QUADRAFONIE REVISITED
Fonografie Muziek

QUADRAFONIE  REVISITED of  DE GESCHIEDENIS HERHAALT ZICH MET ANDERE MIDDELEN

 

It’s the music that counts, not the technique stupid!

 

Oude wijn in nieuwe zakken

Wat iedereen vergeet, is dat we medio jaren zeventig ook nog die mislukking van de quadrafonie hebben gekend. Toen, net als nu, waarbij ik het spoor tussen DVD-A, SACD, noodzakelijke luidsprekeraantallen en hun opstelling en afkortingen als DSD, HD, PSP en diverse bittallen en bemonsteringsfrequenties allang kwijt ben, dreigde quadrafonie via drie incompatible systemen – SQ, QS en Discreet - in de audio- en muziekwereld te worden ingevoerd. Zolang het bij de introductie demonstraties ging om het creëren van ruimtelijke geluidseffecten was iedere luisteraar aangenaam verrast. In sporttermen en naar analogie van de eerdere introductie van stereo met links/rechts tafeltennis geluiden kopte ik ironisch in Disk: “Van Wimbledon naar het Sportfondsenbad”. 

Van achter de luisteraar opkomende en langzaam overdrijvende onweersbuien klonken heel suggestief, maar niet zodra moest een in een concertzaal optredend ensemble op natuurlijke wijze worden afgebeeld of het ging mis. Om te beginnen moest men in en klein gebied midden tussen de 4 luidsprekers plaatsnemen en zijn hoofd stil houden, maar dan nog klopte het klankbeeld absoluut niet in termen van stabiliteit, lokalisatie, fase, balans, overspraak, definitie en ruimtelijkheid.

Nog jaren heeft een wiskundige als Gerzon AES conventies platgepraat met de aanbeveling van steeds onbegrijpelijker modellen en algoritmen, nog jaren verschenen met name van CBS en EMI SQ quadrafonie lp’s die beduidend waziger, gemanipuleerder en onnatuurlijker klonken dan hun pure stereo alternatieven. Terecht stierf het inadequate medium een stille dood. Het is met de 16 2/3t plaat, 8-track cassette, de elcaset, hdtv, video 2000, cd-video, cd-i en dcc bijgezet in het museum der audiovisuele mislukkingen. Dat het niets is geworden, was altijd logisch toe te schrijven aan het feit dat de achterliggende gedachten geheel voortkwamen uit de commercie, uit het brein van theoretici en elektronici en niet uit dat van (psycho)akoestici, muziekpsychologen, fysiologen en musici.

 

En nu is er dan zowaar sprake van een uiterst trage, zelfs stagnerende wederopstanding van de quadrafonie met andere, toegeven: betere digitale meer eigentijdse, doch tenslotte afgaande op de eerste praktijkervaringen nauwelijks overtuigender middelen. Onevenredig dure apparatuur en nauwelijks adequate – vaak zelfs vanuit duistere vroegere hiervoor ongeschikte opnamen gemanipuleerde - software. Opnieuw aangestuurd door de hierboven genoemde categorieën, nogmaals dezelfde fouten makend, weer uitgaand van een paar incompatibele systemen. Onwillekeurig komt de parabel van de ezel en de steen in herinnering. Onbegrijpelijk ook het enthousiasme van ervaren mensen die geacht kunnen worden beter te weten. Ongeacht wat er aan SACD en DVD-A, in 5.1 of whatever vorm over ons heen komt, ik geloof er voor de uiteindelijke realisatie van vroegere leuzen als ‘Werkelijkheidsweergave’ en “De concertzaal thuis’ (gelukkig toch al een fysieke onmogelijkheid) niet in voor “mijn” muzieksoort: de zogeheten klassieke.

 

De markt

Een analogie: wanneer een jamfabrikant een nieuwe aardbeienjam lanceert en na een jaar merkt dat die voor geen meter verkoopt, haalt hij hem van de schappen: jammer, maar helaas. Hoelang wordt al met die nieuwe media geleurd? Vier jaar? Wat is er intussen aan behoorlijke software? Wat is de meerprijs? Op wat voor kosten en welke concessies van huisgenoten stuit de geïnteresseerde koper die zijn luisterruimte wil aanpassen en verbouwen? Hoeveel is de meerwaarde van een betrekkelijke illusie voor echte muziekliefhebbers? (Audioten - wier investering in kabels groter is dan in muziek - daargelaten).

