METASTASIO
METASTASIO: BELANGRIJK LIBRETTIST Metastasio. Wie in Napels naar de fraaie façade van het Teatro San Carlo kijkt, treft zijn naam daar in marmer gegrift aan de bovenkant rechts aan, samen met de namen van Goldoni en Alfieri, zijn collega toneelschrijvers. En als men over de Piazza Borghese in Rome slentert en een blik werpt in de boekenstalletjes, is er een gerede kans, dat men daar nog op uitgaven van zijn complete werken stuit (bijvoorbeeld de 14-delige, die in 1827 in Cremona werd uitgege­ven).Een Italiaanse literatuurhistoricus vertelt, dat "vele generaties lang moeders hun kinderen de wijsheden van het leven bijbrachten aan de hand van kleine wijsjes van Metastasio." In het verre Brazilië schreef een toneelliefhebber over hem: "De naam wordt met bewondering gehoord in de diepte van onze oerwouden. De zuchten van Alceste en Cleonice zijn ver­trouwd voor de mensen, die geen idee hebben, dat elders ook nog een Wenen bestaat."Het verhaal over Metastasio's roem zou nog ad lib kunnen worden voortgezet. Koningen en prinsen bewonderden hem en zochten hem; Rousseau prees hem; Voltaire zei over twee taferelen uit La clemenza di Tito: "....vergelijkbaar met, zo niet beter dan alles wat het mooiste was in Griekenland, de evenknie van  Corneille als hij niet declameert en van Racine als hij geen zwak moment heeft."Maar bij componisten genoot Metastasio de grootste populariteit. Zijn eerste toneelstuk dat op muziek werd gezet, was Didone abbandonata door Domenico Sarro in 1724. Nog in dezelfde eeuw werd het werk ook door Domenico Scarlatti, Tomaso Albinoni, Georg Friedrich Händel, Baldassare Galuppi, Nicolo Porpora, Johann Adolf Hasse, Nicolo Jommelli, Tommaso Traetta, Niccolo Piccinini, Luigi Cherubini, Giovanni Paisiello, Ferdinando Paër en Severino Mercadente - die zijn werk Didone in 1823 compo­neerde - op muziek gezet. Purcell, die zijn Dido and Aeneas al in 1689 schreef, maakte gebruik van een libretto van Nahum Tate.Gluck schreef verschillende opera's op tekst van Metastasio: La corona, La danza, Le cinesi. Mozart koos Metastasio als uitgangspunt voor zijn Il re pastore en La clemenza di Tito nadat hij de teksten drastisch had aangepast, zelfs Meyerbeer schreef een Metastasio opera, Semiramide riconosciuta met tussenkomst van Rossi voor het libretto. Rossini schreef wat liederen op tekst van Metastasio, zoals de Aragonese Mi lagnerò tacendo, Ch'io mai vi possa lasciar d'amare, Mi lagnerò tacendo, Nizza en de Musique anodi­ne. Beethoven droeg enige aria's bij met als bekendste Ah! Perfido, de 4 Arietta's en een duet op. 82, de liederen O care selve en La parten­za.

Zelden heeft het rad van fortuin zo'n volledige omwenteling gemaakt. Buiten Italië hebben maar weinigen van Metastasio gehoord en zelfs in Italië is de toestand momen­teel niet veel beter. Metastasio is een naam in naslagwerken, hij wordt in de kleine lettertjes in tekstboeken genoemd, dat is al. Grappig genoeg heeft het rad van fortuin van meet af aan ook tijdens het leven van de schrijver gedraaid.

