Mini Vergelijkingen

PAGANINI: DE 6 VIOOLCONCERTEN

PAGANINI: DE 6 VIOOLCONCERTEN

 

Met de Genuese duivelsviolist Niccolò Paganini deed in de 19e eeuw de magie zijn intrede in de muziekgeschiedenis. Als het prototype van de virtuoos zorgde hij met zijn zeker voor die tijd verbluffende techniek dat zijn tijdgenoten zich steeds opnieuw verbaasden. Naar de woorden van Heine zoog Paganini als ‘de vampier met de viool’ zijn tijdgenoten weliswaar niet het ‘bloed uit het hart’, maar wel het ‘geld uit de zak’.

Zijn portret was te vinden op zakdoeken en dassen; dames uit de voorname kringen lieten zich naar zijn voorbeeld kappen met lokken en luchtige pruiken; in restaurants werd à la Paganini gegeten. “Op het toneel”, schreef Heine verder, ‘verscheen een donkere gestalte die uit de onderwereld leek te komen. Dat was Paganini in zwart gala; de rok en het vest van een afgrijselijke snit die misschien wel gangbaar is aan het hof van Persephone’.

 Lang werd gedacht dat alleen de meester zelf het materiaal recht kon doen en dat het niet was voorbehouden aan andere stervelingen uit de violistengarde. Dat hem nu nog dezelfde fascinatie zou lukken, lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Tot de tweede helft van de 20e eeuw waren feitelijk maar twee van zijn vioolconcerten bekend en populair. Intussen zijn er zes opgedoken zonder dat deze overigens veel meerwaarde betekenen voor het genre stuntwerk als zodanig.

Accardo (DG 437.210-2, 3 cd’s) is tot op heden de enige die het zestal vastlegde. Zijn daarvoor nodige schijfjes zijn ook separaat leverbaar en interpretatief zeer de moeite waard. In de combinatie van het bekende eerste en tweede concert blinken met name Kaler (Naxos 8.550649) en Ashkenazi (DG 429.524-2) uit.

Aanbevelenswaardig voor het divers gekoppelde 1e concert zijn vooral Perlman (EMI 747.1-1-2) en Shaham (DG 429.786-2).