BARTÓK: ROEMEENSE VOLKSDANSEN NR. 1-6
Vergelijkende Discografieen

BARTÓK: ROEMEENSE VOLKSDANSEN NR. 1-6 Sz . 56 en 68

 

Tijdens een lezing in 1931 opperde Bartók dat de harmonisatie voor de concertzaal niets anders betekende dan dat een lijst werd geplaatst om een essentieel element: de boeren dansmelodie die daar nu de plaats inneemt van een diamant in zijn zetting.

 

Achtergronden

 

Bartók moet ongeveer dezelfde liefde hebben gevoeld voor de Roemeense volksdansmuziek als voor zijn eigen Hongaarse volksmuziek. Naarmate de niet zo conventionele melodische en ritmische patronen van de volksmuziek dieper op hem inwerkten, raakte Bartók vaster besloten om dit materiaal grotere bekendheid te geven via zijn eigen arrangementen, waarvan de Zes Roemeense Volksdansen mogelijk de bekendste zijn. Het gaat daarbij om zes bondige en contrastrijke stukjes, namelijk:

 

1 Jocul cu bâtă of Stokdans uit Transsylvanië (allegro moderato 2/4

2 Brâul of uit de provincie Totontal of Lendedoek dans (allegro 2/4)

3 Pe loc  of Stampdans met doedelzakbegeleiding (andante 2/4)

4 Buciumeana uit Torda of horlepiep dans (moderato 3/4)

5 Poarga româneascá uit Bihar of Roemeense polka (allegro 2/4)

6 Mănuntelul voor 2 dansers uit Bihar en Torda of Snelle dans (allegro 2/4)

 

Als zodanig werd het werk in 1915 voor pianosolo geschreven, maar ze werden in datzelfde jaar door de componist voor klein orkest bewerkt. Willner maakte een bewerking voor strijkorkest, Wilke eentje voor salonensemble.

Later zorgen anderen – voorop zijn vriend en primarius van het oude Hongaars kwartet Zoltán Szekely (die ook in Amsterdam zijn tweede vioolconcert ten doop hield) met de bekendste viool/piano versie – voor tal van arrangementen zoals de discografie laat zien. De Universal uitgave geeft veel nadere info over deze bewerkingen die in variëteit enorm uitgroeiden zoals uit de discografie blijkt.

 

De opnamen

 

Het grote aantal opnamen met uitvoeringen in allerlei gedaanten is al verwonderlijk groot; in wezen is het nog veel groter, wanneer we aan minder voor de hand liggende uitvoerenden denken. Opnamen waarvan niet zo gauw nadere gegevens te vinden waren. Zoals die van: Auf der Maur en Tsuda (Discover DICD 920491), Balzani en Ascione (Discantica DIS 05), Blarr (Koch 31710-2), Weense Haffner trio (Neïro Productions NP 19972126), Husser en Couéffe (Pavane 507229), Jerie en Ragossnig (Bayer BR 100171), Leu en La Roux  (Gallo 500856), Maurer, Barta, Boyaciyan (Arte 74321-51636-2), Puritz (Cord Aria CA CD 508), Rouet (Pavane 507415), Schaarschmidt, Kumfert (Signum SIXG 8200), Schlubeck, Schäffer (PanOfon MS 9603), Silvestre Schäffer (Hänssler CD 98143), Tirabosco, Dominguez (Cascavelle VEL 1032), Kagan, Skanawi (Live Classics LCL 192), Korcia, Pludermacher (BMG 74321-169086-2), Dubeau Ensemble La pietà (Fleur de Lys FL 23125), Jánosi ensemble (Hungaroton HCD 518191), Read, Degenhardt (Freiburger Musik Forum AM 1220-2).

Zonder alles wat theoretisch beschikbaar is in de praktijk grondig door te nemen kan het om te beginnen aan de geïnteresseerde luisteraar worden overgelaten om het piano origineel of het arrangement van zijn keuze te kiezen zonder verdere haarkloverijen. In de Conclusie staan de voorkeuren van schrijver dezes vermeld.