 De Via dei Cappellari in Rome is tegenwoordig in menig opzicht nog dezelfde achter­buurt, die hij in 1698 was, toen de dichter daar werd geboren met de minder dichterlijke naam Pietro Trapassi. Zijn vader, een ex lid van de pauselijke garde, had een klein winkeltje. Pietro moet volgens de overlevering een heel intelligent en mooi kind zijn geweest en zijn peetvader, de machtige en kunstlievende kardinaal Ottoboni zorgde ervoor, dat hij kon studeren. Een nog mooiere speling van het lot was een ontmoeting een paar jaar later. Een tijdgenoot biograaf beschrijft dat als volgt: "Op de prille leeftijd van acht jaar was hij niet slechts voldoende geïnstrueerd in de eerste beginselen van latijn, maar kon hij ook fraai gedichten opzeggen, die hij zelf improviseerde. Op een avond toen hij daar gewoon op straat mee bezig was, hoorde bij toeval de bekende geleerde Gian-Vincenzio Gravina hem. Hij prees het kind hooglijk en bood hem als dank een munt aan, die de jonge Trapassi weigerde. Zijn deugdzaamheid om het aangeboden geld niet aan te nemen en het getoonde improviastie talent bevielen Gravina dusdanig, dat hij de grote wens koesterde om deze tere plant te cultiveren..."

Gravina adopteerde Pietro Trapassi, vertaalde zijn achternaam in het Grieks-Italiaans en zag toe op zijn verdere opvoeding. Op zijn veertiende had de ontluikende dichter al zijn eerste tragedie geschreven, Giustino. Gravina nam daarvan met instemming kennis en moedigde de jongen verder aan.Na verdere studie in Calabrië keerde Metastasio naar Rome terug en ontving een lagere wijding. Het was tenslotte het settecento en abbé's vormden een vast element in het sociale landschap. De dichter heeft geen moment serieus overwogen om echt priester te worden, hoewel hij zijn leven lang heel devoot bleef. Toen Gravina in 1718 overleed, erfde zijn protégé diens fortuin, maar hij verdeelde het geld onder Gravina's andere leerlingen en was zelf prompt weer arm.

Alle monumentale grandeur ten spijt was Rome in de achttiende eeuw essentieel een provinciestad. Napels was, waar je als muziekliefhebber moest zijn. Daarheen toog Metastasio om rechten te studeren en zijn literaire loopbaan nieuwe impulsen te geven. In dat Napels openden Metastasio's gedichten al gauw belangrijke deuren. Een paar maanden na aankomst schreef hij een bruiloftslied en een herdersdicht, Endimione, voor het huwelijk van Donna Anna Pinelli di Dangro en prins Antonio Pignatelli di Belmonte d'Althann (wiens zuster, gravin Marianna Pignatelli d'Althann een belangrijke persoonlijkheid was aan het hof van keizer Karel VI in Wenen).

Vervolgens schreef hij Gli orti esperidi, een kort werk, waarmee hij de vriendschap - en waarschijnlijk meer dan dat - won van de sopraan Marianna Bulgarelli, die toen bekend stond als "La Romanina", vijfendertig jaar oud was (Metastasio was drieëntwintig) en misschien wel geen schoonheid was, maar wel karakter bezat en vastberadenheid toonde. Zij moedigde de jonge dichter aan om zijn rechtenstudie op te geven en zich aan het theater te wijden. Het resultaat was Didone abbandonata, een overweldigend succes, niet slechts voor La Romanina, maar uiteraard ook voor de jeugdige librettist.Enige maanden later keerde Metastasio naar Rome terug. Marianna volgde hem. Tijdens haar afwezigheid was Metastasio zeer bevriend geraakt met een jongere dame en de situatie werd nog gecompliceerder, toen - een nieuwe omwenteling van het rad van fortuin - de dichter een formele brief uit Wenen kreeg. Apostolo Zeno, de "Poeta Cesareo" (de officiële dichter-librettist aan het keizerlijk hof) zijn aanwezigheid vroeg. Op 17 april 1730 arriveerde Metasta­sio in Wenen, waar hij onderdak vond in de woning van een Spaanse