VIVALDI VERRASSING

EEN VIVALDI VERRASSING

 

In de achttiende eeuw waren Vesperdiensten – ook als ze tweeëneenhalfuur duurden – heel populair in Italië. Het onderscheid dat werd gemaakt tussen het mystieke en het profane was niet bijster groot destijds. Zo’n Vespers was een hele gebeurtenis, misschien enigszins vergelijkbaar met de publieke status van een voetbalwedstrijd van nu. Italië was ook het land waarin het theater en de opera destijds meer floreerden dan waar ook.

Met de Vespro della beate Vergine uit 1610 van Monteverdi als voorbeeld reconstrueerden musicoloog Frédéric Delaméa en dirigent Rinaldo Alessandrini op basis van een groot aantal (vaak nog onuitgevoerde) werken van Vivaldi uit de muziekbibliotheek in Turijn een ruwweg vergelijkbare Vespers, in essentie bestaande uit dubbelkorige instrumentale en vocale werken, waarbij bij de vocale het accent ligt op psalmen en antifonen, aangevuld met een magnificat, een Salve regina en een motet.

Ondanks dat grote aantal beschikbare in aanmerking komende werken was de keuze toch vrij beperkt. Er was maar één Nisi Dominus en één Lauda Jerusalem. Van Dixit Dominus staan twee opties ter beschikking: RV 594 en 595. Bij het Laudate pueri kon worden gekozen tussen drie versies: RV 600, 601 en 602, net als bij het Magnificat: RV 610, 610a en 611 en bij het Salve regina ook uit drie: RV 616, 617 en 618. De keuze werd tenslotte vooral gemaakt op basis van een nagestreefde zo groot mogelijke verscheidenheid en contrastwerking. Het resultaat is ook in ruimtelijk opzicht minder complex dan bij muziek uit eerdere periodes (denk ook aan de werken van de Gabrieli’s).

De beide koren en orkesten zitten op hetzelfde podium en het geluid komt dus – net als bij de opera – ook uit één richting.

In tegenstelling tot Monteverdi schreef Vivaldi nooit dubbelkorige werken van de enorme St. Marcus basiliek in Venetië, maar wel voor de San Lorenzo of de Chiesa della salute. Als ouverture dient in dit geval een vioolconcert, gevolgd door een concert voor twee violen en twee orgels en strijkorkest.

 

De samenstelling van het volledige werk is globaal als volgt:

1 Vioolconcert in C RV 581

2 Concert voor 2 violen, 2 orgels en strijkorkest in F RV 584

   (korte Intonatio Deus in adiutorium)3 Responsorium Domine ad adiuvandum me festina in G RV 5934 Introduzione al Dixit RV 6355 Psalm 109 Dixit Dominus RV 5946 Laudate pueri in c RV 6007 Antifoon Laetatus sum: In odorem unguentorum8 Psalm 121 Laetatus sum RV 6079 Antifoon Nisi Dominus: Benedicta filia tua Domino10 Psalm 126 Nisi Dominus in g RV 60811 Psalm 147 Lauda Jerusalem in e RV 60912 Magnificat in g RV 610a

13 Salve regina in c RV 616

14 Motet Ascende in laeta RV 635

 

Hoogtepunten uit het werk zijn Psalm 109 Dixit Dominus, Psalm 126 Nisi Dominus (met het meesterlijke ‘cum dederit’), Psalm 147 Lauda Jerusalem en het sublieme Magnificat dat wordt afgerond met een somber Salve regina met een fraaie altsolo. Het motet Ascende in laeta is een virtuoos showstuk voor sopraan. De verbindende liturgische rode draad wordt gevormd door Gregoriaanse antifonen (hier 18e eeuws ‘corrupt’ met orgelbegeleiding en versieringen…..).

De uitdaging van ruim tweeëneenhalf uur vrij stereotiepe muziek wordt door Alessandrini en de zijnen met veel aplomb aangegaan. De aanpak is fris en fel nadrukkelijk. De solisten hebben heldere, stralende stemmen die precies bij deze muziek passen. De sopraan Roberta Invernizzi en de alt Sara Mingardo hebben al een gevestigde reputatie in de Italiaanse barokwereld; ze paren een expressieve lyriek aan een pakkende virtuositeit. Maar bijvoorbeeld de andere sopraan, Gemma Bertagnolli doet nauwelijks voor hen onder.

Wie belangstelling heeft voor meer gereconstrueerde kerkmuziek van Vivaldi kan terecht bij Jean-Claude Malgoire, die een Vesperdienst ter ere van de geboorte van de maagd Maria reconstrueerde op Astrée E 8520 (2 cd’s).

 

Discografie

Vivaldi: Vespri solenni per la festa dell’assunzione di Maria Vergine (arrangement Delaméa en Alessandrini). Gemma Bertagnolli, Roberta Invernizzi, Anna Simboli, Sara Mingardo, Gianluca Ferrarini, Matteo Bellotto, Antonio de Secundi, Mauro Lopes Ferreira, Francesca Vicari, Francesco Moi, Ignazio Schifani met Concerto Italiano o.l.v. Rinaldo Alessandrini. Opus 111 OP 30383 (2 cd’s, 153’10”). 2003

Hoogtepunten hieruit: Opus 111 OP 30397 (63’).