Fonografie Techniek

SURROUND 1

SURROUND SOUND 1 COMMENTAAR OP DE SURROUND/SACD LUISTERSESSIE BIJ POLYHYMNIA 17-01-2003 

Beluisterd materiaal

Dvorak: 2 delen uit Symfonie no. 9. Boedapest festival orkest o.l.v. Ivan Fischer. (Italiaans instituut Boedapest, maart 2000,

stereoversie Philips 464.640-2, sacd 470.617-2).

Mendelssohn: Vioolconcert in d. Vesko Eschkenazy met het Concertgebouw kamerorkest o.l.v. Marco Boni (resp. Vara studio en Waalse kerk A’dam, 2002, Pentatone sacd PTC 5186001).

Bach: Orgelwerken. Bram Beekman. (Koepelkerk Middelburg, Pentatone sacd PTC 5186003)

Rachmaninov: Vespers. Olga Borodina en Vladimir Mostowoy met het St. Petersburgs kamerkoor o.l.v. Nikolai Korniev (kerk in Elburg, 1993, Philips 442.344-2, sacd 473.068-2).

Mozart: Pianoconcert no. 9 in Es KV 271, finale. Alfred Brendel met het Schots kamerorkest o.l.v. Charles Mackerras (2001, Philips 470.287-2, sacd 470.616-2).

Mozart: Fantasie in d KV 397/385g; Pianosonates KV 310, 311 en 533/494. Alfred Brendel. (2001, Philips 473.689-2, sacd  ?)Schubert: Pianosonate no. 9 in B D. 575. Mitsuko Uchida. (Musikverein Wenen, augustus 1998, Philips 456.579-2, sacd 470.603-2).Mahler: Symfonie no. 4. Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink. (Concertgebouw, oktober 2002 ‘live’ sacd Radio Nederland eigen opname). 

Bevindingen

- Het is jammer dat alle surround-sessies die ik tot nu toe heb bijgewoond mank gingen aan de zorgvuldigheid die ik in Baarn wél aantrof. De condities bij Polyhymnia waren - vanuit de luisterposities die ik kon innemen - voor het surround medium bijkans ideaal, alhoewel ik grote moeite had en houd met de klankmatige prestaties van de B&W Nautilus, en de 801 in het bijzonder. De sessie in Baarn heeft daaraan niets kunnen veranderen.

- In vergelijking met negatieve quadrafonie ervaringen van een kleine dertig jaar geleden viel de demo me mee omdat ik niet (zoals destijds) 'last' had van de (te) luid ingeregelde achterluidsprekers die het klankbeeld (en de illusie) verstoren. Nu was het beoordeeld vanaf een plaats vooraan links aardig discreet. Maar op een positie verder naar achter stoorde mij af en toe het geluid uit de twee achterluidsprekers. Dat wil zeggen: je hóórde de akoestiek op een nogal onnatuurlijke manier soms wegsterven, een morendo dat geforceerd overkwam.

- Ik vraag me wel af hoe groot de optimale luisterzone is. Ik zat aanvankelijk helemaal links vooraan en kreeg dus bijna een overdosis van de linker frontluidspreker.

- Ook dient te worden opgemerkt dat we via 6 luidsprekers (5.1) luisterden want ook de subwoofer was aangesloten. Ik schat trouwens de gehele audio entourage waarin we luisterden op minstens € 50.000.  De akoestisch matig geschikte ruimte niet meegerekend. Kortom, dit is uitsluitend gefundenes Fressen voor yuppen en miljonairs. Ik verbaasde me trouwens dat de opnamemensen vonden dat voor die achterluidsprekers ook rustig Bose melkpakachtige luidsprekertjes kunnen worden gebruikt. Tot nu toe hoorde ik juist steeds dat je 5 kwalitatief gelijkwaardige types moest kiezen. Wat we gehoord hebben is bepaald géén realistische voorstelling voor het 'gewone volk'. Want laten we wel wezen: dit was al met al toch onbetaalbaar spul! 

- Die Baarnse diepte investering van groteske afmetingen (naar centen en naar spullen) is dan nog niet eens het non plus ultra, want die B&W's leveren buiten de gebreken die al zijn opgesomd een omfloerst, dus niet helder klankbeeld. Zó klinken houtblazers niet, zó klinken strijkers niet. De elektrostaatbezitter zal het onmiddellijk, bij de eerste klanken, al waarnemen: modderig. Ik begrijp dat enthousiasme zijn over de B & W Nautilussen niet; ik vond het laag wollig, ongedefinieerd, het hoog (strijkers) schril.

