STRAUSS, JOH.: DIE FLEDERMAUS, BONYNGE, DOMINGO, GUSCHLBAUER, JUROWSKI, KLEIBER, MINKOWSKI

Strauss, J: Die Fledermaus. Kiri te Kanawa (Rosalinde), Hildegard Heichele (Adele), Hermann Prey (Eisenstein), Dennis O’Neill (Alfred), Benjamin Luxon (Dr. Falke), Doris Soffel (Orlovsky), Michael Langdon (Frank) e.a. met het Ensemble van Covent Garden, Londen o.l.v. Plácido Domingo. Regie: Leopold Lindtberg. NVC Arts 4509-99216-2 (176’, 4:3, geluid 2.0, regio 2-6). 1983

Strauss, J: Die Fledermaus. Pamela Coburn (Rosalinde), Janet Perry (Adèle), Eberhard Wächter (Gabriel), Josef Hopferwieser (Alfred), Wolfgang Brendel (Dr. Falke), Brigitte Fassbänder (Orlovsky), Benno Kusche (Frank), Ferry Gruber (Dr. Blind), Irene Steinbeisser (Ida), Franz Muxeneder (Frosch) en Ivan Unger (Ivan) met het Ensemble van de Beierse Staatsopera o.l.v. Carlos Kleiber. Regie: Otto Schenk. DG 073-007-9 (155’, 4:3, geluid 2.0, regio 0). 1987

Strauss, J: Die Fledermaus. Mireille Delunsch (Rosalinde), Malin Hartelius (Adele), Christoph Homberger (Eisenstein), Jerry Hadley (Alfred), Olaf Bär (Dr. Falke),Dale Duesing (Frank) e.a. met het Schönbergkoor en het Salzburgs Mozarteum orkest o.l.v. Marc Minkowski. Regie: Hans Neuenfels. ArtHaus 100.340 (170’, 16:9, geluid 2.0 en 5.1, regio 0). 2001Strauss, J: Die Fledermaus. Pamela Armstrong (Rosalinde), Lyubov Petrova (, Thomas Allen, Pär Lindskog, Håkan Hagegård, Malena Ernman, Artur Korn e.a. het het Ensemble van het Glyndebourne festival o.l.v. Vladimir Jurowski. BBC/Opus Arte OA 0889D (2 dvd’s, 196’, 16:9, geluid PCM stereo en DTS 5.1, regio 0). 2003Strauss, J: Die Fledermaus. Lucia Popp, Edita Gruberova (Rosalinde), Bernd Weikl (Eisenstein), Josef Hopfenweiser (Dr. Frank), Walter Berry (Falke) e.a. met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Theodor Guschlbauer. TDK DV-CLOPDFM (2 dvd’s, 169’, 4:3, geluid PCM stereo, regio 0). 1980

Strauss, J: The bat (in Engels). Nancy Gustafson (Rosalinde), Judith Howarth (Adele), Louis Otey (Eisenstein), Bonaventura Bottone (Alfred), Anthony Michaels-Moore (Dr. Falke), Jochen Kowalski (Orlovsky) e.a. met als gasten Joan Sutherland, Luciano Pavarotti en Marilyn Horne met het Ensemble van Covent Garden, Londen o.l.v. Richard Bonynge. Regie: John Cox. ArtHaus 100.134 (197’, 4:3, geluid 2.0, regio 2 en 5). 1990

 

De in 1874 in première gegeven Die Fledermaus, zo ongeveer de populairste Weense operette met operastatus, is nog steeds een briljant en knap, maar ook begrijpend commentaar op de morele losheid van de Weense society uit die dagen, maar dan gevat in sprankelende, heel melodieuze muziek die meteen een groot succes garandeerde. Binnen een jaar of tien had het werk al zo’n 170 theaters veroverd.