 

Conclusie

 

Het is haast logisch om voor een betrekkelijk kort werk als dit een cd te prefereren die geheel aan Bartók is gewijd. Iedereen die zich werkelijk in deze materie wil verdiepen, moet natuurlijk de opnamen met de componist zelf als pianist als uitgangspunt nemen.

Daarna komt wat dat betreft Kocsis (Philips 434.104-2) allereerst in aanmerking, tenzij men meteen kiest voor zijn volledige opname van Bartóks pianowerken. Hopelijk zijn de bewuste Philipsopnamen nog leverbaar. Daarnaast moet vooral worden gedacht aan Hélène Grimaud, Michel Béroff en Dana Ciocarlie.

Bij de versie voor viool en piano voeren Isabelle Faust en Florent Boffard (Harmonia Mundi HMN 91.1702) het veld aan, maar ook hier loont het hun dubbelaar met alle werken voor viool en piano te prefereren.

Daarnaast zijn het Ida Haendel/Vladimir Ashkenazy en Vadim Repin met Boris Berezovsky die in deze vorm schitteren.  In tweede instantie lokken ook Little en Lenahan plus Eichhorn en Findeisen.

Het experiment van Hope met luthéalbegeleiding door Knauer is een interessante variant.

DE nog wat uitgebreider vorm met gitaar erbij van Shaham, Grusin en Ritenour is boeiend.

Twee harpen in actie is ook bijzonder met het Duo Arparimba, net als eens viool en accordeon met Piketty en Contet.

Stijlvol klinkt ook de het Blaaskwintet van de Hongaarse omroep.

Tot slot is er voor wie een grotere bezetting wenst met name Turovsky met zijn musici uit Montréal.

 

Discografie

 

Orkestversie

 

1954. Philharmonia orkest o.l.v. Charles Mackerras. Testament SBT 1325.

 

1980. Leningrads kamerorkest o.l.v. Edward Serov. Kontrapunkt 32304, Melodiya MCD 174.

 

1981. Stedelijk symfonie orkest, Tokio o.l.v. Moshe Atzmon. Denon 38C37-7122.

 

1990. Hongaars Staatsorkest o.l.v. Adam Fischer. Nimbus NI 5309.

 

1992. Camerata Lysy o.l.v. Lysy. Claves CD 50-9411.

 

1993. Chicago symfonie orkest o.l.v. Georg Solti. Decca 470.561-2, DG 476.9300 (2 cd’s).

 

1994. Sofia solisten o.l.v. Gisèle Ben-Dor. Centaur CRC 2239.

 

1995. Tapiola Sinfonietta o.l.v. Jean-Jaques Kantorow. BIS CD 740.

 

1995. Ensemble Villa Musica. MDG 304.0667-2.

 

1998. Virtuosi di Kuhmo o.l.v. Peter Csaba. Ondine ODE919-2. 

 

1999. Angèle Dubeau met Pietà. Musicor FL 23125.

 

2001. Musici di Montréal o.l.v. Yuli Turowsky. Chandos CHAN 10094. 

 

2004. Fins Omroeporkest o.l.v. Sakari Oramo. Warner 2564-61947-2.

 

2006. St. Paul kamerorkest o.l.v. Hugh Wolf. Warner 0927-49000-2.

 

2007. Quebec symfonie orkest o.l.v. Yoav Talmi. Analekta FL 23156.

 

2008. Les violons du roy o.l.v. Jean-Marie Zeitouni. Atma ACD 2576.

 

2009 Deutsche Streicherphilharmonie o.l.v. Michael Sanderling. Genuin GEN 10169 (2 cd’s).

 

Piano en orkest

 

1994. Zoltán Kocsis met het Boedapest festival orkest o.l.v. Iván Fischer. Philips 446.368-2.

 

Panfluit en orkest

 

1998. Simion Stanciu (panfl) met het Monte Carlo filharmonisch orkest o.l.v. Claude Schnitzler. Cascavelle VEL 3140 (7 cd’s).

 

2009. CrossNova ensemble. Orf CD 3074.

 

Blaaskwintet

 

1987.  Blaaskwintet van de Hongaarse omroep. Bayer BR 100129. 

 

…… Zürichs Blaaskwintet. Jecklin 0723-2.