- Al luisterend kreeg ik grote behoefte aan bijbehorend beeld. Daarmee kunnen misschien die verschillende lagen visueel worden aangevuld. Dán heb je wellicht het gevoel in de zaal te zitten. Zónder beeld is het een rampspoed, en is het voornamelijk de akoestische druk op de oren die de geest al snel laat vollopen. Visuele afleiding is er niet. Visuele aanvulling evenmin.

- De omschakeling van stereo naar surround acht ik niet representatief voor het totaalbeeld omdat ik de stereoklank in Dvorak IX (deel I) niet my cup of tea vond. Geen mooie strijkersklank en een "recessed sound". De oude geremasterde DG opname van Kubelik heeft meer presence en is bovendien transparanter. Wel was het een verademing om te horen dat Fischer de expositieherhaling in acht nam. Dat hoor je maar zelden, en je krijgt er en passant nog extra noten bij geleverd! Een witte raaf... In ieder geval is voor mij de Decca opname van Kondrashin toonaangevend. Ik moet echter tóch voorzichtig zijn want die 801's kunnen een behoorlijke stoorzender zijn geweest als het op puur genieten aankomt. En zijn de kabels van Van den Hul geheel onverdacht?- In de surround versie kwam het openingsdeel (ik hoorde het deels aan het slot van de avond) aanmerkelijk beter uit de verf, maar het is maar de vraag of dit tégen stereo in het algemeen pleit: het pleit immers alléé tegen déze stereo-opname.

In ieder geval hoor ik een massa kleuring rond 350-400 Hz (dat schat ik althans zo in) en is het midden/hoog uitgesproken onaangenaam.

Het is gezegd en bevestigd dat de winst vooral in een mildere klank en een groter oplossend vermogen (een beter loskomen van individuele instrumenten, een gavere, vaak vollere klankkleur van met name het koper) zat. Dat is winst. Maar bij die orgelopname en aanzienlijk hinderlijker bij Uchida en surround kreeg ik een overdosis ruimte. Die Schubertopname vind ik géén succes. Té veel ruimte, akoestische overbelichting, het werkt vermoeiend. Ik luisterde ook naar Uchida met Schubert, door Onno Scholtze opgenomen in de Suntori Hall in Tokio en dat beviel in gewone stereo véél beter. Ik heb die Uchida opname (de hele serie trouwens) in gewone stereo en vind hem in alle opzichten prachtig, maar de Musikverein surround vond ik dodelijk vermoeiend, een nodeloze druk op de oren veroorzakend. Precies de reden waarom ik na jaren een abonnement te hebben gehad op de pianoserie in het Concertgebouw daar niet meer heen ga. Vandaar mijn licht ironische opmerking dat surround beter tot zijn recht komt in niet-seculiere muziek (de orgelopname en Rachmaninov met kerkgalm).

- Kan het niet zo zijn dat iets van die mildheid ook te danken is dat bij gelijkblijvend geluidsniveau de energie in surround over meer luidsprekers wordt verdeeld en ze dus individueel minder worden belast? Ik vond bijvoorbeeld dat 2e deel  Dvorak best de moeite, maar bij niveaus boven pak weg mf zette de schrilheid in en begon het klankbeeld dicht te lopen, ook in surround.

- De gespuide kritiek op de akoestische overexposure is terecht, maar hier zit dunkt mij een grote adder onder het gras: zónder die overexposure blijft er van Hosannah-surround niet veel meer over. Immers, dáár moet het medium het uiteindelijk toch vooral van hebben. En hoe kán het ook anders: er wordt laag op laag gelegd, met de akoestiek van de eigen kamer daar nog eens bóvenop. Er is sprake van twee 'akoestieken' die elkaar niet (h)éérlijk aanvullen maar een versterkende factor hebben van heb-ik-jou-daar. En dát allemaal zónder beeld. Wie dat nog natuurlijk kan noemen, is volgens mij aan iets ten prooi dat buiten mijn perceptie ligt.

- Ook het stereobeeld was vrij beroerd. We luisterden naar een 5.1 of 4.0 of whatever opname eerst via de twee front l/r speakers ten gehore werd gebracht in stereo-modus. Dat was dus eigenlijk al fout: de enig juiste vergelijking is tussen een pure stereo-opname en een pure 5.1/4.0/... opname: de ene disc eruit, de andere disc erin.  Nu werd er gemanipuleerd stereo gepresenteerd. Bovendien viel het mij op dat de Lexicon (galm) niet in de neutrale stand stond. Púúr luisteren kun je alleen maar thuis, met je eigen spullen: je weet immers dán 100 procent dat de instellingen neutraal zijn.