Op papier is de handeling nogal gecompliceerd, op het onbegrijpelijke af, maar op toneel werkt dit relaas van ontrouw, identiteitsverwisselingen en overmatig champagnegebruik even volmaakt als welk brok muziektheater dan ook. Offenbachs geestige, hedonistische Franse operettes beïnvloedden Die Fledermaus duidelijk, maar Strauss’ in essentie Weense decorum verzacht de scherpe randjes van de satire. Dit echt belangrijke theaterwerk, nog altijd het beste in zijn soort, vestigde een traditie die werd voortgezet door Lehár en – in sterk verwaterde vorm – door Stolz; Richard Strauss bracht er eerbetoon aan door in zijn Rosenkavalier de walsritmen zo’n belangrijke plaats te geven.

Van het zestal hierboven genoemde opnamen kunnen we hier op het continent als eerste de Engelstalige versie van Bonynge gevoeglijk overslaan, tenzij men op een merkwaardig curiosum uit is. Het gat daarbij om de ook ooit op Pioneer PLMCD 00721 (laserdisc) verschenen geheel versie (door John Mortimer) van een voorstelling op oudejaarsavond 1990 in Covent Garden o.l.v. Richard Bonynge worden genoemd. Dat was een drie uur en een kwartier durende galavoorstelling in de geest van de bekende oude Weense dito onder Karajan op cd (Decca 421.046-2, 2 cd’s) met Einlagen door tijdens het bal van prins Orlovsky verrassend opduikende gasten, in dit geval Joan Sutherland (tevens haar afscheid), Luciano Pavarotti en Marilyn Horne. Hoewel Nancy Gustafson een innemende Rosalinde, Judith Howarth een geestige Adèle en countertenor Jochen Kowalski (als zingende alt en sprekende bariton) met het ensemble een goede opvoering neerzetten, is het toch nogal vervreemdend het werk in beschaafd Engels te horen.

Als eerste aan een TV uitzending van de BBC ontleende beeldproductie verscheen de in 1983 in Covent Garden gemaakte opname met Domingo verrassend als dirigent; deze was ook al in tapevorm op Castle CV 12023 verkrijgbaar. Het is een merkwaardige mengvertoning met Kiri te Kanawa als Engelstalige upperclass Rosalind, de echtgenote van de Weense Eisenstein Hermann Prey en Benjamin Luxon als onwaarschijnlijk Engelse gevangenisdirecteur Falke in een Weens gevang. Dat pakt niet erg overtuigend uit, hoe fraai er ook wordt gezongen. Ook de beurtelings Engelse en Duitse grappen van Frosch Josef Meinrad zijn flauw. Blijven de voortreffelijke Prey en de niet minder uitmuntende Adèle van Hildegard Heichele als dragers van de opvoering. Gewoon te mager, temeer daar ook de regie van Leopold Lindtberg weinig fantasierijks bijdraagt.

Hoe het niet moet met dit populaire werk, illustreert de registratie van een Salzburgse reeks voorstellingen uit 2001. Producent Neuenfels had om te beginnen de hele dialoog herschreven en voerde allerlei nieuwe figuren met voornamelijk psycho gebabbel ten tonele. Frosch is getransformeerd tot vrouw die telkens te vroeg de handeling verstoort, Orlovsky wordt gezongen door de popartist David Moss; zijn bal begint ook in de disco. Het is alles heel karikaturaal en duurt door alle extra gezwam bijna drie uur. En de zangers? Alleen de Adèle van Malin Hartelius overtuigt volkomen, de meeste anderen hebben te veel hinder van de grillen van de regisseur of zijn gewoon onderdemaats, zoals Christoph Homberger als Eisenstein en ook de andere mannen hebben hun beste jaren achter zich: Jerry Hadley als valse Alfred en Olaf Bär als te cynische Franke; Mireille Delunsch heeft moeite met het Duits. Snel vergeten maar! Voor dirigent Marc Minkowski is er zo geen redden meer aan. Gauw vergeten maar!