 

Koperensemble

 

1987. Kamerkoperkwintet Theo Mertens. Eufoda 1122 CD.

 

Saxofoonkwartet (arr. Wilson)

 

1996. Nieuw Belgisch Saxkwartet. Vars VA 0058-2131.

 

1997. Adelphi saxofoonkwartet. EMI 572.527-2.

 

2011. Signum saxofoonkwartet. Ars ARS 38094.

 

Viool en piano

 

1930. Joseph Szigety en Béla Bartók. Biddulph LAB 007/8.

 

1944. Yehudi Menuhin en Marcelle Gazelle. Biddulph LAB 129.

 

1947. Ida Haendel en Ivor Newton. Decca 455.488 (2 cd’s). 

 

1951. Yehudi Menuhin en Adolf Baller.Biddulph LAB 162/3.

 

1947. David Oistrakh en Inna Kollegorskaya. Brilliant Classics 9056 (20 cd’s).

 

1960. Johanna Martzy en Leon Pommers. Doremi DHR 7753.

 

1964. Henryk Szeryng en Carles Reiner. Mercury 434.339-2.

 

1982. Oleg Kagan en Vladimir Skanavi. Live Classics LCL 192.

 

1988. Dimitry Sitkovetzky en Pavel Gililov. Virgin 561.887-2.

 

1989. Jean-Jacques Kantorow en Jacques Rouvier. Debon CO 77051.

 

1990. Krysia Osostowicz en Michael Collins. Hyperion CDA 66415.

 

1990. Kurt Nikkanen en Rohan de Silva. Collins 12032-71.

 

1992. Midori en Robert McDonald. Sony SK 52568.

 

1992. Susanne Stanzeleit en Gusztáv Fenyo. ASV DCA 852.

 

1993. Mark Kaplan en Bruno Canino. Arabesque Z 6649.

 

1993. Emmy Verhey en Carlos Moerdijk. TMD 0931102.

 

1994. Eudice Shapiro en Ralph Berkowitz. Vanguard 08504271.

 

1994. Marie-Annick Nicolas en François Daudet. Accord 204832.

 

1996. Ida Haendel en Vladimir Ashkenazy. Decca 455.488-2 (2 cd’s).

 

1998. Friedemann Eichhorn en Peer Findeisen. Solo Musica SM 130.

 

1999. Isabelle Faust en Florent Boffard. Harmonia Mundi HMN 91.1702.

 

2000. Vadim Repin en Boris Berezowsky. Erato 8573-85769-2.

 

2000. Mirijam Contzen en Valéry Rogatchev. Arte Nova 74321-82579-2.

 

2002. Graf Mourja en Natalia Gous. Harmonia Mundi HMC 90.1785.

 

2002. Péter Csaba en Peter Frankl. Praga PRD DSD 250.190.

 

2004. Daniel Hope en Sebastian Knauer (luthéal). Warner 2564-66054-2 (5 cd’s).

 

2005. Barnabás Kelemen en Péter Nagy. Naxos 8.557541.

 

2006. Jasper Wood en David Riley. End ED 1015.

 

2006. Armène Stakian en Miguel Charosky. Gallo CD 1239.

 

2007. Patricia Kopatchinskaya en Fazil Say. Naïve V 5146.

 

2008. Philippe Graffin en Claire Désert. Onyx 4039.

 

2008. Mikhail Tsinman en Nika Lundstrem. Caro Mitis CM 22007-2 (2 cd’s).

 

2008. Tasmin Little en John Lenrhan. BIS CD 1744.

 

2010. Thomas Albertus Imberger en Jörg Demus. Gramola 98903.

 

2010. Sándor Jávorkai en Adám Jávorkai. Gramola 98916.

 

2012. Rosanne Philippens en Yuri van Nieuwkerk. Channel Classics CCS SA 35013.

 

Viool en accordeon

 

2007. Marianne Piketty en Pascal Contet. Maguelone MAG 111.174.

 

Cello en piano

 

1975. János Starker en Shuku Iwasaki. Denon 35C37-7302.

 

Cello en accordeon

 

2010. François Salque en Vincent Peirani. Zig-Zag Territoires ZZT 110101.

 

Viool en harp

 