- Als betrekkelijk ondeskundige, bang voor manipulatie, vraag ik me af als met ‘slechts’ 5 microfoons wordt gewerkt voor de surroundversie er niet drie kunnen worden uitgeschakeld voor de stereoversie in plaats van wat nu op andere wijze gebeurt?

- De zaakjes waren wel beter voor elkaar dan op welke van de (beperkte) andere demo’s ook die ik meemaakte. En die Mahler was werkelijk 'umwerfend' (vergeleken daarmee begreep ik het enthousiasme voor die andere opnamen niet). Naar analogie van een Omniversium zou ergens een Surroundium moeten zijn. Wat het een voor de ruimtelijke filmprojectie is zouden daar tot een tempel voor de ruimtelijke geluidsweergave moeten worden. Het is helaas nooit anders geweest dan dat op shows en bij de detailhandel altijd veel ‘demonstructies’ plaatsvonden, antireclame werd verbreid.

- De Brendel-opname (Mozarts fantasie in d) was in ieder geval prettiger om naar te luisteren dan naar Uchida’s Schubert, maar ook hier érg veel akoestiek: hoe moet dat in de ruime akoestiek van The Snape in Aldeburgh niet gaan?  In het slotdeel van KV 271 zit iets niet goed bij de strijkers, na rond de 8 minuten.

- Ik vond misschien niet de klank, maar wel de plaatsing en de definitie van de vioolsolo (Mendelssohn) en de pianosolo (Brendel) in stereo beter dan ik surround, waar ik weer het vage uit-fase gevoel of tenminste het tot kamerbreedheid opgerekte gevoel bij solo instrumenten van de bad old Bose 801 kreeg.

- Bij de surround instelling van mijn TV geluid (inderdaad heel wat anders) heeft het  TV apparaat een ruisgenerator en een menu met regelmogelijkheden achter de hand. Hoe gaat dat met SACD bij de mensen thuis? Is daar een test SACD voor? Of moet dat maar op gevoel, naar smaak gebeuren. Dat zal meestal ongelukkig eindigen.

- Ik geloof dat ik de crux van de perceptie van surround als verschijnsel te pakken heb: het is maar hoe je als individu op grond van vooral je muziekkennis en je luisterervaringen in het stereodomein en in de concertzaal en (misschien) de studio tegen surround aankijkt. Diegenen die uit den brode wel mee moeten varen (hun eigen mening is immers in commerciële zin nogal irrelevant en in ieder geval niet a priori onverdacht), laat ik hier dan verder buiten beschouwing. Met andere woorden:

de opvattingen van al diegenen die commercieel sterk betrokken zijn bij het surround-fenomeen moet je dus altijd met de nodige scepsis wegen.

- Jammer dat mijn opmerking over de vermoedelijk moeizame penetratie op de markt en bij muziekliefhebbers werd weggehoond (c.q. met rooskleurige commerciële cijfers van de hardware vertegenwoordigers werd bestreden). Ik ben zo bang dat allerlei vervelende barrières moeten worden overwonnen hebben waarop producers en opnamemensen weinig invloed hebben: weinig positieve en relatief geringe publiciteit, trage start, veel inferieur muziekmateriaal, sombere tijden voor de muziekindustrie, slinkende klassiekmarkt (en daar nauwelijks mensen meer aan het roer met kennis van en liefde voor muziek), onbruikbaarheid voor de omroep en personal audio, de onzekerheid over het winnende formaat met als consequentie duurdere multipurpose weergave apparatuur, de concurrentie van DVD-A enzovoorts.

- Natuurlijk denken Erdo Groot, Jean Marie Geijsen en partners dat zij het ultieme geluid hebben gecreëerd. Daaruit blijkt weer eens dat men al gauw teveel vertrouwen koestert in de oren van de vakmensen. Erdo vond Dvorak práchtig en ik vond het – Aart en Armand - eigenlijk niks. Ik denk héél simpel dat wij gelijk hebben. Er werd op B & W 805's gemonitord (zoals gezegd: zeker geen sieraden als het op klankweergave aankomt) en de vicieuze cirkel is zo aardig rond. Er komt dus een perpetuum mobile uit de bus dat met comedy and error de enig juiste typering is.

De conclusie kan natuurlijk zijn dat zij iets anders mooi, c.q. ‘juist’ vinden dan wij. Dat zou wel veel verklaren, maar ik kan me dat haast niet voorstellen en het is ook weinig bevredigend.