CD Recensies

JANÁČEK: PIANOSONATE 1.X.1905; OP EEN OVERWOEKERD PAD E.A.

Janáček: Op een overwoekerd pad; In de mist; Variaties op. 1 Zdenka; Pianosonate Sonáta 1.X.1905. Rudolf Firkusny. DG 429.857-2 (78’42”). 1971 

 

Janáček: Op een overwoekerd pad; In de mist; Pianosonate Sonáta 1.X.1905; Herinnering Vzpomínka. András Schiff. ECM 461.660-2 (75’53”). 2000

 

De solo pianowerken van Janáček bevetten zijn intiemste en spontaanste uitingen en wat de Sonáta 1.X.1905 betreft zelfs de beste. De ongewone titel van het werk slaat op de dood van een Tsjechische arbeider gedurende een demonstratie voor een Tsjechische universiteit in de overheersend op het Duitse taalgebied gerichte stad Brno (Brünn).

De reactie op die tragische gebeurtenis is heel oprecht en bijzonder des Janáčeks: eenvoudig thematisch materiaal wordt improviserend ontwikkeld; tal van onverwachte harmonieën en stemmingsveranderingen treden op; dribbelende onderhuidse figuurtjes suggereren innerlijke onrust en beroering. Het werk bestaat uit twee delen (een derde werd voor de première vernietigd). Het eerste draagt de titel ‘Voorgevoel; het tweede ‘Dood’. Beide zijn heel sfeervol. In het tweede deel suggereert een gepunteerd motief een rouwprocessie waarin eerst boosheid opkomt en dan weer verdwijnt.

De verzameling Op een overwoekerd pad bestaat uit tien deeltjes en ontstond tussen 1901 en 1908. Als groep herinneren de stukken aan Schumanns Kinderszenen; ze waren deels geschreven als reactie op het overlijden van Janáčeks dochter Olga. De individuele titels werden vlak voor de publicatie toegevoegd en bekrachtigen de thema’s van droefheid en herinnering. Het gaat tenslotte om heel intense poëtische miniaturen die met haast laconiek gemak een een stemming of een beeld oproepen.

Het treffendst van al is het dramatische  tiende deeltje ‘Syček neodletel!’ (De kerkuil is weggevlogen) met een imitatie van  de roep van die uil in de vorm van luide arpeggio’s: de uil als zinnebeeld van de dood in de Tsjechische folklore.

De overige pianowerken nemen een minder belangrijke plaats in, maar zijn zeker ook de moeite waard.

Niemand was jarenlang beter in staat om de gevoelswaarde van deze werken te vertolken dan de Tsjechische pianist Firkusny. Hij kende het repertoire van binnen en buiten, de poëtische en dramatische effecten wellen op natuurlijke wijze in hem op. en hij toont zonder iets te overdrijven precies waar het op aankomt, ook in het vormbesef. Indringende interpretaties kwamen zo tot stand.

In een goeddeels overlappend, maar interessant genoeg toch net even afwijkend recital geeft de Hongaar Schiff een wat minder scherp geëtst beeld, maar juist een wat mildere visie op deze mooi in detail uitgewerkte stukken. Beide opnamen vullen elkaar om een volledig beeld te krijgen prachtig aan.