Op Opus Arte dirigeert Vladimir Jurowski voor het eerst een Fledermaus in Glyndebourne en aan hem ligt het niet dat het resultaat nogal teleurstellend is. De regie en aankleding van Stephen Lawless verplaatsen ons in Jugendstil atmosfeer die het tot aan de gevangenisscène uit de laatste akte aardig doet. Erger is dat hij de gesproken dialogen heeft herschreven en saaie grappen heeft toegevoegd die vervolgens in slecht Duits zijn vertaald en door meest gebrekkig Duits zingende Engelse en Noorse zangers ten gehore worden gebracht. Los daarvan leveren vooral Pamela Armstrong als Rosalinde en Lyubov Petrova als Adèle best fraaie vocale prestaties. De mezzo van Malena Ernman is lichter dan die van Fassbänder als Orlovsky. De mannen zijn over de hele linie een stuk minder. Nee, ook deze productie redt het niet.

Gelukkig dook uit de omroeparchieven ook nog de in 1980 ontstane Weense Staatsoperaproductie op. Met Lucia Popp als kostelijke Rosalinde, die pas langzaam op stoom komt en die uitblinkt als ‘gravin’ met een fraai Hongaars accent in de tweede akte met Brigitte Fassbänder als dominante Orlovsky. De nog jonge Edita Gruberova is een droom als Adèle, Bernd Weikl een wat grove Eisenstein, Josef Hopfenweiser een goede Alfred. Leuk ook twee oude rotten terug te zien: Walter Berry als Falke en Erich Kunz als Frank. De Frosch van Helmut Lohner, een ster uit het Burgtheater, is echt Weanerisch. Dirigent Guschlbauer houdt de vaart erin, is soms haast te bruut, maar de regie van Otto Schenk verdient weer de hoogste lof.

Maar voorlopig is er in feite maar één met kop en schouders boven de rest uitstekende opname van dit werk. Met alle respect voor sommige van die andere teams, is de superieur door Carlos Kleiber met veel flair en gevoel voor humor gedirigeerde Münchense opname (op cd in gewijzigde bezetting uitgebracht als DG 457.765-2) de meest voor de hand liggende keuze. Frappant genoeg is deze verfilming van een opvoering in München uit 1987 verkieslijk boven die audioversie, al was het maar omdat hier Brigitte Fassbänder als Orlovsky optreedt: een ware acterende en zingende vuurvreetster die als gastheer leven in de brouwerij brengt in de party uit de tweede akte (in de cd opname is een matige falsettist, Igor Rebroff, te horen).

De een afgezonderd leven leidende, zelden optredende Kleiber behoort tot de opmerkelijkste 20e eeuwse Straussvertolkers en er zullen weinig dirigenten zijn die een dusdanig erotisch geluid aan een orkest onttrekken.

Hoewel Janet Perry een wat magere, lichtelijk kale sopraan bezit, compenseert ze dat gebrek zichtbaar door fraai te acteren als Adèle. Pamela Coburn is een warmbloedige Rosalinde die zichtbaar geniet in de walsscène. Eberhard Wächter lijkt en klinkt wat ouwelijk als Eisenstein en ook Hopfenweiser overtuigt niet geheel als vrouwenversierder Alfred. De Falke van Wolfgang Brendel is wel weer heel goed. De decors van Günther Schneider-Siemssen zijn net niet te overdadig en de regie van Otto Schenk laat niets te wensen over: muziek, handeling, plaats – alles grijpt naadloos ineen. Terloopse hoogtepunten zijn de balletscène met Unter Donner und Blitz en het optreden van Muxeneder als Frosch in de derde akte. Kleiber, een der beste Straussvertolkers, dirigeert met gusto en zorgt voor champagneachtige sprankeling en laat ook details mooi uitkomen. Het gaat uiteindelijk tussen Kleiber en Guschlbauer.