Napolitaan, Nicolò Martinez, die een officiële functie aan het hof had. Die woning zou zijn thuishaven worden gedurende meer dan vijftig jaar. Het huis bestaat nog altijd: Kohlmarkt 11 en een gedenkplaat markeert dat.Critici hebben het leven en werken van Metastasio in drie periodes verdeeld, overeenkomstig zijn drie Marianna's: La Romanina (Marianna Bulgarelli), de gravin d'Althann (Marianna Pignatelli) en Marianna Martinez, de dochter van de huisbaas, de gezellin uit zijn laatste jaren. Niemand weet precies hoe zijn relaties met deze drie vrouwen was. Hij was vrijwel zeker de minnaar van La Romanina; zijn liefde voor Marianna Martinez was beslist slechts vaderlijk, maar hij werd geacht in het geheim getrouwd te zijn met de gravin, die op het moment dat hij haar nader leerde kennen weduwe was. De discretie van beide partijen was echter dermate groot, dat niemand de ware toedracht weet.Hoe dan ook, als om de kwesties voor zijn critici en voor Metastasio zelf te vereenvoudigen, stierf de eerste Marianna korte tijd nadat hij in de stand van Marianna II was komen wonen. In haar testament liet La Romanina al haar geld aan Metastasio na; deze gaf het welwijselijk aan haar echtgenoot terug. Hij had het niet nodig. Zijn inkomen was meer dan toereikend en temidden van de keizerlijke grandeur bleef hij een eenvoudig leven leiden.Gedurende ruim een halve eeuw was er geen keizerlijke geboorte, huwelijk of festiviteit zonder dat Metastasio er een tekst voor een opera, cantate, serenade of festa teatrale voor schreef. Stendhal, die een kort essay aan de dichter wijdde, beschreef de typische conventies voor een opera seria: "In elk drama worden zes figuren vereist, allen minnaars en minnares­sen.... de drie hoofdacteurs.... moeten elk vijf aria's van verschillend karakter zingen. Het is noodzakelijk, dat het drama in drie aktes is onderverdeeld en dat een bepaald aantal verzen niet wordt overschreden. Elk tafereel moet met een aria worden afgesloten, maar dezelfde figuur mag nooit twee aria's achter elkaar zingen, net zomin als twee aria's met hetzelfde karakter op elkaar mogen volgen...." Stendhals lijst met eisen en specificaties gaat zo nog even door.Maar dat waren niet de enige voorwaarden, waaraan Metastasio moest voldoen. Op het hoogtepunt van zijn Weense roem, schreef hij een brief aan een vriend, waarin hij zijn nieuwste opdracht beschreef: ".... mijn werk wordt duizendmaal onaangenamer gemaakt door allerlei beperkingen, die me worden opgelegd. In de eerste plaats is me verboden om een Grieks of Romeins onderwerp te gebruiken, omdat onze kuise nimfen dergelijke indecente kostuums niet tolereren. Ik ben verplicht om mijn toevlucht te nemen tot de Oosterse geschiedenis, omdat de vrouwen die mannenrollen vertolken dan tenminste van het hoofd tot de voeten in Aziatische draperieën kunnen worden gehuld. Alle contrast tussen deugd en ondeugd is natuurlijk verboden, omdat geen enkele dame in een kwaad daglicht wil worden geplaatst. Ik ben beperkt tot vijf personages, hoofdzakelijk omdat een zekere gouverneur me daarvoor als belangrijkste gaf, dat personen van stand niet in een menigte verloren mogen raken. De duur van de uitvoering, de scènewisselingen, de aria's, tot bijna het aantal te gebruiken woorden aan toe, is nauwkeurig vastgelegd. Zeg me maar eens, is dat niet iets om zelfs de geduldigste man stapelgek te maken?"De poëet zegevierde echter over alle beperkingen, inclusief de ban op klassieke onderwerpen. Zo schreef hij bijvoorbeeld meer dan één "Chinees" stuk, gevolg gevend aan de smaak uit die tijd, waarin chinoiserie in hoog aanzien stond. Een stuk, een azione teatrale met de titel Le Cinesi behoort tot zijn beste werken in het genre.

