STRAUSS: ELEKTRA, ABBADO, BOHM

Strauss: Elektra. Eva Marton (Elektra), Brigitte Fassbänder (Klytemnästra), Cheryl Studer (Chrysothemis), Franz Grundheber (Orest), James King (Aegisth), Goran Simic (verpleger van Orest), Waltraud Winsauer (de vertrowde) e.a. met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Claudio Abbado. ArtHaus 100.048 (109’, 4:3,  geluid 2.0, regio 0). 1989

Strauss: Elektra. Leonie Rysanek (Elektra), Astrid Varnay (Klytemnästra), Catherina Ligendza (Chrusothemis). Hans Beirer (Aegisth, Dietrich Fischer-Dieskau (Orest), Josef Greindl (Tutor) met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Karl Böhm. Regie: Götz Friedrich. DG 071-400-3 (vhs). 1981

 

Elektra (1909) was de eerste opera van Richard Strauss op tekst van Hugo von Hofmannsthal, die Strauss daarmee van een libretto (op zijn eigen toneelstuk) voorzag dat een van de geweldigste is en blijft onder de operateksten. De haast tastbare directheid van Elektra’s haat voor haar moeder Klytemnestra, haar liefde voor haar broer Orestes en haar afkeer van haar zuster Chrysothemis inspireerde en stuwde Strauss tot een muzikale hoogte die hij feitelijk in zijn latere leven nooit meer bereikte. Elektra’s primitieve verlangen naar de dood van haar moeder (als wraak voor het doden door Klytemnestra van haar vader Agamemnon) wordt hier geschilderd in een karaktertekening die een ongekende psychologische dieptewerking heeft, hoewel al die karakters nogal naar het groteske neigen; Klytemnestra is de enige voor wie Strauss ooit atonale muziek schreef en zij is de walgelijkste persoon in heel zijn oeuvre. Orestes is de zwakste figuur in het werk, maar hij is tot de climax ook van vrij geringe betekenis.

Deze verbluffende en nog steeds schokkende opera in één akte is tegelijk heel romantisch en heel dissonant, zodat de tientallen melodieën niet onmiddellijk herkenbaar zijn, maar pas opbloeien wanneer het oor zich heeft ingesteld op het hele klankweefsel. Aanvankelijk had het publiek grote moeite met Strauss’ contrapunt, zijn virtuoze orkestraties en zijn nadrukkelijk gebruik van polytonaliteit, maar de superieure schrijfwijze maakte het werk snel populair bij sopranen. Wat zich vooral in de herinnering vastzet, zijn de monologen van Elektra en Chrysothemis, de herkenningscène tussen Elektra en Orestes en het slotduet van de beide zusters wanneer Elektra een hysterische en fatale overwinningsdans uitvoert.

Het is jammer dat de oudere opvoering van Böhm uit Wenen alleen op vhs tape verkrijgbaar is en dat zijn Dresdense vertolking met de onvergetelijke Inge Borkh – met die prachtige mengeling van hysterie,mededogen, liefde en vastbeslotenheid - in de titelrol,op cd (DG 445.329-2) niet parallel in beeld werd vastgelegd. Böhm bracht met snelle tempi vaart in het werk en de Weners waren vertrouwd met zijn romantische gebaren. Te hopen is dat die versie van Böhm ook nog op dvd-v verschijnt.

De acht jaar later in Wenen ontstane, tijdens de première gemaakte opname kenden we van een Pioneer laserdisc uitgave, maar de dvd-v versie heeft vele voordelen en is voorlopig ook de enige.

Regisseur Harry Kupfer zorgde voor een duistere, huiveringwekkende pakkende enscenering met somber Styxkarakter; hij laat weinig aan de verbeelding over qua bloederigheid, hoewel het resultaat minder desolaat is dan wat van Götz Friedrich in 1981 voor Böhm (een ooit op laserdisc verkrijbare versie) met het geweldige, geroutineerde en perfect ingespeelde koppel Rysanek en Varnay realiseerde.

De demonisch, geobsedeerd en psychotisch vastbesloten agerende feeks Eva Marton had de titelrol ook al in 1990 München bij Sawallisch gezongen en met Fassbänder – die een studie van schuld en innerlijke desintegratie toont - als Klytemnestra levert zij haast angstaanjagend treffende prestaties die lang in de herinnering blijven. Ook de andere belangrijke figuren komen prachtig uit de verf, vooral natuurlijk de gefrustreerde, overspannen kronkelende, desintegrerende, hoogst gefrustreerde Chrysothemis van Studer en Franz Grundhebers wraakzuchtige, bloeddorstige Orestes. Een opvallend intense en geconcentreerde Abbado verleent met het orkest alle denkbare steun aan de brute en tragische aspecten van het werk. De hele opvoering bezit een enorme intensiteit.

 Brian Large verfilmde het geheel op echt muzikale manier. Het resultaat mag rustig sensationeel worden genoemd.