TCHAIKOVSKY: SCOPPENVROUW, DAVIS, GERGIEV

Tchaikovsky: Schoppenvrouw. Yuri Marusin (Herman), Nancy Gustafson (Liza), Felicity Palmer (gravin), Sergei Leiferkus (graaf Tomsy), Dimitri Kharitonov prins Jeletsko) e.a. met het Ensemble van de Glyndebourne opera o.l.v. Andrew Davis. Regie: Graham Vick. ArtHaus 100.272 (dvd-v), Pioneer PLMCC 00841 (ld). 1992

Tchaikovsky: Schoppenvrouw. Gegam Grigorian (Herman), Maria Guleghina (Liza), Ludmila Filatova (gravin), Sergei Leiferkus (graaf Tomsky), Alexander Gergalov (prins Jeletski), Olga Borodina (Pauline) en het Ensemble van de Kirov opera, St. Petersburg o.l.v. Valery Gergiev. Regie Yuri Temirkanov. Philips 070-434-9 (179’, 16:9, geluid 2.0, DTS 5.1, regio 0). 1992

 

Schoppenvrouw (meestal ongelukkig onder de Franse titel Pique dame, die feitelijk La dame de pique of liefst gewoon in het Russisch Pikovaya dama zou moeten luiden) is ook weer gebaseerd op een verhaal van Poesjkin dat door Modest (broer van) Tschaikovsky tot goed, enigszins van Poesjkins origineel afwijkend libretto is uitgewerkt. Hier is de protagonist een jonge legerofficier, Hermann, die geobsedeerd raakt door een systeem waarmee hij altijd zou winnen bij het gokken. Dat geheim deelt hij uitsluitend met de gravin die de grootmoeder is van Lisa, het meisje waarop hij verliefd is. Hij breekt ’s nachts in bij de gravin om haar het geheim van ‘de drie kaarten’ te ontfutselen, maar jaagt haar zoveel schrik aan dat ze ter plekke overlijdt. Ze keert echter als geestverschijning terug en verraadt Hermann het geheim. Deze laat vervolgens Lisa (die zichzelf dan verdrinkt) in de steek en verdwijnt naar de gokhal om zijn fortuin te maken. Maar helaas: wanneer hij de beruchte derde kaart omkeert, blijkt dat niet de verwachte aas, doch de schoppenvrouw te zijn. In wanhoop pleegt hij zelfmoord. Russischer kan haast niet. Tschaikovsky maakte er een geconcentreerde, psychologisch intense opera van die door zijn understatement des te pakkender is. Lisa is hier een romantisch bevlogen iemand geworden die melodramatisch aan haar eind komt; bij Poesjkin is ze slechts de vertrapte pupil van de gravin en niet haar kleinkind met een door romantische novellettes geconditioneerd leven waarin Hermann een rol als bevrijder heeft. Bij Poesjkin trouwde ze met een aardige jongeman die ambtenaar met een behoorlijk salaris is. Een verloofde ontbreekt: Modest introduceerde prins Yeletsky. Hermann, met wie Tschaikovsky zoveel mededogen toont, eindigt bij Poesjkin in een zwakzinnigengesticht en is veel koeler en berekenender dan in de opera, waar zijn liefde voor Lisa slechts geleidelijk plaats maakt voor zijn bezetenheid.

Beide nu beschikbare audiovisuele presentaties ontstonden in 1992. In het ene geval gaat het om een in Glyndebourne tot stand gekomen opname, in het andere om een in Sint Petersburg gerealiseerde dito. Kwalitatief doen ze nauwelijks of niet voor elkaar onder in voortreffelijkheid, alleen is de aanpak in Rusland naar verwachting traditioneler dan die in Engeland.

In Glyndebourne zorgde Graham Vick er gelukkig voor dat zijn regieconcept mooi congruent is met de gechargeerde emoties en het onderhuidse gevoel van dreiging die het werk ademt. Hier is duidelijker sprake van een oog en oor activerend psychodrama. De decors van Richard Hudson zorgen voor een versmelting van het semi-abstracte en het pittoreske, beide zo essentieel in dit werk. De handeling speelt zich hoofdzakelijk af in een fundamenteel zwart hok dat naar links naar rechts hellend afloopt en dat random met zwarte verf is behandeld. Soms wordt het onder een desoriënterende hoek geplaatst om Hermanns beginnende gekheid te suggereren. In die haast claustrofobische omgeving laat Vick de verschillende figuren hun persoonlijke kwellingen tonen, vaak binnen een kader van publiek ceremonieel.

Davis weet redelijk raad met de partituur, maar mist het Slavisch-romantische karakter, de innerlijke blijken van turbulentie. Yuri Marusin is de verdwaasde Hermann ten voeten uit en gaat daarin erg ver: hij zingt nogal eens onzuiver en zijn timbre vraagt om tolerantie. Nancy Gustafson daarentegen is een heel treffende Lisa, eerst heel naïef, tot slot tot zelfmoord gedreven. Felicity Palmer is een gedreven gravin, Sergei Leiferkus is een elegante, maar ook dominante, de vrije liefde prekende Tomsky en ook de verdere rollen zijn meer dan adequaat bezet met als uitblinker Dimitri Kharitonov die schittert in Yelitzky’s mooie aria. Beeld en geluid zijn keurig verzorgd.

Producer Yuri Temirkanov (de dirigent en voorganger van Gergiev in een onvermoede rol) situeerde deze opera in St. Petersburg in het juiste rococo milieu. De aankleding in Sint Petersburg is veel traditioneler, maar ook passender en verbeeldingsvoller. De decors zijn groots en realistisch. Temirkanovs regie heeft voortreffelijke kanten, getuige onder andere de manier waarop de gravin als geestverschijning bij Hermann opduikt of de verschijningen in de kazerne. Geen wonder verder dat het grootse dirigaat van Gergiev in alle opzichten uitsteekt boven dat van de brave Davis. Maar ook qua bezetting is de geheel oer-Russische bezetting eigenlijk beter. De jonge Maria Guleghina is de perfecte intense, stralende maar ook dramatische Lisa die de componist (en Poesjkin) voor ogen moet hebben gestaan. Misschien acteert Gegam Grigorian wat minder fraai dan Marusin, maar hij zingt stukken fraaier en wendbaarder als Hermann en suggereert ook beter diens labiliteit en geleidelijke verval. Sergei Leiferkus is opnieuw een vertrouwd hoffelijke, elegante Tomsky, Alexander Gergalov zingt heel welluidend Yeletsky’s fraaie aria en alleen Ludmila Filatova lijkt wat te jong schijnen als gravin en zingt teveel met een bibberstem. Een mooie, kleinere rol is weggelegd voor de als steeds erg goede Olga Borodina als Pauline.

Gergiev dirigeert het werk grootschalig en overeenkomstig de oorspronkelijkheid van het werk. De opname dateert uit 1992 en heeft een iets afwijkende bezetting van de cd versie (Philips 438.141-2).

Brian Large tekende weer eens voor de beeldregie, die zoals steeds bij hem keurig in orde is. Op zich is de geluidskwaliteit wel goed, alleen in de luidste passages is sprake van wat vervorming. Met een iets gewijzigde bezetting is de Kirovopname ook op cd verkrijgbaar (Philips 438.141-2, 3 cd’s).

Beide opnamen zijn dus uitstekend, maar een kleine voorkeur voor de Russische versie is gewettigd op authentieke gronden.