 

Toegegeven, mijn praktische ervaringen zijn beperkt, maar alle louter negatief. 

Mijn voorlopige conclusie luidt: het is al moeilijk genoeg een in alle opzichten overtuigende stereo opname te maken, dus waarom masochistisch de problemen exponentieel vergroten om het in wat voor ‘super’ ruimtelijker vorm dan ook te doen.

 

De software

Nog onuitgesproken is de vrees voor een stortvloed aan zwaar gemanipuleerde opnamen. Sony schijnt analoge opnamen uit de periode 1960/1970 te willen heruitbrengen? Wat heeft dat met super audio te maken? Bij Philips overweegt men in SQ quadro gemaakte, maar nooit als zodanig uitgebrachte opnamen ‘geschikt te maken’. Opnieuw: wat is daar super aan? 

Het is aan te zien komen: een stortvloed aan mysterieuze, bedenkelijk bewerkte, op ondoorzichtige wijze ontstane/gemaakte, beroerd klinkende herleidingen, veel inferieure kwaliteit, juist ook voor de standvastige stereo luisteraar.

 

De muziekliefhebber

Het kan toch nauwelijks toeval zijn dat in mijn uitgebreide familie/kennissen/vriendenkring (waaronder ook veel jongeren en studenten) met vele fervente muziekliefhebbers, concertgangers en cd kopers iedereen schouderophalend met een houding van "Laat die beker mij maar voorbijgaan" de nieuwe media links laat liggen. De consument laat zich niet meer zo makkelijk dubieuze nieuwigheden aanpraten, zeker niet zolang hij er niet van overtuigd c.q. de garantie heeft dat hij met een blijvertje te doen te heeft en met voldoende zekerheid op repertoire-uitbreiding door de grote, maatgevende producenten. Tien Channel Classics en Pentatone zwaluwen maken nog geen SACD zomer.

Net zomin als het toeval kan zijn dat mijn waarachtig goed gesorteerde Amersfoortse klassiek speciaalzaak 0 SACD's en ander vergelijkbaar fraais in voorraad heeft. Niet uit conservatisme of achterlijkheid, maar simpel omdat er niente (zero, zilk) vraag naar is.

 

Een - toegegeven slechts terzijde meespelende - handicap lijkt ook onze NL wooncultuur. Waar men in Japan nog wel eens ongemakkelijk de benen onder een laag tafeltje middenin de kamer wil strekken, omgeven door een 2+x aantal luidsprekers, trekken wij ons bij voorkeur terug in een makkelijke stoel in een kamerhoek of op een tegen de muur staand bankstel. Niet het ideale uitgangspunt voor super ruimtelijk muziekgenot. Het vooruitzicht telkens met meubels te moeten sjouwen en of een aparte luisterruimte in te moeten richten zal lang niet iedereen aanspreken. Ook dat was een van de redenen dat quadro hier niet aansloeg.

 

Natuurlijk, de uitdaging is groot en de mogelijkheden worden steeds groter, niets ook tegen perfectioneren, maar het gewone concertbedrijf en de wereld van de gereproduceerde muziek zullen nooit echt congruent worden (vergelijk East is east enz.). Wees realistisch en wat filosofisch en wees blij dat die twee werelden gescheiden, elk op zich prachtige belevenissen bieden. Beoordeel beide op eigen mérites èn beperkingen. 

 

Toen in mijn jeugd de lp de 78t plaat verdrong ging dat snel en enthousiast. Er was echt van hoorbare verbetering, groter gebruiksgemak sprake, de soft- en hardware markt ontwikkelden zich parallel en de wereld was nog overzichtelijk met hechte gezinnen die sterk op huiskamergeneugten waren aangewezen. Bovendien was gelukkig van meet af aan maar sprake van één formaat, één wereldwijd systeem. Het was ondanks inherente tekortkomingen een enorme stap vooruit.