In de oorspronkelijke bezetting deed ook de jonge Marie Antoinette mee, de dochter van de keizerlijke beschermvrouwe Maria Theresia van de dichter. Het verhaal is de eenvoud zelve: drie Chinese dames, waarschijnlijk van edele afkomst, proberen te beslissen hoe ze het best de tijdgeest kunnen doden. Ze besluiten te gaan reciteren - in feite te improviseren - elk een eigen scène. De ene zal wat komedie doen, de tweede wat tragedie en de derde een herderstafereel. Het resultaat is een soort anthologie van Metastasio's stijlen. Zonder een zweem satire is elke scène met humor en gratie gecomponeerd. Wie het korte werk nu leest, kan in zich in zijn fantasie best het aristocratische publiek in Schönbrunn, de jonge aartsherto­gin en de oudere dichter-leermeester voorstellen.

Zoals eerder gezegd omvatten Metastasio's gezamenlijke werken - waarbij zijn vele, vaak treffende brieven niet meetellen - in veertien bandjes uitgegeven. Het is makkelijk in te zien, waarom zijn werken zo plotseling uit de gratie raakten. Allereerst was daar de romantisch-revolutionaire reactie tegen hem. In een tijd, waarin keizers, koningen en kronen uit de mode raakten, werd Metastasio gezien als een hoveling. In het Italië van het Risorgimento was het langdurige verblijf van Metastasio in Oostenrijk voldoende om hem impopulair te maken. Een tijd van Byronachtige inspiratie was het feit, dat hij alleen in opdracht en zogezegd in kantooruren schreef ook iets, waarop men neerkeek. Wat later, met de komst van het verismo, werden de thema's van Metastasio weinig realistisch en erg ouderwets. Ook in muzikaal opzicht was hij ongelukkig.Hoewel hij zelf een hervormer was en het operalibretto veranderde en opwaardeerde, had hij de pech, dat hetzij inferieure componisten, hetzij beroemde componisten tijdens een ongeïnspireerde periode zijn teksten op muziek zetten. Vervolgens overschaduwden de meer radicale hervormers Gluck en Calzabigi hem.Gelukkig kunnen we nu retrospectief - als we dat willen - Metastasio onbevooroordeeld lezen. Zijn genie wordt dan snel duidelijk. Net als de opera zelf bewerkstelligt het drama van Metastasio het eigenaardige wonder, dat het ons meevoert naar een heel conventionele, zelfs irreële situatie, maar dat het ons tegelijk iets heel echts en belangrijks zegt over het leven. Zijn bovenmenselijke heersers - zijn Titus bijvoorbeeld - lijken op het eerste gezicht uit koud marmer te bestaan, maar dankzij de pure kracht van zijn poëzie en zijn eigen menselijkheid geeft hij ze vlees en bloed.In Metastasio schuilt ook het volmaakte talent van de geboren theaterman. Hij buigt de door Stendhal opgesomde regels naar zijn wil, hij maakt de uitleg van het drama zelf meeslepend en pakkend door een uiterste bondigheid te betrachten. Het begin van de meeste van zijn werken is in dit opzicht voorbeeldig (mijn persoonlijke favoriet is Issipile). Metastasio's  kwaadsprekers beschouwden hem als breedsprakig en waarschijnlijk moet de moderne lezer een smaak ontwikkelen voor de bewerkelijke, barokke beeldspraak. Maar wanneer dat eenmaal is gebeurd, vormt de voortdurende inventiviteit op het gebied van metaforen een waar genoegen.Metastasio's tweede Marianna, de gravin d'Althann, stierf in 1755. "Vijfentwintig jaar en meer van vriendschap, die geen berouw nalaten. Dat zijn banden, die niet tengevolge van een verschrikkelijke schok breken." Na haar dood ging de dichter steeds minder schrijven en werd hij meer en meer een internationaal literair baken. Het was niet altijd eenvoudig door hem ontvangen te worden. Een eminent bezoeker was in 1772 doctor Burney."Voordat ik de eer had aan Signor Metastasio te worden voorgesteld, ontving ik van een ongetwijfeld bevoegde autoriteit de volgende bijzonderheden met betrekking tot deze grote dichter, wiens geschriften misschien meer hebben bijgedragen aan de verfijning van de vocale melodie en bijgevolg aan de muziek in het algemeen dan de gezamenlijke inspanningen van alle grote componisten in Europa... De hele zin van zijn leven is even onschadelijk als zijn geschriften. Hij leeft in een uiterste regelmaat, die door niemand mag worden verstoord. Hij heeft in al deze dertig jaar niet thuis gedineerd, hij is heel moeilijk aanspreekbaar en staat a priori afwijzend tegenover nieuwe mensen en dingen.... hij haat het schrijven en zet alleen in opdracht zijn pen op het papier...."

