DVD Recensies

TCHAIKOVSKY: EUGEN ONEGIN, BARTOLETTI, DAVIS, ROZDESTVENSKY, SOLTI

Tchaikovsky: Eugen Onegin. Wojciech Drabowicz (Eugen Onegin), Yelena Prokina (Tatjana), Martin Thompson (Lenski) , Louise Winter (OLga), Frode Olsen (prins Gremin) e.a. met het Ensemble van de Glyndebourne opera o.l.v. Andrew Davis. Regie: Graham Vick. NVC Arts 0630-14014-3 (vhs). 1994

Tchaikovsky: Eugen Onegin. Orla Boyan (Tanja), Vladimir Gluschak (Eugen Onegin), Michael König (Lenski), Anna Burford (Olga), Michael Schemoliansky ((prins Gremin), Ineke Vlogtman (Mad. Larina) e.a. met het Ensemble van de Europese Unie Opera o.l.v. Gennadi Rozdestvensky. ArtHaus 100.126 (152’, 16:9,  geluid 2.0, regio 2 en 5). 1998

Tchaikovsky: Eugen Onegin. Wolfgang Brendel (Eugen Onegin), Mirella Freni (Tatjana), Peter Dvorsky (Lenski), Sandra Walker (Olga), Nicolai Ghiaurov (prins Gremin) e.a. met het Ensemble van het Chicago Lyric Opera o.l.v. Bruno Bartoletti. Regie: Piero-Luigi Samaritani. Castle CV  12037 (vhs).

Tchaikovsky: Eugen Onegin. Bernd Weikl (Eugen Onegin), Teresa Kubiak (Tatjana), Stuart Burrows (Lenski), Julia Hamari (Olga), Nicolai Ghiaurov (prins Gremin) e.a. met het Ensemble van Covent Garden, Londen o.l.v. Georg Solti. Regie: Petr Weigl. Decca  071-124-9 (117’, 4:3, geluid 2.0 en DTS 5.1, regio 0). 1974

 

Aanvankelijk toonde Tschaikovsky zich sceptisch toen een vriend hem voorstelde om Poesjkins grote, in verzen gevatte novelle Eugen Onegin tot een opera te verwerken, maar toen hij nog eens de passage las waarin Tatiana – de heldin uit het verhaal – een liefdesverklaring aan Onegin schreef, werd hij onmiddellijk getroffen door de overeenkomst met hemzelf en een brief die hij had ontvangen van Antonina Milyukova.

Zijn duidelijke identificatie met Tatiana zette hem aan het componeren van de later zo bekende ‘briefscène’ die de emotionele kern van het werk zou gaan vormen en die überhaupt een van de treffendste scènes uit de hele operaliteratuur is. Dit tafereel ontketende op zijn beurt zijn desastreus willige reactie op en antwoord aan Antonina en toen zij in het huwelijk traden had hij al tweederde van de opera klaar.

Ondanks de verschrikkingen van dat korte huwelijk bevat Eugen Onegin heel wat van de mildste, schoonste, minst verontrustende muziek van de componist. Waar het bij Poesjkin primair ging om een uitvoerige nadere beschouwing van de sociale en morele discrepanties tussen de wereld van het plattelands meisje Tatiana en de cynische aristocratische wereld van Onegin, richt Tschaikovsky de schijnwerpers op hun hopeloze, afgebroken relatie.

Onegin wijst Tatiana af en flirt vervolgens met haar zuster Olga tijdens Tatiana’s verjaarsfeest. Wanneer Olga’s verloofde en Onegins vriend Lenski daartegen protesteert, vecht Onegin tamelijk onwillig een duel met hem uit, waarin Lenski wordt gedood. Zes jaar later keert Onegin uit het buitenland terug en ontdekt dat Tatiana met de veel oudere vorst Gremin is getrouwd. Hij realiseert zich nu dat hij feitelijk toch erg van haar houdt en probeert haar over te halen met hem te vluchten, maar ze weigert en verstoot hem tenslotte.

Lenski is een prachtrol voor een goede tenor (zijn grote aria is een ander hoogtepunt uit de opera) en Onegins karakter is mooi ingevuld, maar het is uiteindelijk de manier waarop Tatiana is getekend die deze opera zo’n groots werk maakt. Er zijn niet eens zoveel andere realistische en sympathieke heldinnen en – zoals gezegd – die briefscène uit het tweede tafereel van de 1e akte vormt het ontroerendste twintigtal minuten die Tschaikovsky ooit bedacht.

In pure audiogedaante (Decca 417.413-2, 2 cd’s) behoort de uitvoering van Solti uit 1974 nog steeds tot de beste. Hij gaat in Tschaikovsky’s kleurige opera meegaander (getuige de rallentandi en rubati) en warmbloediger te werk dan we van hem gewend zijn. Teresa Kubiak is een heel ontroerende Tatiana, maar klinkt nog wat te rijp als ingénue in de 1e akte, doch overtuigt naarmate het werk vordert steeds beter. De Onegin van Bernd Weikl is wat monochroom, maar wel zuiver en bevat zelfs Slavische ondertonen. De rest van de bezetting voldoet heel goed en de sfeer is voortreffelijk tot en met de geluidseffecten toe.

