Mini Vergelijkingen

BACH: MIS IN b, HOHE MESSE

BACH: MIS in b HOHE MESSE 

 


De Mis in b-klein van Bach, bijgenaamd de Hohe Messe is een monument uit de muziekgeschiedenis dat Bach zelf nooit volledig heeft gehoord. Net als het Weihnachts Oratorium is het een gecombineerd, en samengesteld werk dat gedurende enige tientallen jaren ontstond uit cantatedelen en mogelijk was het eerder bedoeld als een compendium om Bachs gaven als koorcomponist in optima forma te tonen dan als gelegenheidswerk. De componist zond in 1733 het Kyrie en het Gloria aan de katholieke keurvorst  van Saxen; in een begeleidende brief beklaagde hij zich over zijn werk in Leipzig en vroeg hij om een aanstelling (die hij zoals bekend niet kreeg). De complexiteit van het werk overschrijdt verre de grenzen van de liturgische alledag. De in de partituur verankerde toonsymboliek, de rijkelijk gecontrasteerde stijlen en het grote aantal toespelingen op de geloofsinhoud van de tekst zijn altijd onderwerp van studie en discussie geweest. Het beginkoor, een statige fuga, wekt meteen het gevoel van een onwankelbaar geloof waarvan het hele werk is doordesemd. Maar niet het hele stuk is plechtig van aard. Het glorieuze Sanctus wordt gekenmerkt door een felle energiestoot door zesstemmig koor met hoge trompetten en een ritmiek die eerder de dans dan verering suggereert.

 

Enescu (BBC BBCL 4008-7, Ariadne 5000-2) nog met Danco, Ferrier, Pears in 1951 en Karajan met Schwarzkopf, Höffgen, Gedda en Rehfuss (EMI 567.207-2) in 1952/3 behoorden tot de eersten die de mis voor lp uitvoerden, in 1961 gevolgd door Richter (DG 463.004-2). Karajans latere versie uit 1973 (DG 439.696-2) kan beter worden vergeten. Net als de uitvoeringen van o.a. Bembreck (Naxos 8.55058/6), Christophers (Regis RRC 2002), Corboz (Erato 0630-13732-2), Fasolis (Arts 47525-2) Giulini (BBC BBCL 4062-2), Herreweghe (Harmonia Mundi HMX 2908110-2), Jochum (EMI 568.640-2), King (Hyperion CDA 67201-2), Koopman (Erato 4509-98478-2), Marriner (Philips 416.415-2), Münchinger (Decca 440.609-2), Rifkin (Nonesuch 7559-79563-2), Rilling (Sony 45615), Shaw (RCA 9026-63529-2), Solti (Decca 430.353-2) en Thomas (Koch 37194-2).

 

Ook de erg traditioneel aandoende, maar toch wel een bijzondere grandeur ademende vertolking van Klemperer (EMI 763.364-2, 476.814-2) is niet voor alledag. Schreier (Philips 432.972-2) beschikte over voortreffelijke solisten en voer een mooie middenkoers. Maar het zijn toch vooral de ‘authentieke’ interpretaties van bijvoorbeeld Harnoncourt – nog heel provocerend in 1968 (Teldec 4509-95517-2), wat meer bezonnen in 1986 (Teldec 2292-142676-2), de als altijd stijlvolle, sympathieke Brüggen (Philips 426.238-2), King (Hyperion CDA 67201/2), Parrott (Virgin 561.337-2), Jacobs (Berlin Classics BR 1063-2), Koopman (Erato 4509-98478-2) en de spirituele Leonhardt (Harmonia Mundi GG 77040) die zich met klem aandienen. In iets mindere mate ook Herreweghe (Harmonia Mundi 901614/5) en juist weer in iets meerdere mate Hickox (Chandos CHAN 533/4) en Gardiner (Archiv 415.514-2). Laatstgenoemde is in menig opzicht nog steeds de beste aanbeveling momenteel. Waarom?

 

Diverse redenen. Om te beginnen baseert Gardiner zich op het bekende memorandum dat Bach in 1730 aan de stadsraad van Leipzig stuurde en waarin hij de vocale en instrumentale eisen opsomde waaraan de uitvoering van zijn kerkmuziek volgens hem moest voldoen. Verder zorgt hij voor grote consistentie op basis van een spontaan klinkend, heel vitaal ritmisch concept zonder de muziek ooit op te jutten. De zangers krijgen ruimte voor een natuurlijk vloeiende expressie. Probeer als mooi voorbeeld van deze stijl het "Et resurrexit". En dan is er dat voortreffelijke Monteverdikoor…..

 

 

Er zijn een paar beeldregistraties van het werk. De oudste is: van Karl Richter met zijn Münchens Bachkoor en –orkest en als solisten Gundula Janowitz, Hertha Töpper, Horst Laubenthal en Hermann Prey. (DG 073-4148, dvd) uit 1969. Bijzonder zijn vooral het ‘Laudamus te’van Janowitz en de gedisciplineerde toewijding van het merendeels uit jonge zangers bestaande koor. Er heerst een sfeer van devotie, maar de vertolking is tamelijk stijfjes en het koor komt niet tot echte pianissimi. Interessant voor een enkele keer, slecht tegen herhaling bestand.Beter is het daarom te kiezen voor John Nelson en een ensemble uit Parijs met Ruth Ziesak, Joyce di Donato, Daniel Taylor, Paul Agnew en Dietrich Henschel (Virgin 00946-370636-9).