In het geval van Burney - en in menig ander - bleek dit verhaal over de ontoegankelijkheid van de dichter onjuist en dra verkeerden de jonge Engelse musicoloog en de oude dichter op goede voet. "Als hij met voorkomendheid wordt benaderd", schreef Burney, "converseert hij heel open en aangenaam. Maar als hij wordt tegengesproken, zwijgt hij onmiddellijk. Hij is te welopgevoed en te indolent om een dispuut aan te gaan.... Voorwaar, in zijn leven schijnt die zachte kalmte te heersen, die men ook in zijn werk aantreft, daar waar hij ook met hartstocht redeneert en nooit in razernij vervalt.... Hij mag de dichter van de gouden eeuw worden genoemd."

Tijdens een latere ontmoeting trof Dr. Burney de derde Marianna: "Het discours werd tien algemeen en gemengd tot de komst van een jongedame, die door het hele gezelschap met respect werd begroet... Dit was signora Martinez (sic).... wier vader een oude vriend van Metastasio is.... Ik was erg verlangend om naar haar te luisteren en met haar te converseren en Metastasio was al gauw van dienst, toen hij voorstelde, dat ze achter het klavecimbel moest plaatsnemen, wat ze meteen heel gracieus deed zonder enig gebrek aan zelfvertrouwen of blijk van overlast. Haar vertolking overtrof werkelijk mijn stoutste verwachtingen. Ze zong twee zelf gecomponeerde aria's op woorden van Metastasio, waarbij ze zichzelf op het klavecimbel begeleidde... Signora Martinez was volmaakter dan welke andere zangeres ook die ik ooit had gehoord..."In 1780 stierf Maria Theresia; ze werd opgevolgd door haar zoon Joseph II. Kort daarop kreeg Metastasio een andere bezoeker, Lorenzo da Ponte. Volgens Da Ponte's Memoires las Metastasio één van de gedichten van zijn jongere collega, besloot hij hem nader te ontmoeten en was hij uiterst vriendelijk en vleiend.Een paar dagen later was Metastasio dood. Opnieuw volgens Da Ponte "uit verdriet", veroorzaakt vanwege het feit, dat Joseph II het pensioen van de dichter had stopgezet. In feite had Joseph Metastasio ontslagen uit keizerlijke dienst en Da Ponte's bewering had vast te maken met zijn eigen acute hebzucht. Volgens een ander verhaal stierf de oude man doordat hij kou vatte toen hij te lang uit het raam leunde op voor de paus te buigen, die in Wenen de keizer bezocht. Hoe dat ook zij, zijn ziekte duurde slechts kort en zoals Marianna Martinez in een brief aan Metastasio's levenslange vriend, de beroemde castraat Farinelli schreef: ".... vrijwel zonder doodsstrijd gaf hij zijn ziel over aan zijn maker... in aanwezigheid van zijn biechtvader."Een eenvoudig, treffend einde, dat geheel in overeenstemming was met het leven van de dichter. Hij werd beweend door de groten, geprezen door de beroemden - en vervolgens snel vergeten. Maar na zoveel jaren valt er nog best van zijn werken te genieten. Er wordt wel gezegd, dat Sir Walter Scott Italië uitsluitend leerde kennen door Aristo te lezen. Dat zal niemand hem meer nadoen, zeker niet om Metastasio nader te leren kennen. Maar het lezen