LULLY: CADMUS ET HERMIONE

Lully: Cadmus et Hermione LWV 49. André Morsch, Claire Lefilliâtre, Arnaud Marzorati, Jean-François Lombard e.a. met koor, orkest en dansers van Poème harmonique o.l.v. Vincent Dumestre. Alpha 701 (2u 03’). 2008-12-15 

Lully was degene die feitelijk de Franse opera, ofwel tragédie lyrique zoals de naam destijds luidde, schiep. Hij deed dat door het hoofse ballet te integreren met de conventies van de klassieke Franse tragedie en het geheel te maken tot een nogal buitensporig spektakel waarbij de scènische effecten en de choreografie even belangrijk waren als de muziek.

De bewerkelijke, vaak fantastische handeling, meestal ontleend aan de Griekse mythologie werd gecombineerd met morele kwesties zoals een manier om eer te betonen aan de wijsheid van Lodewijk voor wie het werk ook werd geschreven.

Een belangrijke vernieuwing betrof de introductie van een ouverture in twee delen: het eerste langzaam, verheven en statig, het tweede geanimeerder en bij voorkeur fugatisch. Lully ontwikkelde ook een soort recitatief dat minder zwierig was dan het Italiaanse model en dat was gebaseerd op de declamatorische stijl uit de Franse tragedie van Molière en Racine. De koren hebben een plastisch karakter en menige aria is een uiting van zowel de galante hofmores als van de toneelmatige handeling. Maar soms grenst de nadrukkelijke statigheid aan het pompeuze.

Als librettoschrijver koos hij bij voorkeur Philippe Quinault. Tussen 1673 en 1686 schreef Lully dertien van deze werken, waarvan elf met inbreng van Quinault. Het ging steeds om waarlijk koninklijk vermaak, steeds op basis van het klassieke conflict tussen de glorie en de liefde. Lodewijk zelf droeg het onderwerp van ten minste vier van deze werken zelf aan en gaf zijn goedkeuring aan de uiting van politieke gevoelens uit de prologen.

In het geval van de getoonzette legende Cadmus et Hermione uit 1673 werd teruggegaan op stof van Ovidius. Het werk dat handelt over drakenvechter prins Cadmus die Europa wil veroveren op zoek naar zijn zuster, gesteund door prinses Hermione (of Harmonia, de muziek) met de glorieuze verschijning Apollo (Lodewijk XIV) die terloops de slang python verslaat staat aan het begin van die traditie.

Dit werk beleeft hier wel zijn première op geluidsdrager want op cd was niet meer dan de ouverture beschikbaar en dvd opnamen ervan evenmin; ze zullen ook niet gauw verschijnen. Met de London Oboe Band beperkte Goodman zich tot wat brokken (Harmonia Mundi HMU 90.7122).

De eigenlijk enige manier waarop opera’s van Lully tegenwoordig nog genietbaar zijn, is in het theater of zoals hier dus via een fraai verfilmde theatervoorstelling als spektakelstuk en Gesamtkunstwerk. Het mooie van deze productie is dat gelukkig geen enkele moeite is gedaan om het werk te vervreemden en bijvoorbeeld in deze tijd te plaatsen. Zorgvuldig zijn de conventies uit de ontstaanstijd in acht genomen. Zo wordt Lully’s muziek in dramatisch opzicht heel geloofwaardig. Voor veel contrastwerking is gezorgd.

Het solistenteam is een homogene groep. Ambivalente gevoelens worden uitgediept, van enigerlei bloedeloosheid is geen sprake. In tegendeel: het werk bruist èn ontroert. De dansen zijn charmant, de koorbijdragen verfijnd en dirigent Dumestre brengt door middel van intelligente tempi en gevarieerde instrumentale articulatie waarin ruwere kantjes niet worden vermeden profiel aan in de muziek.

Ook over de aankleding door Benjamin Lazar, de choreografie van Gudrun Skamletz en de verfilming door Martin Fraudeau louter positiefs. Voor ondertiteling tot in het Chinees en Nederlands is gezorgd.