BERLIJNS FILHARMONISCH
BERLIJNS FILHARMONISCH ORKEST EN KARAJAN, EEN PSYCHOGRAM Op de vaak gestelde vraag, waarom in de rijen van het Berlijns filhar­mo­nisch orkest nauwelijks vrouwen zijn waar te nemen, antwoordde een ouder orkestlid eens met de tegenvraag, of men zich kan indenken, dat in het nationale Duitse voetbalelftal vrouwen een plaatsje verdienen.De vergelijking van het orkest met het elftal is, bezien vanuit de sociale status, helemaal niet zo gek. Het orkest reist hetzij in een gecharterd vliegtuig van Berlijn naar New York, hetzij in een speciale trein 1e klas voor een toernee door Europa. De leden wonen als voetbal­vedettes in de exclusiefste hotels, worden door ambassadeurs ontvangen, zijn niet zelden getooid met het Bundesver­dienst­kreuz en treden na Rudy Carell bij de TV op. Begin jaren tachtig kreeg elk orkestlid, net als bij de Beatles, een 'gouden grammofoon­plaat' vanwege de 1,2 miljoenste verkochte hit, in dit geval Beethovens Vijfde.Zo goed ging het dit orkest niet altijd als nu, bij zijn 100-jarig bestaan, hoewel het al decennia tot de beroemdste en beste ensembles behoort. Het was altijd al een grote eer voor de beste dirigenten en solisten om met de Berliner Philharmoniker te mogen optreden, hoewel een aantal joodse musici als Heifetz, Stern en Rubinstein na de oorlog weigerden nog ooit in Berlijn op te treden. Vrijwel elke gast slooft zich uit met beleefd­heden en deelt overdreven complimenten uit: men wil tenslotte graag nog eens worden gevraagd.De beroemdste dirigenten uit hun tijd, zoals Nikisch, Bülow, Walter en Furtwängler hebben het orkest geleid. Onder het publiek bestaat een trouwe groep aanhangers, die geen concert wil missen en die het ensemble desnoods door half Europa nareist. KEMA keurHet percentage geboren en getogen Berlijners in het orkest is weliswaar behoorlijk hoog, maar het aandeel Saksen is bijvoorbeeld ook vrij groot. Een reden voor het bijzonder hoge spelniveau van het orkest is waar­schijnlijk ook de gezonde mengeling van jonge, enthousiaste en oudere, ervaren musici, die allen met eenzelfde inzet en engagement spelen.Er was geen ontkomen aan, dat ook buitenlanders moesten worden geënga­geerd, hoewel men z'n best doet bij de kweek van eigen talent. Met dit doel werd de 'Karajan Akademie' in het leven geroepen (waarin de maestro behalve zijn waardevolle naam niets hoefde te investeren). De taak: bekwame opvolgers binnen het orkest opleiden, een opgave die eigenlijk zonder noemenswaardig succes bleef. De soloblazers en -strijkers doceren er; veel van hen geven ook les aan de Berlijnse Hogeschool voor de Kunsten.Men verkoopt zichzelf trouwens maar al te graag en met goede resultaten, want de naam 'Berliner Philharmoniker' draagt zoiets als een 'KEMA Keur' zegel als waarmerk, dat goed te verkopen is. Zo bestaan er naast een paar al lang bestaande goede kamermuziek afsplitsingen uit het orkest ook onder dezelfde vlag varende groepjes met verschillend kwaliteitsniveau met voortdurend wisselende bezettingen. Niet zelden zouden zij hun kunsten beter in het variété of een circus kunnen tonen.Af en toe komt het voor, dat iemand het orkest verlaat. Dat stuit meestal op totaal onbegrip bij de collega's. Maar het kan verleidelijk zijn om elders bij een goed orkest concertmeester of een docentschap te aanvaarden, vaak met hoop op een meer solistische inzet. Maar het gebeurt vrij zelden, want voor de meesten is het orkestlid­maatschap in Berlijn de vervulling van de grootste wens.Daarom is het misschien niet zo verrassend, dat sommigen rouwmoedig weer in de schoot van het orkest terugkeerden, deels omdat hun solistische hoop niet werd vervuld, deels ook omdat ze het "filharmonische succes" in Tokio, New York of Moskou misten en er in artistiek opzicht op achteruit gingen. Maar deels ook uit zuiver materialistische overwegin­gen. Het orkest honoreert niet alleen goed, deelname aan de vele lucratieve opnames