DISCOSAURUS JAN DE KRUIJFF
Fonografie Muziek

DISCOSAURUS, NOM DE PLUME VAN JAN DE KRUIJFF 

Het leven van Jan de Kruijff heeft altijd om platen gedraaid. Duizenden stukken heeft de AOW'er verzameld – Recensies, vergelijkende discografieën, interviews, portretten, beschouwingen, boeken. 

'Ik ben nog altijd dolblij dat ik erbij was in 1981, toen in Eindhoven de eerste compact disc gedemonstreerd werd', zegt Jan de Kruijff. 'Dat was zo'n radicale overgang. Tegenwoordig is een cd-speler niet groter dan een sigarenkistje, maar daar stond toen een groot apparaat met het loopwerk op een tafel. En daaronder, afgedekt door een groen biljartlaken, was minstens een kubieke meter aan elektronica weggestouwd.' 

Het is bepaald niet het enige historische moment dat De Kruijff heeft meegemaakt in de loop van een halve eeuw audiogeschiedenis. Hij is opgegroeid met 78-toeren-platen, heeft de mono- en de stereo-lp zien komen, en nog een heleboel andere, veelal geflopte technische snufjes, zoals de quadrafonie, een innovatie waaraan hij kritische bewoordingen wijdde onder de titel Van Wimbledon naar het Sportfondsenbad

Zijn leven draaide om platen, en doet dat nog altijd, al leeft hij tegenwoordig in ruste - in naam althans. Een discosaurus noemt hij zichzelf gekscherend: een van de laatste telgen van een bijna uitgestorven soort, de platenrecensent die een compleet overzicht had van wat er op de markt was. 'Tegenwoordig is dat niet meer te doen', zegt hij, wijzend op een bovenmaatse foliant die naast hem ligt, de catalogus van The Gramophone. 'In 1955 was dat een dun boekje, en nu is dat uitgegroeid tot deze bijbel: 2625 pagina's dundruk vol priegellettertjes. Daar kom je met gemak honderd versies van de Symphonie Fantastique in tegen.' 

De Kruijff schreef onder andere voor Luister en Elseviers Weekblad en was geruime tijd hoofdredacteur van het in 1980 opgeheven tijdschrift Disk. 'Ik heb nooit een verlengstuk van de pr-afdelingen van de platenindustrie willen zijn', zegt hij blijmoedig, 'en dat is me niet altijd in dank afgenomen.' Vanaf 1981 werkte hij als freelancer, in combinatie met een deeltijdbaan als docent geluidsregistratie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, tot hij in 1996 de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. 

De kersverse AOW'er had ineens alle tijd om terug te blikken op zijn carrière, en speciaal op de materiële neerslag daarvan, een archief met duizenden stukken, waaronder ruim 170 artikelen over uitvoerende kunstenaars - zowel portretten als interviews. Werk aan de winkel dus. De Kruijff: 'Ik kreeg dikwijls in mijn omgeving te horen: 'Je moet zien dat dit uitgegeven wordt.' Anderen riepen: 'Gooi het op internet!' Maar daar ben ik te oud voor, en bovendien te sceptisch. Er zijn al zoveel zandkorrels in die oneindige Sahara.' 

Ten slotte kwam hij terecht bij Uitgeverij Balkema, die in 1997 een selectie uit zijn artikelen uitgaf onder de titel Spraakmakende musici, in een oplage van duizend exemplaren. Voor De Kruijff zelf was het wel een ietwat prijzige liefhebberij: 'Balkema wilde het zonder eigen risico doen. Hij leverde wel alle faciliteiten, maar het heeft me wel achttienduizend gulden gekost, waar aan auteursrecht niets tegenover stond. Toch was ik per saldo best tevreden, want die oplage van duizend exemplaren was binnen tweeëneenhalf jaar wel uitverkocht. Maar een herdruk zat er niet in.' 

De Kruijff zat nog steeds op een schat aan onuitgegeven artikelen, en dat stak. Na een aantal vruchteloze contacten met diverse uitgevershuizen las hij een artikel over uitgeverij Gopher in Groningen, een internetbedrijf dat zich specialiseert in publishing-on-demand en beschikt over een geavanceerde computerdrukpers, die zodra er een bestelling binnenkomt een kersvers boek produceert. 

