Mini Vergelijkingen

SIBELIUS: SYMFONIE NR. 1

SIBELIUS: SYMFONIE NR. 1

 

Programmatische achtergronden komen niet te pas aan Sibelius’ zeven symfonieën. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het in deze abstracte muziek aan stemmingen ontbreekt en onmiskenbaar worden we in de 1e herinnerd aan Tschaikovsky en Franck. Vooral die Tschaikovsky invloed is goed hoorbaar, maar de bewuste Russische ondertonen gaan mooi samen met al best zelfverzekerd klinkende individualistische trekken in de thematiek en de orkestratie. Zo is bijvoorbeeld het begin al een heel oorspronkelijke inval: een klarinetsolo boven een milde paukenroffel waarmee het hoofdthema meteen wordt voorgesteld dat veel later zijn apotheose bereikt in de climax uit de finale. Een nadrukkelijk ritmisch scherzo verraadt ook de invloed van Bruckner, een componist met wiens muziek hij voor het eerst in 1890 in Wenen had kennis gemaakt. Verder moet men wel een olifanthuid hebben om niet gecharmeerd te raken van de Noordse melancholie die hier zo kleurig en drastisch wordt geuit. Het werk dateert van vlak voor de vorige eeuwwisseling, uit 1899 toen de componist 33 was en vooral de echo’s van Tschaikovsky klinken nog duidelijk door.

Te beginnen in 1930 met Kajanus (Finlandia 4509-95882-2) heeft het werk een rijke opnamegeschiedenis, waarin verder dirigenten als Ormandy, Ehrling, Collins en Kletzki een rol speelden. Ook Karajan kwam al met een vroege versie (EMI 763.896-2) die hij later overtrof in zijn volledige DG opname van alle symfonieën. Voor verdere interpretatieve hoogtepunten van dit werk zorgden vooral de meeslepende Maazel (Belart 461325-2), de warmbloedige Ashkenazy (Decca 455.402-2), de ranke, pakkende Berglund (Finlandia 3984-23388-2), de heel treffende Blomstedt (Decca 444.541-2), de idiomatische Vänskä (BIS CD 861) en de resolute Davis (Philips 446.157-2 en RCA 09026-68183-2). Maar de meest frisse, energieke en rake uitvoering komt eens temeer van Jansons (EMI 754.273-2).