Fonografie Muziek

CHARPENTIER, GUSTAVE: FRANS OPERAVERISME

GUSTAVE CHARPENTIER: FRANS OPERA VERISME

 

Toen Charpentier in 1956, op 96- jarige leeftijd stierf, had hij bijna nog de duizendste voorstelling van zijn opera Louise in de Parijse Opéra comique meegemaakt. Daar beleefde het werk in 1900 zijn première. Het bleef zijn enige internationale succes, net zoals dat het geval was geweest bij Mascagni’s Cavallleria rusticana en Leoncavallo’s I Pagliacci. Die overeenkomsten gaan verder omdat Charpentier de vrijwel enige bijdrage aan de Franse veristische opera leverde. Er is ook nog een overeenkomst met Puccini’s La bohème want Charpentier voert ook een naaistertje (Louise) ten tonele net als Mimi (maar dan wel realistischer) en een goed uitziende (maar lamlendige kunstschilder) Julien.

Charpentiers opera is ontdaan van alle vormen van overdramatisering die het Italiaanse verismo eigen is. Met recht bestempelde de componist zijn werk dan ook niet als opera, maar als ‘muzikale roman’. 

In dit opzicht, waarin de muziek ook als een prozaïsch idioom serieus moet worden genomen, zet Charpentier het werk van zijn leermeester Massenet voort, maar tegelijkertijd bevat het realisme van deze prozaïsche hymne op Parijs een symbolistische component die deze muzikale roman in de operageschiedenis op een imaginaire verbindingslijn tussen Webers Freischütz en Gershwins Porgy and Bess plaatst (en tot een verrassende voorbode maakt van Puccini’s Il tabarro

Daarom vormt dus feitelijk Parijs meer het centrum van deze opera dan Louise die met haar geliefde dichter breekt het haar kleinburgerlijke omgeving en haar heil zoekt in de vrije liefde. Pas door dit accent op het thema van de grote stad krijgen de ten tonele gevoerde alledaagsheden, zoals een familiemaaltijd, kranten lezen en dergelijke een dramaturgische functie (Charpentier schreef ook zelf het libretto).

In dit opzicht is Louise waarschijnlijk de burgerlijkste opera ooit en als zodanig waarschijnlijk ook een buiten Frankrijk onderschat meesterwerk dat Puccini’s in de verte verwante La Bohème dan wel niet in zinnelijke zingbaarheid, maar wel een preciese detailtekening overtreft. 

Veel opnamen zijn niet van he werk verschenen. Het begon in 1935 toen de 75-jarige componist nog de supervisie had over een registratie met de bekoorlijke Ninon Vallin en de stoere Georges Thill in de rollen van het verliefde stel en Eugène Bigot als dirigent. Het geheel verscheen uiteraard op acht 78t. platen en door de componist geselecteerde gedeelten zijn bewaard op Nimbus NI 7829. Een nostalgische herinnering.

Het volgende document is een registratie uit de New Yorkse Met waar Thomas Beecham een voorstelling leidde. Hier nam de filmster Grace Moore de titelrol voor haar rekening en dat deed ze met opvallend succes, inclusief trillers en versieringen. Haar stem is fraai en ze klinkt innemend. De Canadees Raoul Jobin is een stijlvolle minnaar en Ezio Pinza toont een stoere vader van Louise. Natuurlijk klinkt de verdoekte oude radio opname (Naxos 8.110102/4) met zekere beperkingen, maar hij is om diverse redenen zeer de moeite waard. 

De volgende opname (Philips 442.082-2), in 1956 voor het eerst in mooi klankgewaad, werd weer op de thuisbasis, de Parijse Opéra comique gemaakt Berthe Monmart (Louise), André Laroze (Julien) plus Solange Michel en Louis Musy als Louises ouderpaar. Geen vocale hoogstandjes hier, maar een gedegen, goed uitgewerkt geheel onder leiding van Jean Fournet.

Dan een sprongetje naar 1977 toen weer op thuisbasis Parijs EMI een opname maakte (652.992-2) onder leiding van Julius Rudel met Beverly Sills, Nicolai Gedda, Mignon Dunn en José van Dam. Een wat minder homogeen klinkend, wat te vlot resultaat was de uitkomst.

Voor de nieuwste (!) opname komen we in 1976 in Engeland terecht bij Georges Prêtre (Sony 46429, onlangs opnieuw uitgebracht onder 88697-52631-2) met Ileana Cotrubus als fragiele, bekoorlijke Louise, Plácido Domingo helaas met teveel luide koekkoekzang als Julien en Gabriel Bacquier en Jane Berbié als het gedegen ouderpaar. Ondanks lichte bezwaren, is deze laatste toch de uitgave die het bestendigst is.