is ook niet te versmaden. De terugkeer van dergelijke 'verloren zonen' werd eigenlijk altijd heel genereus aanvaard.De al genoemde hoge sociale status heeft het orkest in hoge mate aan zijn vaste dirigent Karajan te danken. Daarover is iedereen het eens. Dat een goed salaris en vastigheid in hoge mate hebben bijgedragen tot een verhoging van het spelniveau, zeker bij de vers geëngageerde musici, is ook buiten kijf. Geld immers speelt bij deze voorname schare een heel belangrijke rol. Karajans rolIn hoeverre heeft Karajan het orkestspel door de jaren heen beïnvloed? De vaak (wat steriele) precisie van Amerikaanse of Russische orkesten werd wel nagestreefd, maar nooit echt bereikt; maar de inzet, het enthousiasme, de concentratie en de wil om het optimale te presteren, zoals in de dagen van Furtwängler, zijn goeddeels gebleven.Er werd vooral een grote klank- en dynamiek differentiatie bereikt, waarbij de uitersten in luidheid reiken van bijna onhoorbare strijkerspassages tot oorverdovend geweld bij een volledige inzet van het orkest. Een nogal overdreven opgerekte dynamiek is het gevolg.Erger is het voortdurende streven naar zo fraai en vol mogelijk geluid, naar weldadige sfeer - mede bevorderd door een inzet van bij voorkeur altijd de zwaarste bezet­ting - ten koste van een duidelijke, transparante stemvoering, een heldere articulatie, ook binnen een lyrische passage, naar ferme accenten. Natuurlijk stoort dat bij een symfonie van Bruckner minder dan bij een van Mozart. Met de ogen dichtWat een nieuwkomer en een buitenstaander aangenaam verrast, is het bijna kamermu­zikale samenspel tussen de mensen aan de eerste lessenaars, tussen de concertmees­ter en de solostrijkers. Dat schijnt evenwel meer uit nood te zijn geboren. De bij Karajan ontbrekende dirigeerimpuls om bijvoorbeeld aan het begin van een deel, bij tempowis­selingen en overgangen deze duidelijk aan te geven heeft tot een grotere mate aan concentratie geleid en tot een aandachtig naar elkaar luisteren. Een dergelijke handicap kan tot een voordeel worden omgebogen als een noodzakelijke dwang, waarbij iedere musicus tot de grootst mogelijke oplettendheid wordt gemobiliseerd.In het eindresultaat is het natuurlijk veel beter om het orkest bijvoorbeeld tijdens de repetities een lastige ritmische passage uit Stravinsky's Sacre zonder hulp van de dirigent te laten repeteren, tot die echt 'zit' om dan tijdens het concert echt een hecht samenspel te realiseren. In wezen gebeurt dat bij de gemiddelde Beethovensymfonie net zo; men tracht tempowisselingen en rubati zoveel mogelijk uit te sluiten. De soloblazers en - bij opera opvoeringen in Salzburg - ook de zangers krijgen de grootst mogelijke vrijheid.Tot de nadelen van Karajans uit het hoofd dirigeren behoort ook, dat de inzetten van nevenstemmen nooit precies worden aangegeven en dat daardoor al menig pijnlijk voorval gebeurde. Als bijvoorbeeld in Ravels Boléro de bewuste blazer, die toch al lichtelijk onzeker is, zonder exacte hulp van de dirigent verkeerd inzet, kan de luisteraar dit werk makkelijk in een heel nieuwe versie te horen krijgen.Dat heel wat orkestleden nogal verbitterd klinken, als het gesprek op dirigenten komt, is niet zo verwonderlijk. Hoe is het te verklaren, dat een maatslaander, die op korte termijn invalt bij een door het orkest al voor de honderdste keer gespeelde Brahms­symfonie met slechts de allerkortste doorneem repetitie als voorbereiding na het slot van het concert nog wel bijna twintig minuten ovaties in ontvangst neemt? Of dat een andere heel beroemde dirigent tijdens de repetities voor Beethovens 9e symfonie werke­lijk niets te zeggen heeft, maar na het concert alle eer voor zichzelf opeist? ProductiedwangEen delicaat thema vort de opnameproductie van de Berlijners. Het is algemeen bekend, dat, dat zowel de keuze van het repertoire als die van de eventuele solisten, maar ook de technische en artistieke realisatie