 

Hoewel sommigen - tot mijn grote verbazing - de cd als een vrij inferieur tussenstadium beschouwen, was er reden tot enthousiast genoeg, de betrekkelijke tekortkomingen van de eerste spelergeneraties en veel slecht gerecyclede software ten spijt en voor lief nemend. Het was weer een hoorbare stap vooruit, al was het maar door uitbanning van bepaalde vervormings/stoorcomponenten, de in relatie tot de lp toegenomen onkwetsbaarheid, duurzaamheid, toegankelijkheid en het gebruiksgemak (meteen ook alweer in portable en mobiele toepassingen). Het was verder universeel, hoewel hier al de eerste problemen opdoken met de snelle voorziening van behoorlijke software.

 

Daartegenover stonden de laatst al kort door me aangestipte mislukkingen: 16 2/3 t. platen, 8-track cassettes, de elcaset, laserdisk (hoewel ik nog steeds een Pioneer speler met een stel prachtige - vooral ballet- en opera opnamen bezit en gebruik; ook daar trouwens tot slot een in machteloze  gebaren ondergaand internationaal Platform), cd video, cd-i.

Even afdwalend: ik herinner me op beeldgebied nog een peptalk voor V 2000 van Philips, waar ik omdat ik onbeleefd wat sceptische tussenroepen lanceerde samen met NOS' Hans Jansen naar de bar van het Okura hotel werd gedrongen omdat we stoorzender waren. Idem een ongeloofwaardige peptalk van Philips' Timmer om cd-video te promoten in een ander Amsterdams etablissement. Nooit meer wat van gehoord.

En dan die miljoenen die moeten zijn verbrast - met opnieuw Philips in de voorste linies - door het HDTV platform om te pleiten voor invoering van betere TV, weliswaar met allerlei compromissen. Niets van geworden, al zijn natuurlijk sommige van die zegeningen intussen wel geïntegreerd.

 

Stoorzender was ik natuurlijk ook bij die introductie van SQ quadro door een toen nog gescheiden firma’s Sony en CBS.

 

Daarna had je de ongelijke strijd tussen Mini Disk en DCC, waarbij Philips aanvankelijk alleen qua datareductie de wat betere papieren had. 

 

En dan die mislukking van cd-i. Philips spaarde kosten nog moeite het er in te willen rammen: Europese persconferenties, demo's en tentoonstellingen alom, een eigen cd-i centrum in Eindhoven waar winkelpersoneel uit boek- en cd handel werd geïndoctrineerd, reclamecampagnes, speciale kennismakingszuiltjes in winkels. Het heeft niets uitgehaald.

 

En dan het thema bekendheid/kennisspreiding/deskundigheid. Ooit gaf de vereniging van grammofoonhandelaren cursussen voor winkelpersoneel waar ook info werd gegeven over theoretische en praktische audiotechnische aspecten. En je had de niet geringe HiFive groep, die jarenlang onder aanvoering van Harry de Jong cursussen gaf, waaraan in motel Deventer mijn bijdragen leverde. Ik vrees dat vergeleken met toen het kennis- en ervaringsniveau alleen maar is afgenomen.

 

Ik herinner me natuurlijk ook nog dat ik het jaar na de cd introductie in een HiFive circus met Arie van Pelt en Ad Visser het land van Groningen tot Maastricht doorreisde om in meest volle zalen voorlichting en demo's over het nieuwe medium te geven. Ook voor Philips heb ik met Ernst van der Velden zo'n tournee gemaakt. Zelfs aan het eind van een Teleac audiocursus waarvoor ik lesmateriaal had ingebracht, was een boeiende forumdiscussie over plussen en minnen van digitale weergave. Publieke belangstelling en reacties genoeg. Ook was ik een paar keer te gast in het radioprogramma Hobbyscoop dat aandacht aan deze materie besteedde. In de Wetenschaps katernen van landelijke dagbladen werd tot en met cd-i nog over deze kwesties geschreven. Nu niet of nauwelijks meer met de restrictie dat ik alleen Volkskrant en NRC dagelijks zie. Luister zie ik daarentegen nooit, maar ik geloof niet dat men daar overloopt van enthousiasme en in HVT zie ik soms ongeloofwaardig enthousiaste verhalen.

