Uitvoerende Kunstenaars

HARNONCOURT, NIKOLAUS III

NIKOLAUS HARNONCOURT: ONTDEKKER EN UITVOERDER

 

Dat de 6 december 1929 in Berlijn als zoon van civiel ingenieur Eberhard en diens echtgenote Ladislaja Gräfin von Meran, Freiin von Brandhoven geboren Johann Nikolaus Graf de la Fontaine und d’Harnoncourt-Unversagt geboren dirigent zo kort nadat hij in december 2015 met een kort briefje had gemeld: “Geliefd publiek, mijn lichamelijke krachten gebieden me af te zien van verdere plannen” al so kort daarna, 5 maart 1916, is gestorven, was niet te voorzien en kwam aan als een klap.

In het verleden is op deze site al de nodige aandacht aan de dirigent besteed. Behalve dat vele opnamen van hem in de recensierubriek en in vergelijkende discografieën aan de orde kwamen, is logisch. Daarnaast staat in de rubriek Fonografie Muziek onder Harnoncourts naam het artikel Was ist Wahrheit en in de rubriek Uitvoerende musici een discografie en de stukken  Gedachten en meningen en Een herhalingsoefening. Wat is daar naast de bij zijn dood verschenen bijdragen op internet, in kranten en tijdschriften aan toe te voegen? Dat hij cello studeerde bij Paul Grümmer en Emanuel Brabec aan de Weense Muziekakademie nadat hij Graz als woonplaats had, maar ook viola da gamba speelde, een belangrijke vingerwijzing voor zijn latere loopbaan.

Misschien ook dit: dat we aan Harnoncourt als ‘oude muziek zoals het hoort’ sinds hij van 1952 tot 1969 als cellist in het Weens symfonie orkest speelde in 1953 met zijn echtgenote Alice Hoffelner en aan stel gelijkgestemde musici besloot het doelgerichte ensemble Concentus musicus te beginnen om muziek van Monteverdi, Biber, Gabrieli, Purcell, Vivaldi, Bach, Händel, Telemann en andere barokcomponisten als Rameau en Zelenka meer authentiek recht te doen. Een omvangrijk hoogtepunt was in 1968 de registratie van alle cantates van Bach die werd gedeeld met die andere voorvechter van authenticiteit, Gustav Leonhardt.

Van 1975 tot 1989 was Harnoncourt regelmatig te gast bij het Concertgebouworkest om zijn Bach passie opvattingen te tonen. Maar het bleef niet bij achttiende eeuwse muziek. De dirigent vond – met Frans Brüggen c.s. – dat ook aan de gangbare realisatie van negentiende eeuwse muziek nog veel te verbeteren viel met traditierijke orkesten. Hij kon daarbij beschikken over drie van de beste Europese ensembles: het Concertgebouworkest, het Berlijns filharmonisch orkest en het Weens filharmonisch orkest plus het voor vernieuwing openstaande enthousiaste EEG Jeugdorkest. Haydn, Mozart (ook diens opera’s) Beethoven, Schubert, Weber, Mendelssohn, Schumann, Brahms, Dvorak, Smetana, Bruckner, de Strauss dynastie (inclusief een Fledermaus in Amsterdam) en Verdi. Het zal nauwelijks verbazing wekken, dat hij met Schmidt, Bartók en Gershwin ook de twintigste eeuw in zijn zendingstocht betrok. Van een realisatie van de plannen om Bergs Lulu en Wagners Meistersinger op te nemen, is het helaas niet meer gekomen.

In 2013 dirigeerde een toen nog zeer vitale Harnoncourt voor het laatst in Nederland: een pittige Bruckner V. Het gedreven streven naar authenticiteit had toen al plaats gemaakt voor een meer relativerende visie waarin niet één enkele waarheid geldt.

Lang niet alle uitvoeringen en opnamen van Harnoncourt zijn onomstreden. De snelle tempi en de felle slagwerkbijdragen in Mozarts Don Giovanni werden niet gewaardeerd, evenmin als de wel erg onsentimentele visie op Così fan tutte

Hoe triest het verlies van zo’n belangrijke vernieuwende dirigent als een der invloedrijkste vertolkers die een waarachtig historisch perspectief opende met zijn werken ook is: laten we dankbaar zijn voor zijn grote fonografische erfenis van ruim vijfhonderd cd’s die voor velen een belangrijke leidraad is en blijft.

Harnoncourts zoon Eberhard, een vioolbouwer, kwam om bij een auto ongeluk in 1990, maar zijn vrouw, zijn zonen Philipp en Franz en zijn dochter, mezzo Elisabeth von Magnus blijven over.