BACH: VIOOLCONCERTEN

BACH: DE VIOOLCONCERTEN


 
Van de Italiaanse componisten heeft zelfs de grote Bach nog wat kunnen leren. Bijvoorbeeld op het gebied van de aan de andere kant van de Alpen heersende vorm van het driedelige instrumentale concert. Hoe hevig hij daarbij bewust of  onbewust onder de invloed van Vivaldi stond, mag de luisteraar zelf uitmaken. Neem zijn beide vioolconcerten en het concert voor 2 violen en orkest. Al deze werken ontstonden waarschijnlijk gedurende Bachs tijd aan het hof in Cöthen, hoewel dat allerminst zeker is. Het concert in E begint met drie krachtige akkoorden: als dat niet een typisch stijlmiddel van Vivaldi is! Zo’n zelfde positieve, veerkrachtige stemming komen we ook in sommige Brandenburgse concerten tegen. Dat concert in E bevat ook een van Bachs meest geïnspireerde en treffende langzame delen; een tere melodie van de solist wordt omlijst door trage, sombere orkestbegeleidng. Het mooist is feitelijk het dubbelconcert, een wonder van contrapuntisch vernuft. Opnieuw weven de elkaar nabootsende solisten in de hoekdelen met speelse brille hun melodielijnen door het begeleidend strijkersweefsel terwijl ze even met een vertoon van mooie lyriek voor rust zorgen in het langzame deel.

 

Legio opnamen van dit drietal vragen om aandacht. Bij de ‘traditionalisten’ zijn het vooral Perlman en Zuckerman (EMI 574.720-2), Kennedy en Stabrawa (EMI 557.091-2) en Grumiaux en Krebbers (Philips 420.700-2) die positief opvallen, bij de ‘authentieken’ Podger en Manze (Harmonia Mundi HMX 2907155) plus Standage en Beznosiuk (Archiv 463.014-2).