van Metastasio is wel een aangename manier om vertrouwder met het Italiaans te raken. Stendhal zei daarover: "Dit geluk is niet slechts denkbeeldig, het is een kwestie van historie." DISCOGRAFIEBeethoven: Ah! Perfido. op. 65. Charlotte Margiono met het Orchestre révolutionaire et romantique o.l.v. John Eliot Gardiner. Archiv 435.391-2.Beethoven: 4 Arietta's en een duet. Cecilia Bartoli en Andras Schiff. Decca 440.297-2.Beethoven: O care salve; La partenza. Peter Schreier en Walter Olbertz. Berlin Classics BC 2084-2.Beethoven: La partenza. Cecilia Bartoli en Andras Schiff. Decca 440.297-2.Gluck: Le cinesi. Isabelle Poulenard, Anne Sofie von Otter, Gloria Banditelli, Guy de Mey en de Schola cantorum basilien­sis o.l.v. René Jacobs. Harmonia Mundi D GD 77174.Gluck: La corona; La danza. Alicia Slowakiewicz, Halina Gorzynska, Barbara Nowicka met het ensemble van de Beierse omroep c.q. Ignatowicz, Myriak en het Warschau kamerorkest o.l.v. Thomasz Bugaj. Orfeo C 135872.Händel: Gedeelten uit Ezio. David Thomas met het Philharmonia barokorkest o.l.v. Nicholas McGegan. Harmonia Mundi F HMU 90.7016.Händel: Tergi l'ingiuste lagrime uit Ezio. Placido Domingo met orkest. EMI 754.053-2.Händel: Poro, re dell'Indie. Europa galante o.l.v. Fabio Biondi. 0111 OPS 30-113/5.Händel: Sosarme. Tagkanic koor, Amor artis orkest o.l.v. Johannes Somary. Newport Classic NPD 85575.Hasse: Cantates Il ciclope en La danza. Véronique Dietschy, Agnes Zäpfel en het Gradiva ensemble. Ades 20193-2.Hasse: Tardi s'avvedde d'un tradimento uit La clemenza di Tito. Jochen Kowalski met het Berlijns kamerorkest o.l.v. Max Pommer. Capriccio 10.113.Hasse: Cleofide. Cappella Coloniensis o.l.v. William Christie. Capriccio 10.193/6.Jommelli: Son regina, son amante uit Didone abbandonata. Maria Dragoni met het Münchens omroeporkest o.l.v. Gustav Kuhn. Orfeo C 26.1921A.Meyerbeer: Gedeeltes uit Semiramide. Yvonne Kenny, Leona Mitchell met orkest o.l.v. David Parry. Opera rara ORH 103.Mozart: La clemenza di Tito. Anthony Rolfe Johnson, Anne Sofie von Otter, Sylvia McNair, Julia Varady, Catherine Robbin, Cornelius Haupt­mann, het Monteverdikoor en de English baroque soloists o.l.v. John Eliot Gardiner. Archiv 431.806-2.Mozart: Il re pastore. Angela Maria Blasi, Sylvia McNair, Iris Vermilion, Jerry Hadley, Claes Hakon Ahnsjö en de Academy of St. Martin-in-the-Fields o.l.v. Neville Marriner. Philips 422.535-2.Paisiello: La passione di Gesu Cristo. Miroslawa Kacprzak, Jerzy Knetig, Halina Górzynska, Jerzy Mahler met koor en Warschau Sinfonietta o.l.v. Wojciech Czepiel. Europa Musica 350250 (2 cd's).Rossini: Mi lagnerò tacendo. Arleen Auger en Dalton Baldwin. Arabesque Z 6623.Rossini: Ch'io mai vi possa lasciar d'amare. Marilyn Horne en Nartin Katz. RCA RD 60811.Rossini: Mi lagnerò tacendo uit Musique anodine; Nizza. Cecilia Bartoli en Charles Spencer. Decca 430.518-2.D. Scarlatti: Cantate Pur nel sonno almen tal'ora. Kate Eckersley en Fiori musicali o.l.v. John Rapson. Unicorn DKPCD 9095.