2011. Nemanja Radulovic en Marielle Nordmann. Transit TR 174.

 

Klarinet en piano (Brâul)

 

2007. Victoria Soames Samek en Tim Watts. Clarinet Classics CC 0053.

 

Viool, gitaar en piano

 

2000. Gil Shaham, Lee Ritenour en Dave Grusin. Decca 467.132-2.

 

2 Gitaren (arr. Tokos)

 

1994. Zoltan Tokos en Bela Sztankovits. Hungaroton CLD 4005.

 

2000. Gitaarduo van de universiteit Buenos Aires. Mandala MAN 4988.

 

Gitaar en viool

 

…… Jack Sanders en Claton Haslop. Centaur CRC 2061.

 

2 Harpen

 

2008. Duo Arparimba. Animato ACD 6108.

 

Fluit en gitaar

 

1989. William Bennett en Simon Wynberg. ASV CD DCA 692.

 

Panfluit en piano

 

1992. Ulrich Herkenhoff en Matthias Keller. Thorofon CTH 2142.

 

Blokfluit en slagwerk

 

1994. David Bellugi, Ali Tajbakshsh en Chris Hayward. Frame CD FR 9506-2.

 

Hakkebord en gitaar

 

2001. Rudi Zapf en Ingrid Westermeier. Trikont CD 00153-26.

 

Vioolsolo

 

1935. Zoltan Szekely. Pearl BVA 2 (3 cd’s).

 

Piano

 

1915. Béla Bartók. Hungaroton HCD 12334/7 (4 cd’s).

 

1920. Béla Bartók. Hungaroton HCD 12326/31 (6 cd’s).

 

1939. Lili Kraus. Pearl GEM 0055, Naxos 8.111121.

 

1955. Andor Foldes. DG 423.958-2.

 

1960. Lili Kraus. Vanguard 08910071.

 

1961. Idil Biret. IBA 8.571296.

 

1962? Emil Gilels. Doremi DHR 7920.

 

1970. Gyula Kiss. Hungaroton HCD 31604.

 

1972? Irén Marik. Arbiter 143 (2 cd’s).

 

1975. Zoltán Kocsis. Denon 33C37-7813.

 

1976. Ida Haendel en Georffrey Parsons. Testament SBT 1259.

 

1977. Michel Béroff. EMI 568.101-2.

 

1982. Claude Helffer. Harmonia Mundi HMA 190.1094.

 

1987. Balázs Szokolay. Naxos 8.550052.

 

1988. Deszö Ránki. Hungaroton HCD 31036.

 

1989. Peter Frankl. ASV CDDCA 687.

 

1990. Robin McCabe. BIS CD 182.

 

1991. Zoltán Kocsis. Philips 434.104-2, Decca 478.2364 (8 cd’s).

 

1993. Klára Würtz. Globe GLO 5111.

 

1993. András Schiff. Denon 38C37-7092.

 

1996. Tamas Vesmas. Ode CDMANU 1519.

 

1997. Max Levinson. Encoded N2K 10028.

 

1997. Geoffrey Tozer. Chandos CHAN 9761.

 

1998. Richard Burnett. Finchcocks Press FPCD 001.

 

1999. Jenö Jandó. Naxos 8.554718

 

2000. Dana Ciocarlie. Empreinte ED 13122.

 

2000. Balázs Szokolay. Naxos 8.556693.

 

2005. Márta Gödény. Pierre Verany PV 706091.

 

2008. Kathryn Stott. Chandos CHAN 10493.

 

2010. Hélène Grimaud. DG 477.8766.

 

2011. Klára Würtz. Piano Classics PCL 0035.

 

Orgel

 

2000. Christopher Herrick. Hyperion CDA 67228.

 

Sopraan, koor en ensemble

 

1991. Julianne Baird (s) met het Vrouwenkoor van de universiteit Boston en het Crofut Consort o.l.v. Steven Lipsitt. Albany TROY 046. 

 

Video

 

1958. Yehudi en Hepzibah Menuhin. EMI 310.188-9 (dvd).

 

1960. Lili Kraus. VAI 4359 (dvd).

 

1962. Henryk Szeryng en Tasso Janopoulu. EMI 490.439-9 (dvd).