geheel in eigen beheer zijn. Correcties, balans, klank zijn geheel aan Karajan overgelaten. Het devies luidt eenvoudig: in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk produceren. Geen wonder, dat daarbij nogal eens da capo gedeel­ten, herhalingen, nogmaals van de band worden gekopieerd. Onnauwkeu­righeden en foutjes worden op de koop toe genomen, makkelijke, veel gespeelde stukken worden min of meer a prima vista direct vastgelegd. Ongehoord wordt toch meteen alles gekocht. Belangrijk is alleen de naam op de cover.Zo kon het gebeuren, dat op een plaat met werken van Richard Strauss eenvoudig een paar hele maten ontbreken en dat strijkerspizzicati zelden unaniem zijn. De producenten en opnametechnici behoren tot Karajans grootste fans en ze lijken vrij kritiekloos. Het orkest wordt eenvoudigweg gekocht en laat zijn vriendendiensten gul honoreren.Met deze verleidelijke extra zaken heeft het orkest zich wel geheel aan de wil van een enkeling onderworpen. De meerderheid vergeet iedere vorm van solidariteit met zijn collega's, wanneer een plaatproductie dreigt te worden geannuleerd; wie het waagt de protesteren, wie zich individueel impopulair dreigt te maken, wordt onmiddellijk aan de dijk gezet.Geen mens wil meer afzien van die extra inkomsten; iedereen uit het orkest heeft zijn levensstandaard daarop ingesteld. Het maken van opnames is geen dienst, maar een 'vrijwillige dwang', zoals een orkestlid het eens mooi formu­leerde. Deze opvatting werd dankbaar door de intendant overgenomen, toen hij weigerde iemand vrij te geven met het argument, dat die opname tenslotte als generale repetitie golden voor een volgende concertreeks. Elke eerlijke orkestmusicus weet, dat de concertprogramma's tot stand komen op basis van de opnameplannen en -contracten. Niet omgekeerd.Wie deze werkwijze in de tijd beziet, kan niet anders vaststellen, dan dat er heel effectief wordt gewerkt. Maar dat vergt wel het uiterste van de individuele flexibiliteit en het reactievermogen. Zo kan tengevolge van overbelasting en verslonzing het kwaliteitsbewustzijn in gevaar komen. Een niet te onderschatten bezwaar, dat heel reëel is.Het publiek in de hele wereld verwacht van het Berlijns filharmonisch orkest steeds en overal weer topprestaties. Tot provinciaal niveau kan en mag men zich nooit verlagen. Dat dit op den duur tot stress en angst leidt, hoeft niet te verbazen. Intriges bloeien. Sommigen proberen een vlucht in de alcohol om hun zenuwen de baas te blijven. Anderen menen zich staande te kunnen houden met oncollegiaal, beledigend en agressief gedrag. Heel wat huwelijken zijn gestrand. Beroepsziektes tieren welig; maagzweren en bibberstokken zijn de orde van de dag.Jaloers wordt bij de eerste lessenaars, waar de belasting het zwaarst is, gelet op een evenwichtige taakverdeling. Sommigen trekken zich helemaal terug in hun slakkehuis of hun gezin. Ze zoeken compensatie in het schilderen, zeilen, joggen of insekten bestude­ren. Een zekere mate aan onverschilligheid en ongevoeligheid is hier best van nut, want teveel individualiteit kan schadelijk zijn.Kenmerkend lijkt, dat een zogenaamde "Vriendenkring" werd opgericht, die voor gemeenschappelijke doeleinden platenhonoraria vergaart, een kantine met filharmoni­sche relikwieën in de Philharmonie exploiteert en een Kerstviering met champagne en kaviaar organiseert. De vriendschap moest worden geïnstitu­tionaliseerd. Geen wonder, dat het niet deze Vriendenkring is, die iedereen samenbindt, doch de gezamenlijke wortel in een mooie traditie, de algemene wil om goed muziek te maken (vaak komt het voor, dat het orkest en niet de dirigent extra wil repeteren), een uniek enthousiasme en een onvoorwaardelijk engagement, die helemaal los van het repertoi­re, de dirigenten en de solisten een pakkend gevoel van eenheid bij het musiceren kweekt en last but not least oorzaak is van de goed florerende "filharmonische onderneming".