cd’s).

San Giovanni Battista. Catherine Bott, Christine Batty, Philippe Huttenlocher, Gérard Lesne en Richard Edgar-Wilson met Les musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski. Erato 2292-45739-2. 1991