STRAUSS: HELDENLEBEN, EIN, JANSONS, A'DAM

Strauss: Ein Heldenleben op. 40. Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons. RCO 04104 (45’12” + 49’17, 16:9, geluid 2.0, DTS 5.0, regio 0) 2004-12-20

 

Kort nadat de door de NOS en AVRO Klassiek gerealiseerde ‘live’ cd opname in eigen beheer door het orkest in cd vorm werd uitgebracht op RCO 04005, volgt nu deze dvd-v versie. In de documentatie van de pure geluidsvorm is sprake van een opname die zich baseerde op de concerten die van 4-6 september plaatsvonden, wat erop lijkt te wijzen dat de verantwoordelijke technici – Wim van den Berg, Jean-Pierre Gabriël en Stephan Trikojus – tenslotte een montage tot stand brachten van de beste gedeelten uit dat drietal optredens. Zij hadden het wat dat betreft makkelijker dan de beeld-en-geluid mensen Hans Hulscher en Gerard Westerdaal die tekenen voor de dvd-v versie omdat daar minder aan te corrigeren valt; men baseerde zich dus louter op het concert van 4 september.

Veel nazorg was ook niet nodig, want op uitvoering en opname valt weinig aan te merken. De cd werd eerder in deze rubriek geprezen, maar hier is nu echt van toegevoegde waarde sprake, zeker wanneer men bij een zo grootschalig, zwaar bezet werk niet alleen afhankelijk is van de bescheiden tv luidsprekers, maar de geluidskant laat waarnemen door de echte muziekinstallatie met de luidsprekers ruim ter weerszijden van de tv. Wanneer je niet alleen hoort, maar ook ziet wat er gebeurt en de beeldregie in goede handen is met niet nodeloos snelle wisselingen, maar de blik op die instrumenten (vioolsolist Alexander Kerr) en instrumentgroepen waar het echt gebeurt in close-up en niet op een hevig transpirerende 2e fagot die net 40 maten niets te doen heeft, zoals vroeger wel voorkwam, betekent dat een intensere ervaring. Daarvan is hier duidelijk sprake. Deze ‘totaalbeleving’ is boeiender, elektriserender dan de geluidsvorm puur. Kerr voegt zich nu ook zichtbaar toegewijd aan het portret van de heldenvrouw, de eigenlijk altijd te lange strijdscène wordt wat draaglijker en waardiger en de pot-pourri melodieën uit ’s componisten back catalogue lijken meer profiel te krijgen. Ook het slot van het werk eindigt nu niet als een ietwat anti climax. Het hele werk lijkt ineens meer noblesse te krijgen en aan begrijpelijkheid te winnen. Een beeld-plus-geluid alternatief is er niet, of het zou van Karajan (ooit op laserdisc Sony SLV 46390) moeten zijn.

Als nuttige toegift is het eerder op tv uitgezonden portret ‘De zesde maestro’ van Mariss Jansons op dit anders kortdurende schijfje vastgelegd.