De Kruijff: 'Het leek me een goed idee dat er niet ineens een oplage van 1500 exemplaren wordt geproduceerd waarvan het overschot een paar jaar later bij De Slegte ligt. Bij Gopher moet je ook zelf dokken, maar ik vond de tarieven heel redelijk.' 

De bel gaat. De postbode bezorgt een pak met zeven auteursexemplaren van Spraakmakende blazers, De Kruijffs meest recente Gopher-publicatie. Het boek is al aan zijn twaalfde druk toe, een flatterend gevolg van het feit dat Gopher elk exemplaar apart produceert en dus ook keurig in het colofon vermeldt dat het om een nieuwe druk gaat. De uitgeverij biedt zelfs de faciliteit om een exemplaar met een persoonlijke opdracht van de schrijver te bestellen. 

In de inhoudsopgaven is te zien dat muzikantennamen Gopher ietwat boven de pet gingen, getuige spellingen als 'Glenn Could', 'Gustav Leonardt' en 'Celibidachie', om over de Umlaut op Bohm en Furtwangler maar te zwijgen. De Kruijff weet intussen dat hij zijn drukproeven waakzaam moet benaderen, en voor het overige zijn het werkelijk keurig verzorgde boeken. 

De Spraakmakende blazers zijn voorafgegaan door gelijknamige bundels met dirigenten (de eerste aflevering), pianisten, zangers, en strijkers. Bovendien gaat elk boek vergezeld van een apart uitgegeven, zo goed mogelijk geactualiseerde discografie van de geportretteerde musici. 

Natuurlijk zijn het geen complete compendia. 'De onderwerpkeuze is gedicteerd door wat toevallig op mijn weg kwam.' Ook de omvang van de portretten loopt sterk uiteen. Zo is in het pianistenboek evenveel ruimte gegund aan Clara Haskil ('De bescheidene') als aan Wibi Soerjadi ('Pianoprins der manipulatie en exploitatie'), terwijl daarentegen een interview met Krystian Zimerman, een persoonlijke vriend van De Kruijff, veertig pagina's beslaat. 'Ik ben jarenlang geteisterd door ruimtegebrek,' zegt de auteur. 'Nu was ik eindelijk de baas, kon ik dergelijke verhalen integraal opnemen. Het kan best dat sommige artikelen wat te ver uitweiden, maar dan denk ik: dan sla je als lezer maar wat over, net als bij Dostojevski, waar ze vaak ook pagina's lang zitten te zeveren in de kroeg.' 

Toch is De Kruijff een tikje teleurgesteld. In de loop van anderhalf jaar zijn namelijk van alle vijf titels bij elkaar niet meer dan een stuk of tweehonderd exemplaren over de virtuele toonbank gegaan. De exposure is niet al te markant. Zo blijken de bundels, bij een bezoek aan de Gopher-website, ondergebracht te zijn in de categorie Sport, hobby en vrije tijd, terwijl de website van Boekblad ze, vermoedelijk in navolging hiervan, samen met macramé en vergelijkbare huisvlijt rangschikt onder creatieve hobby's

De investeringen door De Kruijff belopen andermaal de tienduizend euro, maar hij verliest er zijn goede humeur niet onder. 'Ik wist dat het geen bestsellers zoude worden, 23-05-2002', zegt hij. 'Belangrijker is dat mijn materiaal niet ooit zonder meer met mijn computer op de schroothoop of in een gigantisch zwart gat belandt.' 

Maar het jeukt nog steeds. Want in die computer leidt een bonte verzameling artikelen nog altijd een slapend bestaan. Een willekeurige greep uit de letter S: Satie, een esthetisch schandaal, Schubert op zoek naar zijn schaduwen, Seks in de opera. Het is een digitaal Pak van Sjaalman, om nog maar te zwijgen van de meer dan honderd vergelijkende discografieën die De Kruijff tot op de dag van vandaag vervaardigt, puur voor zijn eigen plezier. Hij houdt de platenindustrie nog altijd een vinger aan de pols: 'Dat zit als een bacil in mijn bloed.' 

 

Frits van de Waa, De Volkskrant, 23-05-2002