 

Wanneer bovendien weer een heilloze, kopschuw makende verwarring over concurrerende ruimtelijke weergavesystemen en formaten is ontstaan waarbij zelfs bovenmodaal geïnteresseerden als ik afhaken (ooit begonnen met de 0.50 waarmee ik in militaire dienst mocht schieten en nu blijkbaar in het eindstadium bij 5.1 – omdat dit het formaat op video surround gebied is - eindigend), hoe moet de a priori al kopschuw gemaakte leek daaruit dan nog wijs worden?

 

Tegen hoeveel bierkaaien kunnen en willen jullie vechten? Hoeveel divisies kunnen jullie mobiliseren? Net zo weinig als de paus volgens Stalin (ben benieuwd naar het aantal dat De Waal en het FNV op de been brengen)? Jullie idealistische zwoegers hebben zoveel tegen:

 

- een moeilijk op grote schaal aan de man te brengen verbetering, meer voor de happy few dan voor de grote schare muziekliefhebbers.

- een medium dat zich bovendien niet leent voor verspreiding via de sectoren personal audio en radio

- ondanks mooie intentieverklaringen van potentiële industriële deelnemende firma's geringe support. Geconfronteerd bovendien met een uiteengevallen, deels desintegratieverschijnselen vertonende, steeds nieuwe, onzekere kongsies vormende hard- en software industrie die geen vuist meer kan maken. Met name de muziekindustrie verkeert in een zelf veroorzaakte crisis en zal niet gauw nieuwe, onzekere experimenten wagen. Jullie lijken nu nog in een uiterst marginaal marktsegment via zeer marginale labels te werken. Of dat spoedig verandert...?

- Een al oververzadigde muziekmarkt waarin de beste kansen schuilen voor kleine firma's met nicherepertoire in plaats van de 123e Symphonie fantastique nu geheel vernieuwd in super audio. Met m.i. na een eerste Oh!! ervaring weinig wezenlijke toegevoegde waarde, maar wel de nodige nieuwe feilen.

- In een tijd waarin je op allerlei gebied toch al wordt bedolven onder - vaak letterlijk - schreeuwende reclame en afleidende - niet-huiselijke - activiteiten en vrije tijdsbesteding zal het lastig zijn aandacht te trekken.

- Hoeveel maatgevende muziekjournalisten en recensenten beschikken over de voor jullie gewenste en noodzakelijke faciliteiten? Hoeveel werkelijk iets betekenende en zoden aan de dijk zettende publiciteit genereren jullie? Neem als voorbeeld zo'n Mahlersymfonie van Haenchen. Ik zag en hoorde hem (tegenvallend) toevallig op de Utrechtse Muziekbeurs in juni omdat hij in de catacomben werd gedemonstreerd en de stand van het NphO waar hij in de aanbieding lag en die stand toevallig naast die van Gopher was waar ik plichtmatig wat Spraakmakenden boeken signeerde. Misschien ligt hij in wat Amsterdamse winkels en is hij beschikbaar voor Vrienden van het NPhO. Maar verder?

- Als die machtige audiovisuele conglomeraten het met hun pr. activiteiten en ‘Platforms’ al niet hebben gered, hoe dachten jullie het dan zonder die gebundelde faciliteiten te redden?

 

 

Natuurlijk ben ik niet maatgevend en altijd al heel atypisch geweest, maar daarom nog niet zonder realiteitszin. Als 71-jarige zal het mijn tijd wel duren, ga ik ook niet nog eens duizenden € in nieuwe spullen steken en mijn huiskamer voor een paar uur muziekgenot per week geheel opnieuw onlogisch met veel sta-in-de-wegs inrichten ter wille van een mogelijk verfraaide klankillusie. Maar hoeveel 'normalere' mensen zijn daar wel toe in staat en bereid? In plaats van dat isolement op te zoeken is het veel fijner met veel gelijkgestemden de ware werkelijkheid van een goede concertzaal op te zoeken.

 

(2005)