De dvd-v versie van diezelfde opvoering roept vragen op en kan als gewaagd experiment gelden van hoe een bestaande audioproductie als soundtrack kan worden gebruikt voor een nieuwe, visuele productie. De briljante Tsjechische regisseur Petr Weigl illustreert in zijn film uit 1988 als het ware die geluidsopname door acteurs te laten mimen binnen een decor dat zo dicht mogelijk Poesjkins bedoelingen, eerst op het Russische platteland, later in Sint Petersburg weerspiegelt. Het resultaat is in zoverre bewonderenswaardig dat die acteurs zowel de kwellingen van Tatiana als de aanvankelijke onverschilligheid van Onegin zo overtuigend weten gestalte te geven door lieden die leven in hun rol en in een authentiek aandoend kostuum.

Het contrast tussen het dorpsbal uit de 2e akte en het grootse bal in het paleis uit de  3e kan op een gewoon operatoneel haast nooit zo duidelijk worden gemaakt en de duelscène is inderdaad haast bloedstollend nu hij in een besneeuwd bos wordt gespeeld. Maar dan komen die vragen en twijfels: het voorspel en het eerste tafereel (het duet van Tatiana en Olga) zijn alleen auditief aanwezig, want Weigl start het beeld pas met het koor van de dorpsbewoners aan het begin van de 2e scène wanneer zij over een slingerpad verdwijnen. Ook zijn een paar kleine coupures aangebracht. Verder klopt de akoestiek rond de in Kingsway Hall gemaakte voortreffelijk klinkende geluidsopname vaak niet met de op diverse (buiten)locaties gemaakte filmopnamen en met wat we te zien krijgen. Er is een duidelijke discrepantie tussen wat oog en oor waarnemen. Waarom kreeg Weigl niet de kans tijdens een voorstelling in Covent Garden te filmen?

Op grond van deze gegevens (die in het begeleidende boekje niet duidelijk worden uitgelegd en verantwoord) is feitelijk sprake van ongeoorloofde manipulatie, maar ja: het resultaat klinkt en oogt wel heel mooi…… Niettemin: een waarschuwing voor deze met voorzichtigheid te genieten realisatie is op zijn plaats.

Wèl eventueel de verbeeldingsvolle maar lichtelijk overbelichte realisatie van Lehnhoff en Rozdestvensky die teruggaat tot opvoeringen tijdens het Baden-Baden festival 1998 met jonge zangers van de Operagroep van de Europese Unie. Na een wat sloom begin van het voorspel en de met vliegers omlijste open dorpsvlakte waar Olga  wat dom glimlachend rondloopt komt er vaart in de voorstelling en ontwikkelt Rozdestvensky de nodige vitaliteit. Tatiana’ slaapkamer is royaal gevuld met boeken, wat tamelijk onwaarschijnlijk is voor een meisje van haar leeftijd in landelijk Rusland uit die tijd, maar die boeken vormen door de hele opera heen een soort leitmotiv. De balscènes zijn dankzij de decors van Markus Meyer fraai gedifferentieerd en de glaciale leegte van de duelscène zorgt eveneens voor de vereiste atmosfeer.

Gewoonlijk zijn de zangers wat te oud voor hun rollen, hier lijken ze met uitzondering van het liefdespaar te jong. Zo openbaart zich het bezwaar – dat in beeld overduidelijk wordt - dat de jonge zangers maar moeilijk oudere generatiegenoten kunnen simuleren.

De Larina van de Nederlandse mezzo Ineke Vlogtman lijkt meer op een zusje dan op de moeder van Tatiana; Katja Boos kan zelfs niet de suggestie van wijsheid en ervaring suggereren die een goede Filipyevna hoort uit te stralen en de Gremin van Mikhail Shelomiansky is nauwelijks de in het libretto voorgestelde oude knoestige figuur. Maar op de acteerprestaties van de jonge zangers valt weinig aan te merken.

De enige die in dit opzicht geheel en zelfs voortreffelijk overtuigt, is bariton Vladimir Glushak in de titelrol. Zijn houding, zijn acteren, accent en frasering zijn schier volmaakt en zijn transformatie van verveeld cynicus aan het begin tot de wanhopige, geobsedeerde minnaar van Tatiana aan het slot is indrukwekkend. Orla Boylan zong ooit in het Engels een Tatiana bij de English National Opera, maar blijkt zich niet goed thuis te voelen n het Russisch. Ze raakt de kern van haar rol onvoldoende. Michael König overtuigt vocaal met zijn droge stem matig als Lenski, maar acteert goed om zijn kwetsbaarheid te laten uitkomen. Anna Burford (Olga) begint matigjes, maar groeit snel in haar rol en beschikt over een mooie donkere altstem waarmee ze alle smart bij de gebeurtenis tijdens Larins bal weet uit te drukken. Het koor klinkt niet bijster Russisch, maar het orkest verricht voortreffelijk werk voor de geïnspireerde, ervaren dirigent. De beeldkwaliteit is uitstekend, de geluidskwaliteit is aan de schetterende kant.

Kortom: een ideale Onegin laat in dvd-v vorm nog op zich wachten, maar aan beide voorhanden versies valt best plezier te beleven.